Linksbuiten: Johan Cruijff

Johan Cruijff was natuurlijk geen linksbuiten - geen echte zoals Roberto Conti, Rob Rensenbrink en Didier Six. Hij was ook geen linksbinnen, middenvoor of wat ook. Cruijff was alles.

Hij speelde op alle posities waar hij meende te moeten spelen. Hij was overal waar hij werd gewenst. Zwaaiend, wijzend en gebiedend. Hij speelde de baas, hij was de meester. Bal aan de voet, brutaal en geniaal. Liefst kwam hij toch op aan de linkervleugel, snel en spiedend naar een opening, soms verdedigers en keeper verrassend met een onnavolgbare boogbal. Cruijff was de beste Nederlandse voetballer aller tijden. Of hij de beste van de wereld was, is nog de vraag. Vast staat dat hij heeft verzuimd wereldkampioen te worden, in tegenstelling tot Pelé, Maradona en andere groten. In 1974 leek Cruijff naarstig op weg wereldkampioen te worden, maar in de finale bleek hij de wedstrijd en de scheidsrechter niet meer naar zijn hand te kunnen zetten. Heel de wereld genoot tijdens dat toernooi van zijn fantasierijke, dwingende spel. Het was de eerste en laatste keer dat Cruijff op een wereldkampioenschap schitterde. Helaas.

Wie zijn de beste voetballers uit de geschiedenis van het WK? De laatste aflevering van een gedroomd elftal: doelman Jasjin, rechtsback Djalma Santos, libero Beckenbauer, linksback Maldini, rechtsmidden Tigana, midden-midden Sócrates, linksmidden Rivelino, rechtsbuiten Garrincha, rechtsbinnen Pelé en linksbinnen Maradona.

    • Guus van Holland