Moya en Corretja bevestigen Spaanse hegemonie in Parijs

PARIJS, 6 JUNI. Bij de mannen kan Spanje het tennistoernooi op Roland Garros niet meer verliezen. Eerst bereikte Carlos Moya voor de tweede keer in zijn nog prille carrière de finale van een grandslamtoernooi ten koste van zijn vriend en landgenoot Felix Mantilla. Vervolgens beleefde Alex Corretja, de derde Spanjaard bij de laatste vier, een primeur door de uitgeputte Fransman Cedric Pioline als een ongewenste gast buiten de deur te zetten. Voor het eerst sinds vier jaar vormen niet alleen de kleinere theaters op gravel het decor voor de Spaanse suprematie.

De 21-jarige Moya heeft anderhalf jaar nodig gehad om zich te realiseren dat hij de finale van een grandslamtoernooi ook kan winnen. In januari 1997 weerlegde Moya het vooroordeel dat Spaanse tennissers alleen op gravel uit de voeten kunnen door zich na zeges op Becker en Chang in de eindstrijd van de Australian Open te melden. Op dat podium was hij destijds een nederige leerling van Pete Sampras. “Op dat moment verwachtte niemand iets van mij”, zei Moya. “Ik vond het al schitterend dat ik zover kon komen. Nu besef ik dat ik niet langer met een verloren finale genoegen kan nemen.”

Met zijn aanvallende spel vanaf de baseline onderscheidt Moya zich van de meer traditionele gravelbijters als Mantilla en Corretja, die met hun formidabele topspin een rally tot in het oneindige kunnen volhouden. “Ik heb altijd gedacht dat ik juist een speler voor hardcourtbanen was”, vertelde Moya. Op die ondergrond boekte hij immers zijn beste resultaten. Moya lijkt met zijn 'pofbroek' tot op de kuiten en de krullen onder zijn haarband uiterlijk meer op een skateboarder dan op een tennisser. Groot was de schrik bij de horde meisjes die hem vereren, toen hij op last van het Spaanse leger tijdelijk zijn haren moest kortwieken.

Zijn spel heeft daar niet onder geleden. In mentaal opzicht beleefde de Spaanse hartenbreker een doorbraak op het indoortoernooi van Parijs Bercy. Hij versloeg nota bene Boris Becker op tapijt en realiseerde zich dat hij meer was dan een gravelspecialist, een term die Moya is gaan haten. De man uit Palma de Mallorca speelde een cruciale wedstrijd in de kwartfinales tegen Marcelo Rios, toen hij zelfs het moordende tempo van de Chileen kon bijbenen.

Ook Moya dicteert de rally's graag een meter binnen de baseline en met die tactiek hield hij gisteren zijn landgenoot Felix Mantilla voortdurend onder druk. Alleen omdat Moya lang niet zo sterk serveerde als in zijn duel met Rios moest hij de eerste set af staan. Maar in het vervolg van de weinig opwindende partij kwam Moya niet meer in problemen: 5-7, 6-2, 6-4 en 6-2. “Het was raar om tegen een vriend te spelen, maar die vriendschap heeft me tevens geïnspireerd het beste uit mezelf te halen”, constateerde Moya.

Dat zal hij morgen opnieuw proberen tegen een andere vriend, Alex Corretja. De 24-jarige Catalaan speelt op Roland Garros de beste grandslam uit zijn carrière, waarmee hij eindelijk de spookbeelden van de US Open in 1996 uit zijn hoofd kan verdrijven. De naam van Corretja is voor eeuwig verbonden aan één van de meest heroïsche partijen ooit gespeeld in New York. Brakend van vermoeidheid en zijn racket hanterend als een wandelstok overleefde Pete Sampras een marathon van vijf sets tegen Corretja.

Pas als Corretja zichzelf opwerpt als de ware opvolger van Sergi Brugurea zal hij nooit meer denken aan die onvergetelijke avond in New York toen magische krachten Sampras overeind hielden. Met een handdoek voor zijn gezicht barstte Corretja in tranen uit na wat hij “de beste en tevens de slechtste partij uit zijn leven” noemde. Daarom wist hij beter dan wie ook wat Hernan Gumy doormaakte na de langste tennispartij op Roland Garros sinds de invoering van het professionele tennis in 1968.

Verspreid over twee dagen had Corretja in de derde ronde welgeteld 5 uur en 31 minuten nodig om zijn Argentijnse opponent met 9-7 in de vijfde set te kloppen. In die veldslag moet bij hem het bewustzijn zijn gegroeid dat hij Roland Garros dit jaar kan winnen. Sindsdien is hij per ronde beter gaan spelen en Corretja had zich gisteren in de halve finale geen betere tegenstander kunnen wensen dan Cedric Pioline, die na zijn derde, krachtenslopende vijfsetter tegen Hicham Arazi zo ongeveer per brancard het court central van Roland Garros had verlaten.

Pioline werd gisteren opgelapt. Maar de flegmatieke kopman van het Franse Davis-Cupteam oogde in zijn duel met Corretja als een bokser bij wie al één oog was dichtgeslagen voor hij de ring betrad. Elke druppel energie werd uit zijn lichaam gezogen in de even taaie als frustrerende slagenwisselingen met Corretja, die zich als een ballenmachine op de baseline had ingegraven.

De setstanden (6-3, 6-4 en 6-2) oogden geflatteerd, want Pioline had zeker in de tweede en de derde reeks zo ongeveer in elke servicebeurt van Corretja breekkansen. Maar juist op de cruciale momenten miste Pioline de scherpte in zijn returns. “Ik voel me als enige Fransman tussen drie Spanjaarden behoorlijk eenzaam”, had Pioline al eerder verkondigd. Nog pijnlijker voor hem was de wetenschap dat Roland Garros na de heerschappij van Sergi Bruguera wederom een Spaanse machtsgreep wacht.