Kerkelijk huwelijk (3)

Het artikel van prof. De Kruijf (NRC Handelsblad, 3 juni) is heel belangrijk inzake het verschil in kerkopvatting tussen de katholieke leer en de protestantse traditie. Daar ligt het beginpunt en niet iedereen weet dat. Enquêtes die zo'n onwetendheid niet meetellen zijn ongeschikt.

Mijn bezwaar tegen zijn artikel is dat het de eigenlijke vraag schitterend toedekt. Daarmee gaat de discussie gewoon door. “De regelgeving vormt de toegang tot het geheim dat de levende Christus tegenwoordig is.” Nee, regels beschermen dat geheim zoals normen waarden dienen en die bescherming (niet: afscherming) is het goed recht van de kerk. Je kunt wél zeggen dat riten, in geloof beleefd, die toegang bieden. De protestantse traditie kent die riten en dat geheim niet. Ik vind het zelfs oneerlijk om net te doen alsof er niets aan de hand is omwille van persoonlijke en zelfs zinnige reden. Het is de kunst een uitvoering te vinden die recht doet aan het verschil én aan het pastorale element, hetgeen met behulp van moed en creativiteit niet zo moeilijk lijkt.

De katholieke voorganger heeft niet de bevoegdheid zijn persoonlijke motieven te hanteren bij sacramentsbediening. Hij is dan kerkfiguur, aangesteld door de universele kerk om het (universele) lichaam van Christus tegenwoordig te stellen. Al mag het in beperkte kring vaker voorkomen dat men 'genade voor recht' laat gelden, het is niet universeel en dat vragen de belanghebbenden juist wél; anders kun je net zo goed in een hutje op de hei trouwen. De voorgangers hadden op de vingers van één hand kunnen uitrekenen dat het officiële en publieke karakter van die viering consequenties heeft.

Ik hoop dat het feest feest blijft en - net als bij de doop van prinses Irene - aanleiding is tot meer.

    • P. Goris