KLASSIKAAL ZONDER DRILLEN

ALLE BIBLIOTHEKEN heeft Annemieke van der Linden (23) afgestruind om iets over het onderwijs in Cuba te weten te komen. Ze vond één regel: alle scholen zijn gratis. Maar ja, dat wist ze al. Tot op de dag van aankomst in het communistische lustoord van Fidel Castro, in februari van dit jaar, wist Annemieke dus niets. “Deze stage was echt een sprong in het diepe. Ik moest alles ter plekke uitzoeken.” Ze was de eerste Nederlandse PABO-student die in Cuba het onderwijs kwam bekijken.

Drie maanden heeft Annemieke op Cuba gezeten in het kader van haar internationale stage. De Haarlemse opleiding voor leraren in het basisonderwijs stimuleert dat studenten een blik over de grens werpen. Niet om de kneepjes van het vak te leren, die krijgen ze wel onder de knie tijdens de stages hier, maar vooral om eens te kijken hoe de pedagogiek en de lesmethodes in andere culturen er uitzien. De meeste van haar medestudenten vertrokken met Erasmusbeurzen naar landen als Zweden, Spanje of Engeland, maar Annemieke ging op eigen gelegenheid en op eigen kosten naar Cuba. De liefde trok haar naar dit Caraïbische eiland. Aan een eerdere correspondentie met Cubaanse leeftijdgenoten en twee toeristische bezoeken aan dit land hield ze een amourette en een stel vrienden over. Dankzij hen kon ze contacten leggen met de lerarenopleiding in de stad Holguin, op het westelijk deel van het eiland, zo'n 800 kilometer van Havana. Deze lerarenopleiding zorgde er weer voor dat ze onbelemmerd kon rondkijken en filmen op basisschool Rudiberto Cuadrado V.

Vorige week hield ze op haar Haarlemse PABO een voordracht over haar belevenissen, waarbij ze ook de videobeelden toonde van de school die ze bezocht. Het communisme en de ondoorgrondelijke bureaucratie spreken haar weliswaar niet zo aan, maar deze politieke oneffenheden beïnvloeden nauwelijks haar enthousiasme over het land en zijn inwoners. Annemieke heeft zeker oog voor de armoede en de schaarste die er heersen, maar ze heeft ook genoten van de sociale rijkdom die er in Cuba is, de hulp die mensen elkaar bieden en de afwezigheid van het 'gestress'. Ze is totaal niet belast met ingewikkelde politieke spijtgevoelens die de generaties voor haar zo bezighouden. Patriottisme in de leerboekjes is volgens haar 'een bepaalde vorm van indoctrinatie', en daar zou ze, als Europese, haar kind niet graag aan blootstellen. Maar, zo stelt ze onbekommerd vast, de kinderen kunnen in groep drie wel veel beter lezen dan bij ons.

Ze heeft in alle zes klassen van de school die ze bezocht meegedraaid en gekeken hoe er les werd gegeven, wat er aan leermiddelen was en hoe de leerboekjes er uitzagen. “Wat me vanaf de eerste dag opviel was dat er klassikaal wordt lesgegeven en dat de kinderen erg rustig zijn”, zegt Annemieke. “Alles verloopt heel georganiseerd en er is een strak lesrooster. De kinderen weten precies waar ze aan toe zijn.” Met stijgende verbazing zag ze hoe zes- en zevenjarigen twee lesuren Spaans van totaal honderd minuten achter elkaar kregen. “Hier in Nederland zijn kinderen al na een lesje van tien minuten uitgeblust, maar daar hebben ze een spanningsboog van heb ik jou daar.”

