Natuur zonder gaas; DE AUTO MAG ER DOORHEEN MAAR MOET ZICH WEL AANPASSEN

Een ingrijpende reorganisatie van de Veluwe zou het versnipperde gebied tot een eenheid kunnen omvormen. In de serie 'Naar een Nationaal Park Veluwe' deel 5: rasters en provinciale wegen.

STADHOUDER Willem II was een fervent jager, en niet dom. In 1647 resulteerde dat in een omheind natuurgebied van 1400 hectare ter hoogte van Ellecom, waar driehonderd uitgezette herten zich tot aantrekkelijke dichtheden konden vermenigvuldigen zonder naar jachtgebieden van de concurrentie te wandelen. Dat raster (Veluws voor wildkerend hek) is al lang verdwenen, maar er kwamen er veel andere voor terug: om de 3.000 hectare Staatsdomein ten westen van Apeldoorn, om de 6.700 hectare Kroondomein ten noorden daarvan, om de 5.450 hectare van De Hoge Veluwe, om twee privéterreinen van 600 en 900 hectare bij Hoenderloo, om alle landbouwenclaves, langs de snelwegen, om de Veluwe als geheel, en zo nog wat rasters links en rechts.

Rasters langs de snelwegen zijn van levensbelang voor mens en dier. Ook de rasters om de Veluwe als geheel zijn goed verdedigbaar zo lang daarbuiten toch alleen maar bebouwde kommen, drukke verkeerswegen en intensieve landbouw zijn te vinden, al leeft in steeds bredere kring de gedachte daarin op een paar plaatsen verandering te brengen. Weer een slag minder noodzakelijk zijn de hekken rondom landbouwgrond, althans de twee meter hoge voor al het wild; zonder de één meter hoge zwijnenkerende rasters, waar herten en reeën overheen springen, is landbouw op en rond de Veluwe haast ondoenlijk. De logische consequentie is volgens velen om een deel van de landbouwenclaves binnen de Veluwe terug te geven aan de natuur.

Maar de grote kwestie is: kunnen al die rasters dwars door de natuur niet weg? Natuurmonumenten en het Geldersch Landschap hebben her en der nog wat staan, maar dat zijn niet de ernstigste gevallen. De Hoge Veluwe - bijna het enige deel van de Veluwe waar je een kaartje voor moet kopen en derhalve omrasterd - ligt hoogst ongelukkig tussen zuidwest- en zuidoost-Veluwe. Zonder het hek rond de Staats- en Kroondomeinen zou een brede overkluizing over A1 en spoorbaan ten noorden van Hoenderloo in tal van opzichten een doorbraak zijn bij de hereniging van de Veluwe; nu heeft zoiets geen zin. Achtduizend stuks grofwild zouden zonder al die hekken minder inteelt riskeren en veel meer voedselkeuze hebben, wat beter past bij echte natuur. Wandelaars zouden de Veluwe met veel meer vrijheid kunnen doorschrijden en: het staat zo veel gezelliger, natuur zonder gaas.

Dergelijke ideeën werden in 1983-'84 al zwart op wit gesteld door de provincie Gelderland (in de rapporten voor het Nationaal Landschap Veluwe) en in 1988 door het ministerie van LNV (in de nog steeds vigerende nota Grofwildvisie) en zijn nu Veluwebreed te beluisteren. Alleen de beheerders en eigenaars van de omrasterde gebieden zien nog grote voordelen: als het aan hen alleen lag, bleven alle hekken tot het jaar 3000 staan, en daarna ook. Het twee meter hoge, 33 kilometer lange hek rond De Hoge Veluwe moet voorkomen dat mensen zonder kaartje naar binnen glippen en dat zwijnen en herten al dan niet hijgend de jacht ontkomen. Rond het Kroondomein garandeert een hertshoog hek van 39 kilometer lengte het jachtgenot van de koninklijke familie. Winst is dat door beide rasters veel minder dieren in het verkeer sneuvelen.

