Pik kantri

Als je Rudy Kousbroek mag geloven, en er zijn redenen om dat vaak en veel te doen, zijn varkens zachtaardige, knuffelbare wezentjes met een gevoelig zielsleven. Het zal Kousbroek daarom misschien wel goed doen om te horen dat in Papoea Nieuw Guinea de liefde voor varkens zeer groot is. Die liefde is natuurlijk onmogelijk (zie foto), maar in sommige delen van Papoea Nieuw Guinea geven ze er op een tastbare wijze blijk van. Dat doen ze door het varken een prominente plaats in de kunst te geven. In de afgelopen jaren heb ik nogal wat houtsnijwerk van kleine varkentje verzameld. De meeste van die varkentjes zijn kort, heel dik en voor de oogjes worden kleine schelpjes gebruikt. In het Sepik-gebied vlechten ze prachtige varkentjes van een soort riet en die worden wel met verschillende kleuren modder beschilderd.

Ik ben natuurlijk maar een eenvoudige bodemkundige en heb niet zoveel verstand van kunst, maar er spreekt veel liefde uit zulke varkentjes; ze zijn zo'n duizendmaal schoner dan die van de windbuil Jef Koons.

Varkens zijn zo'n zesduizend jaar geleden in Papoea Nieuw Guinea geïntroduceerd. Dat is een groot succes geworden want thans wonen er in de hooglanden evenveel varkens als mensen. De meeste varkens worden hier gehouden al scharrelend op het erf en in de zoete bataattuinen, al bestaan er ook enige varkenskwekerijen zoals Leo Vroman dat eens noemde. Daar worden karbonades en hammen voor de stedelijke bevolking geproduceerd op een manier zoals dat ook in het zwijnenrijk Holland gebeurt.

In sommige delen van Papoea Nieuw Guinea leven vrouwen, kinderen en varkens samen onder één dak terwijl de mannen en de oudere jongens in het mannenhuis wonen. Polygamie komt nog vrij veel voor, maar het hebben van veel varkens is daarvoor noodzakelijk want een deel van de bruidsprijzen wordt in varkens betaald. Varkens worden overwegend door de vrouwen verzorgd en ze worden geacht dat goed te doen. Het is dan ook niet vreemd voor vrouwen om een biggetje aan de borst te hebben. Ze reserveren daar een bepaalde borst voor en de andere is voor de baby. Ik heb hier nooit vrouwen met een biggetje aan de borst gezien maar soms zie je wel een vrouw met één grote en één kleine borst. Volgens ingewijden komt dat doordat haar kind is overleden of dat ze geen jonge biggetjes heeft. De niet lacterende borst blijft daarbij onbenut en verkleint.

Hoewel de meeste varkens aan de warme vrouwenborst beginnen, eindigen ze onherroepelijk aan het spit. Dat moet wel want varkensvlees vormt tezamen met dat van een in het wild gevangen koeskoes, boomkangaroe of reuzenvleermuis een belangrijke bron van eiwitten in het dieet van zo'n anderhalf miljoen mensen. Er wordt niet iedere dag varkensvlees gegeten, maar alleen als er iemand gaat trouwen, dood is gegaan of als er gecompenseerd moet worden voor de slachtoffers van tribale gevechten. Dan eten ze er ook tien tegelijk, maar als het echt een heel groot feest is, worden er honderden varkens over de kling gejaagd. Het ontzielde varkenslichaam wordt van zijn organen ontdaan door de operator zoals de slager in het Tokpisin wel wordt genoemd, en vervolgens in zijn geheel op gloeiende stenen gelegd. Ze leggen er dan bijvoorbeeld taro of zoete bataten bij die gewikkeld in bananenbladeren ook op de stenen worden klaargestoofd. Zo'n manier van maaltijd bereiden heet een mumu. Pannen en potten kenden ze tot voor een halve eeuw geleden in de hooglanden niet, vandaar dat men op gloeiende stenen kookte. Hoewel aluminium pannen nu overal te koop zijn, vinden de meeste Papoea's een mumu het summum op culinair gebied.

Alles van de varkens wordt gegeten inclusief de hersens en organen. De botjes hebben ook diverse gebruiken en van de tanden maken ze wel kettingen of sleutelhangers. Onlangs zag ik ergens dat ze tientallen varkenskaken sierlijk hadden opgehangen in de kookhut. Men kon mij de reden voor al die sierlijkheid niet duidelijk maken. Maar zo blijven ze toch nog een beetje bij ons, heeft men misschien wel gedacht.

    • Alfred Hartemink