Dat grote verschil in aandacht heeft Annemieke flink aan het denken gezet over de korte-baan- en vrijekeuzepedagogiek die in Nederland wordt gepropageerd. “Op de PABO is alles gericht op de zelfontwikkeling en het individuele kind. Zo moet het en anders is het fout. Maar in Cuba zag ik hele levenslustige kinderen die absoluut niet geestelijk beschadigd waren door het klassikale onderwijs.” De Cubaanse juf was stom verbaasd toen Annemieke haar vertelde dat in Nederland aan zes- en zevenjarigen lesjes van hooguit twintig minuten worden gegeven, omdat de kinderen zich niet langer kunnen concentreren. “Hoe krijgen jullie dan de stof af?” vroeg ze verbijsterd. Het niveau dat kinderen in Cuba bereiken ligt een stuk hoger dan bij ons, moest Annemieke vaststellen. “Kinderen in de zesde klas, onze groep acht, maken reken- en wiskundesommen die ze hier in de tweede van de Havo krijgen.”

Als ze de video laat zien die ze op de Cubaanse basisschool heeft gemaakt, wijst ze op de juf, die voortdurend met de klas praat, de kinderen laat reageren en er af en toe eentje voor het - afgebladderde - bord haalt om even individueel aandacht te geven. De rest van de klas wacht rustig tot ze weer met z'n allen verder gaan. “Je ziet hoe energiek die juf met die klas omgaat”, zegt Annemiek met lichte bewondering in haar stem.

“De klas wordt als groep aangesproken, en is ook als geheel verantwoordelijk voor het niveau. Kinderen die iets niet goed kunnen, worden door de betere klasgenootjes geholpen. Vooral dat laatste vinden ze heel belangrijk.” Dat brengt Annemieke meteen op een ander verschijnsel waarover ze zich heeft verbaasd. “Sommige leerlingen, vooral meisjes, hebben een insigne op hun mouw wat betekent dat ze later juf willen worden. Toen de leerkracht even de klas uit moest, sprong een van die kinderen op, ging voor de klas staan en nam de les over. De andere kinderen accepteerden dat en vonden het heel normaal.” Of dat nou een typisch communistisch is? Annemieke moet er even over nadenken. “Het is typisch Cubaans, laten we het zo zeggen.”

Naast haar klassenobservaties heeft Annemieke ook een kleine studie van de lesmethodes gemaakt. Haar video toont leesboekjes die op het eerste oog kleurrijk geïllustreerd, multi-cultureel en kindvriendelijk zijn. Maar dan opeens zoomt ze in op pagina's met patriottische teksten als 'Viva Fidel', en illustraties van heroïsche soldaten met stenguns losjes onder de arm. Het zou niet haar keuze van tekst en beeld zijn. “Maar ja”, zo voegt ze er relativerend aan toe, “hier kijken kleine kinderen naar de Power Rangers en naar geweldfilms”. Veel meer dan lesboekjes, een potlood en wat schriftjes is er niet voor de leerlingen. De inrichting van de door haar bezochte school omschrijft Annemieke als 'heel karig'. Wat oude wascokrijtjes en tweedehands papier om te tekenen, een afgebladderd schoolbord - “in Nederland zouden we weigeren ermee te werken” - en een piepklein kastje met wat speelgoed in de laagste klassen. Zelfs puntenslijpers zijn er niet, zodat de kinderen hun potlood met een scherp mesje moeten bewerken. “Met weinig middelen maken ze er veel van”, concludeert Annemieke.

Haar stage in Cuba heeft haar vooral geleerd hoezeer het onderwijs een weerspiegeling is van de maatschappij. “De Cubaanse leerkrachten waren wel geïnteresseerd in onze pedagogische aanpak met kleine groepjes en individuele aandacht. Maar hun maatschappij zit zo niet in elkaar. Zij leren te luisteren naar de grote man Fidel. Bij ons worden de kinderen voorbereid om zelf keuzes te maken en een eigen mening te formuleren. Hier worden ze zo vrij gelaten en ze moeten zo veel keuzes maken dat ze er opgefokt en ongeconcentreerd van worden. Wat mij betreft zou het Nederlandse onderwijs wat strakker en klassikaler mogen worden. De Cubaanse kinderen weten waar ze aan toe zijn en er worden duidelijke grenzen gesteld, zonder dat ze op een nare manier gedrild worden. Dat lijkt mij een betere manier.”