Frankrijks visuele politieke geweten; Willem, 'Nederlander noch Fransman'

De Nederlandse tekenaar Bernard 'Willem' Holtrop houdt dagelijks in de bladen als Libération en Charlie Hebdo Frankrijk en de wereld tegen het licht. Zijn werk is te zien in het Institut Nérlandais.

PARIJS, 6 JUNI. Franse politiek is niet uit te leggen. Steeds als je een paar duidelijk omlijnde stromingen hebt onderkend, veranderen ze weer van naam, leider of richting. Ook in Frankrijk houden velen het niet bij. Reden te meer de politieke cartoonfiguren die het Franse nieuws bepalen op de voet te volgen.

Gelukkig is daar iemand voor bij Libération. Hij doet het vijf dagen per week, zonder last van ruggespraak of persoonlijke ambities. Hij zegt wat er gezegd moet worden. Met een tekenpen of een viltstift. De hoofdredacteur van de krant die hem de ruimte geeft, noemde hem eens 'een humanist, een echte'. Zou het toeval zijn dat een immigrant deze vitale democratische functie in Frankrijk vervult?

De betrokkene haalt goedmoedig de schouders op. “Ik voel me Nederlander noch Fransman.” Het belet Bernard Willem Holtrop niet de lezers chronisch te ondervragen en op scherp te zetten bij binnen- en buitenlandse actualiteiten. Frankrijk staat er niet bij stil, maar zijn politiek geweten werd in 1941 geboren op de Veluwe.

Als zovelen werd Holtrop aangetrokken door 'de Parijse gebeurtenissen van 1968'. Anders dan de meesten bleef hij in een land waar “zoveel meer gebeurde”. Hij tekende al snel voor geëngageerde bladen als Hara Kiri en l'Enragé. Holtrop kon er een zolderkamer in de Rue Saint Sulpice van huren. Dertig jaar later zegt hij zonder poespas: “Het was een leuke tijd. We maakten veel lol, maar als je mensen in elkaar zag knuppelen werd je wel boos. Je kunt nu zeggen dat het meer anarchistisch dan marxistisch was wat we deden.”

De lezers van Hara Kiri werden topambtenaar of ondernemer. Willem, zoals Holtrop zijn werk signeert, bleef nergens bij horen. “Mijn houding zal iets veranderd zijn. Op den duur krijg je kinderen, en een huis. Daar moet je voor zorgen. Je wordt wat minder springerig.” Zijn Noorse vrouw en hij hebben een zoon van 26 en een dochter van 23, die in het Frans antwoorden als zij in een noordelijke taal worden aangesproken.

Willems werk toont geen tekenen van verburgerlijking. Waar Plantu op de voorpagina van Le Monde dagelijks olijke grapjes tekent, zoekt Willem in Libé de directe, absurde benadering. Frankrijks worsteling met Afrika, extreem-rechts, het vreemdelingenbeleid, alles komt in aanmerking voor zijn laser-behandeling. Soms zit de clou verscholen in een geduchte gemoedelijkheid, zoals bij een Clinton in vrijetijdsbroek, met vier gulpen in vier smaken: vanille, aardbeien, cassis en pistache. Die laatste tekening zou Libé misschien wat te gortig zijn geweest, het was bij het uitbreken van de Lewinsky-affaire dan ook de voorpagina van het oneerbiedige weekblad Charlie Hebdo.

Het contrast is verrassend. De genadeloze, soms scabreuze tekenaar schuift goedmoedig op sloffen door het Scandinavisch geïnspireerde, houten huis in een arbeidersvoorstad van Parijs. Als hij even een boek in de volle kast zoekt heeft hij, bril in de mond, iets van een gerechtsauditeur, of een notabel van buiten de Randstad. Misschien geen wonder, zijn vader was huisarts in Ermelo. Kranten thuis waren het Algemeen Handelsblad en Trouw. Toch “waren de zondagmiddagen wel eens lang”. De jonge Holtrop droomde weg in folders met enge ziektes, de boekjes van Dick Bos en vooral een Hollandse gravurebijbel.

Op zijn vijftiende verliet hij de Veluwezoom, bezocht scholen voor lastige jongens, werkte in een koekfabriek, liftte door Europa en ging grafisch ontwerp doen aan de Academies van Arnhem en Den Bosch. Hij wilde tekenen voor kranten. Dat doet hij nog steeds. Voor Libé maakt hij er twee per dag: “één voor de krant en één om ze aan het lachen te maken”. Beide faxt hij om een uur of een in de middag, iedere dag, behalve vrijdag en zaterdag - dan werkt hij niet.

Libération heeft, met de benoeming van de nieuwe hoofdredacteur Laurent Joffrin, zijn linkse basishouding herbevestigd. Waar staat Willem in dit universum sinds '68? Holtrop: “Ik ben venijniger voor rechts dan voor links. Mensen als Pasqua en Debré [oud-ministers van Binnenlandse Zaken, red.], daar krijg ik nooit genoeg van. In '81, toen links voor het eerst het presidentschap had gewonnen, verwachtte iedereen daar veel van. Later bleek dat de socialisten er even weinig van bakten. Nu zie je hoe Voynet [leidster van de Groenen en minister van Milieu, red.] en Hue [voorzitter van de communistische coalitiepartner, red.] gijzelaars zijn van de huidige linkse regering. Ik ben niet aardiger voor links. Jospin brengt er ook niks van terecht. Juppé [de vorige, rechtse premier, red.] vond ik op den duur meelijwekkend. Chirac? Verdient geen extra sympathie. Séguin? [huidige leider van neo-gaullistische RPR, red.] Wel een sympathieke dikkerd. Maar uiteindelijk zijn het allemaal klimmers die over lijken gaan. Ik vermijd het met die mensen om te gaan.”

Zijn verklaarde vijand door de jaren heen is Jean-Marie Le Pen, de voorman van het extreem-rechtse Front National. Die heeft hij steeds weer in nieuwe groteske gedaantes afgebeeld. Twee keer leverde dat een kort geding op, dat hij won. Maar de redactie van Libération wil toch liever niet dat hij Le Pen visueel in verband brengt met hakenkruisen, want dat proces wint het FN misschien.

En Frankrijk? Zit er ontwikkeling in? “Ik vrees van niet. Ze zijn zo corrupt, ze leren het maar niet af. Het land wordt wel opener naar de wereld. Ze moeten wel. Toen ik kwam sprak niemand een tweede taal. Nu is dat heel gewoon.”

Waarom verklaart hij Frankrijk en de wereld soms zo wreed en zo geslachtelijk? Willem: “Ik vertel altijd hetzelfde verhaal. Slechte mensen zijn slecht en goede goed. Seks is een onderdeel van alles, het hele leven. Mensen doen elkaar onredelijk veel pijn. Ze zijn vaak redeloos. In Algiers, hier, overal. Het zit onder de oppervlakte van de beschaving. Een beetje krabben en het komt tevoorschijn.”

Deadlines, dessins de Willem, des 60's aux 90's. Institut Néerlandais, 121 Rue de Lille, 75007 Paris, 11 juni tot 12 juli. Métro Assemblée Nationale.

    • Marc Chavannes