NAVO weet niet goed raad met Kosovo

De druk op de NAVO neemt toe om actie te ondernemen in de escalerende crisis in Kosovo. De alliantie beperkt zich vooralsnog tot het sturen van een zestal verkenners naar buurland Albanië.

BRUSSEL, 6 JUNI. “We willen geen tweede Bosnië”, spraken vorige week eensgezind de NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken op hun halfjaarlijkse, grotendeels door het conflict in Kosovo gedomineerde, bijeenkomst in Luxemburg. “We sluiten geen enkele optie uit.” Ferme taal, bedoeld als politiek drukmiddel op Servië. Intussen wordt het westen van Kosovo door de Serviërs gezuiverd op een manier die sterk doet denken aan de oorlog in Bosnië en blijft de actie van de NAVO beperkt tot het zenden van een verkenningsmissie naar de Albanese grens.

“NAVO, morgen is het te laat” roepen inwoners van Kosovo. Maar de NAVO schuift een besluit over militair optreden voor zich uit. Volgende week komen de ministers van Defensie bijeen in Brussel en verwacht wordt dat ook zij geen besluit zullen nemen, maar de NAVO-militairen nadere instructies geven tot het bestuderen van de verschillende scenario's voor het mogelijk zenden van troepen naar de regio. Die scenario's zullen waarschijnlijk pas eind deze maand rond zijn.

Nu zitten er ook nogal wat haken en ogen aan een militaire actie rond - en helemaal in - Kosovo. Aanvankelijk werd in het NAVO-hoofdkwartier gedacht aan het zenden van troepen naar de Albanese grens met Kosovo. NAVO-militairen zouden de wapensmokkel kunnen tegenhouden en Joegoslaven beletten om de achtervolging in te zetten tot over de grens. Allereerst bleek het aantal manschappen dat nodig zou zijn om de grens te bewaken veel hoger dan verwacht. Na een studie door NAVO-militairen bleek dat dit zo'n 23.000 man zou vergen. Ter vergelijking: de door de NAVO-geleide vredesmacht in Bosnië telt op dit moment 34.000 man. Bovendien is inmiddels de animo om troepen naar Albanië te sturen afgenomen, want wapensmokkel blijkt er nauwelijks nog te zijn en van achtervolgingen tot over de grens is evenmin sprake.

Dan is er de optie om een vliegverbod boven Kosovo in te stellen of troepen te sturen naar de Joegoslavische provincie. Ook dit vergt grondige voorbereiding, terwijl er over het zorgvuldig afgeschermde gebied maar weinig bekend is. Bovendien is er het probleem van een geldige rechtsgrond voor het zenden van troepen. In het geval van Albanië kan aangevoerd worden dat Tirana zelf om NAVO-troepen vraagt, maar voor Joegoslavië gaat dit niet op. Een troepenzending zou de soevereiniteit van het land schenden en neerkomen op een oorlogsverklaring.

NAVO-actie in of boven Kosovo is daarom verre van zelfsprekend, zeker als de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties er niet zijn goedkeuring aan hecht en het is zeer de vraag of Rusland ermee zou instemmen. Minister van Buitenlandse Zaken Primakov waarschuwde zijn collega's vorige week in Luxemburg alvast dat zijn land een veto uitspreekt als de “middelen niet bij het doel passen”.

Maar ook binnen de NAVO zelf bestaat geen overeenstemming over zelfs maar het voorbereiden van plannen voor een eventueel militair ingrijpen in Kosovo. Griekenland verzette zich vorige week in Luxemburg tegen mogelijke actie van de NAVO in het luchtruim boven Kosovo. De Griekse minister Pangalos constateerde na afloop tevreden dat de NAVO onder zijn druk van die optie had afgezien.

Vooralsnog zal het atlantisch bondgenootschap zijn militaire aanwezigheid beperken tot verkenners en enkele officieren in het deze week geopende verbindingskantoor in Tirana, die het Albanese leger adviseren. Later dit jaar zullen in het aan Kosovo grenzende Macedonië en in Albanië extra opgetuigde NAVO-oefeningen plaatshebben. Ook zou het bondgenootschap kunnen helpen bij de opvang van vluchtelingen, hoewel dat in eerste instantie wordt beschouwd als een taak van de VN.

Volgens een cynische interpretatie die op het NAVO-hoofdkwartier valt te horen, zal van militair optreden in Kosovo slechts sprake zijn als er dramatische televisiebeelden komen van verschrikkelijk leed. Dan pas zou de publieke opinie rijp zijn voor militair ingrijpen, met alle risico's die daarmee samenhangen.

Wat is nu eigenlijk het verschil met de houding van de NAVO aan het begin van de oorlog in Bosnië, wilde vorige week een journalist weten van secretaris-generaal Solana. “Dit keer zijn we op alles voorbereid”, zei hij. “De militairen moeten alle opties overwegen.”

    • Birgit Donker