Gelukkig hebben de grote omrasterde natuurgebieden veel last van provinciale wegen: de Hoge Veluwe wordt er aan alle kanten door omgeven, zodat de bezoekers bijna overal geraas horen en op veel plaatsen auto's zien, met of zonder wild op de voorgrond. Het Kroon- en het Staatsdomein worden door de zeer drukke N344 van elkaar gescheiden. Het gelukkige is, dat aan die provinciale wegen van alles valt te doen, en dat de provincie tegenprestaties kan vragen. Dat is een betrekkelijk nieuw idee: in het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan Gelderland (1997) is nergens sprake van het afsluiten, ondertunnelen of verkeersluw maken van wegen om winst te boeken voor de natuur, en is de Veluwe een vooral groot bos om heel hard doorheen te rijden.

Maar nu stelt ir. Hans Boxem (VVD), de Gelderse gedeputeerde voor onder meer natuur en landschap, en in die kwaliteit lid van het algemeen bestuur van De Hoge Veluwe: “Is het haalbaar in de komende tien jaar bepaalde wegen uit het verkeer te nemen en te zoeken naar andere routes? Als bestuurder ben ik bereid daaraan te werken, zeker als daarmee grotere eenheden zijn te realiseren. Dus niet zomaar.” De hekken weg? “Precies! Daar wil ik me voor inzetten.”

Binnen de rasters van het Staats- en Kroondomein leeft al jaren de wens beide gebieden aaneen te sluiten door een faunapassage over of onder de N344. En het afsluiten van de misbare Aardhuisweg (van Uddel naar het zuidoosten, dwars door het Kroondomein) zou natuur en rust zeer ten goede komen. Maar vooralsnog ontbreekt iedere bereidheid de rasters rond de domeingebieden te slechten, ook niet als tegenprestatie. Bij de Hoge Veluwe - volgens Boxem 'een koninkrijk in eigen park' - zit er net iets meer schot in. Vorig jaar toonde directeur ir. Herman Bruning (ex-Rijkswaterstaat) belangstelling voor de 5.000 hectare natuur ten westen van zijn park, zeker als de tussenliggende N310 deels onder de grond ging, als zijn hek om de uitbreiding heen gelegd mocht worden, en als hij gewoon kaartjes mocht blijven verkopen. Vooral dat laatste is onacceptabel voor Natuurmonumenten en de gemeente Ede, de grootste eigenaren in dat gebied.

Toch lijkt er een idee te zijn geboren: Natuurmonumenten, de Hoge Veluwe, Staatsbosbeheer en Het Geldersch Landschap (samen in bezit van driekwart van de Veluwe bezuiden de A1) hebben nu een alliantie gevormd, 'Naar een eindeloze Veluwe' geheten, die in september een gelijk-oversteken-scenario aan de provincie zal presenteren. Goed nieuws is ook dat Gedeputeerde Staten volgens Boxem al een paar keer oriënterend hebben gesproken over het afsluiten van de zeer drukke en lawaaiige N224 Ede-Arnhem benoorden de A12. Verkeerstechnisch kan dat, zodra ten westen van Ede de A30 gereed is, de snelweg tussen de A1 en de A12. Als de wegen Hoenderloo-Deelen en Hoenderloo-Beekbergen - wel verstorend maar geen van beide onmisbaar - dan ook nog dicht gaan, en alle hekken naar de ijzersmelterij, zou tussen A1, A50, A12 en Gelderse Vallei zoiets als een generiek Nationaal Park zijn ontstaan. Dergelijke ideeën leven al lang in brede kring, het nieuwe is dat ze langzaam binnen bereik lijken te komen. Het uitkopen van de meest verstorende campings en verplaatsing van Infanterie Schietkamp (ISK) de Harskamp, Vliegbasis Deelen en Radio Kootwijk zouden de operatie in de toekomst kunnen afronden. Als het lukt, kan de noordelijke Veluwe moeilijk achterblijven.

De onmisbare wegen kunnen op natuur-kritische tracés onder de grond, wat in het stabiele Veluwse zand niet al te duur hoeft te zijn. Elders kunnen ze dienen als proefgebied voor een wijziging van de Wegenverkeerswet. Dat laatste bepleit bioloog Luc Berris, Veluwe-specialist bij Natuurmonumenten en secretaris van 'Naar een eindeloze Veluwe'. “Het idee zou moeten zijn: dit is natuur, je mag er doorheen, maar hier past het autoverkeer zich aan. Woonerven werken ook goed - waarom geen natuurerven? Nu nodigen de provinciale wegen uit om honderd te rijden. Je zou er ook drempels in kunnen leggen en de maximumsnelheid flink terug kunnen brengen.”