Grieken en Turken: geen manoeuvres; Athene ziet winst

ATHENE, 6 JUNI. Griekenland en Turkije zullen zich in de zomermaanden juli en augustus onthouden van manoeuvres in de Middellandse Zee, maar zijn het niet eens geworden over een niet-aanvalsverdrag.

Beide landen kwamen na wekenlange onderhandelingen op ambassadeursniveau in het NAVO-hoofdkwartier in Brussel niet verder dan de toezegging dat ze in de zomer geen manoeuvres zullen uitvoeren die een bedreiging vormen voor het toerisme in het Middellandse Zeegebied. Ook zullen zij zich onthouden van oefeningen op elkaars nationale en religieuze feestdagen. Dat is gisteravond bekend gemaakt door secretaris-generaal Solana van de NAVO.

Een en ander komt neer op een bevestiging van het akkoord dat op 27 mei 1988 werd gesloten in Vouliagmèni, een badplaats bij Athene, tussen de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken Papoulias en Yilmaz (de huidige premier van Turkije). Dit gebeurde toen zonder NAVO-bemiddeling en zonder dat er sprake was van 'vertrouwenwekkende maatregelen' zoals nu.

Het nieuwe akkoord komt als een anti-climax. Menigeen verwachtte dat de regeringsleiders, premier Simitis en president Demirel, die elkaar de laatste twee dagen in Jalta ontmoetten, zouden komen tot niets meer of minder dan een niet-aanvalsverdrag. Vooral de rechtse oppositiepers in Athene had dit, op enigszins honende toon, voorspeld. Beide landen hebben zich echter beperkt tot beleefheidsformules.

De herhaling, na tien jaar, van Vouliagmèni wordt in alle Atheense dagbladen naar de binnenpagina's verwezen. Dat het eerste akkoord allengs is 'doodgebloed' draagt hiertoe bij. De Grieken wijten dit aan het geleidelijk weer halsstarrig wordende optreden van Ankara, dat nog bij zijn manoeuvres van deze maand ('Zeewolf') op grote schaal het Griekse luchtruim schond. Ankara ontkent veel van deze schendingen omdat het uitgaat van een zesmijlszone rond de Griekse eilanden en niet een van tien mijl,zoals door de Grieken uitgeroepen.

Maar het waren vooral de door de Turken opgespeelde territoriale kwesties rondom minuscule eilandjes in de Egeïsche Zee die 'Vouliagmèni' in het vergeetboek deden raken. In Griekse ogen is de wederopstanding van Vouliagmèni winst omdat daarin uitdrukkelijk sprake is van respect voor elkaars soevereine rechten en territoriale onschendbaarheid.

De vraag is nu of - iets waarnaar zowel de Amerikaanse als de EU streven - ook boven Cyprus een moratorium kan worden ingesteld, maar dan voor alle militaire vluchten, het hele jaar door. Zoiets is voor Ankara moeilijker te verwerken dan voor Athene. De Griekse minister van Buitenlandse Zaken Pangalos heeft ten overstaan van zijn Amerikaanse collega Albright al eens uitgelegd dat zo'n moratorium genoeg zou zijn om de voorgenomen installatie van Russische S300-raketten op Grieks-Cyprische bodem onnodig te maken. Hoewel deze raketten van Griekse en Grieks-Cyprische zijde uitdrukkelijk als defensief worden bestempeld, is het een vooruitzicht waarvoor het Westen, en ook Israel, siddert, vooral omdat Russische radarexperts mee zouden komen.

Ankara heeft meerdere malen met tegenmaatregelen gedreigd en de Sunday Times kwam deze week met een 'worst case scenario' waarbij al in juli oorlog zou uitbreken en Londen een enorme evacuatie-operatie zou moeten volbrengen. Volgens Athene was deze publicatie door het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken geïnspireerd om het toerisme naar Cyprus tot inzet van chantage te maken.

    • F.G. van Hasselt