'Egypte is allergisch voor een vrije pers'

Voor uitgevers en redacties in Egypte wordt persvrijheid meer en meer een holle frase. Uitgevers liggen steeds weer met de overheid overhoop.

KAIRO, 6 JUNI. Sinds maart heeft Hisham Kassem een cartoon op zijn bureau liggen: een journalist wiens handen er met een schaar afgeknipt zijn. Kassem, uitgever van het populaire Engelstalige blad Cairo Times in Egypte, heeft de cartoon niet hoeven gebruiken. Nog niet. Het scheelde een paar keer geen haar of de Cairo Times was ter ziele gegaan. Deze week is er weer paniek: de Egyptische drukker kreeg een telefoontje van een regeringsfunctionaris die zei dat het blad niet meer gedrukt mocht worden. Omdat Kassem (nog) geen officiële bevestiging van dit dreigement kan krijgen, zijn de persen toch gaan draaien, en komt het blad morgen weer uit.

“Bladenmaken in Egypte”, zegt Kassem, “is een guerrilla”. Eerst lag hij, met tientallen andere uitgevers van onafhankelijke media, dit voorjaar met de censor overhoop. Toen kregen ze van de overheid te horen dat ze hun bladen niet meer mochten drukken in Egyptes belastingvrije zones. Zodra al die uitgevers een drukker op Cyprus of Malta hadden gevonden, mochten ze ineens weer wel drukken in die belastingvrije zones. Dat was twee weken geleden. Toen kwam, woensdag, het telefoontje aan de Egyptische drukker. Hij mocht de tweewekelijks uitkomende Cairo Times en een ander Engelstalig blad, de Middle East Times, niet drukken “omdat het geen weekbladen zijn maar kranten”. De andere bladen mogen wel gedrukt worden.

De Cairo Times biedt een goede case-study voor de beknotting van de persvrijheid in Egypte. Naar buiten toe is die vrijheid het paradepaard van de regering, die graag de indruk wil wekken dat er privatiseringen en democratiseringen gaande zijn. Maar voor uitgevers en redacties wordt persvrijheid meer en meer een holle frase.

Hisham Kassem, een levendige Egyptenaar van midden-veertig, richtte het opinieblad in januari 1997 op. Het verschijnt weken in een oplage van 300.000 full colour exemplaren en bedrijft serieuze journalistiek, geen rioolschrijverij, zoals overheidsdienaren soms beweren. De Brits-Egyptische redactie werkt in een vervallen koloniaal gebouw in hartje Kairo. Net als andere nieuwe tijdschriften die de officiële regeringsbladen naar de kroon steken - die haast niemand meer leest omdat ze “mobilisatie-instrumenten van de overheid zijn geworden” - kreeg de Cairo Times geen vergunning van de overheid. Je hebt tien financiële partners nodig, en moet 250.000 dollar borg storten (voor een krant: 1 miljoen dollar). Maar dat was niet Kassems probleem. Het probleem is dat de Hogere Persraad die de vergunningen toekent, al twee jaar niet bijeen is gekomen. “Collega's die een sportblad wilden beginnen”, zegt hij in zijn bureau, “wachten nu nog. Alleen uitgevers met connecties bij de veiligheidsdienst krijgen soms een vergunning.”

Gelukkig was er een achterdeur: drukken in de belastingvrije zones. Daarvoor is geen vergunning nodig. De kopij moet wel aan de Censor voor de Buitenlandse Pers worden voorgelegd. Tachtig procent van de ongeveer 250 bladen in Egypte bewandelt die route. Kassem, die zijn blad op Cyprus registreerde, bracht eerst een bezoek aan de censor. “Ik wilde geen moeilijkheden en stelde voor: als hij een artikel wilde schrappen zou ik dat doen, maar alleen als hij ons redelijk zou behandelen.”

Het ging een jaar goed. Soms had de censor bezwaar tegen een kop. Soms wilde hij een bericht over aids in staatsziekenhuizen schrappen, terwijl hij een lang artikel over hetzelfde onderwerp liet lopen dat een bladzijde verderop stond. “Het is mentale kwelling. Criteria zijn er niet. Het hangt van zijn bui af.”

Eind 1997 werd in Egypte, na lang touwtrekken tussen Journalistenbond en regering, een nieuwe perswet van kracht. Prompt verdwenen er drie journalisten wegens godslastering achter de tralies. Begin '98 werd de populaire krant Al-Dustour gesloten. Bij regeringskranten als Al-Ahram werden journalisten, die door het liberale persbeleid van de afgelopen jaren enigszins hun nek durfden uit te steken, weggepromoveerd. In maart werd een redacteur van de Cairo Times opgepakt toen hij op reportage was. Hij kwam na zes uur vrij. Kassem diende een klacht in bij de politie, maar kreeg nooit antwoord. De redacteur schreef er een column over. De censor verbood dat: als Kassem een appeltje wilde schillen met de staat, moest hij dat niet in een column doen. Kassem drukte de column toch af. Het nummer werd verboden.

Het nummer erna was “een slachting”. De censor verbood een recensie van een boek over Saoedi-Arabië dat gewoon in Egypte te krijgen is, en een artikel over extremistische web-sites die voor iedereen toegankelijk zijn. Die dag vroeg Kassem een tekenaar om de cartoon te maken van de journalist met de afgeknipte handen. “Ik dacht, het eind is nabij. Deze regering is allergisch voor de vrije pers”.

Op 31 maart verbood de regering alle media-zonder-vergunning om in de belastingvrije zones te drukken. Een reden werd niet gegeven. Sommigen dachten dat de regering de onafhankelijke media wilde dwingen om belasting te betalen (36 procent). Anderen fluisterden dat de verboden krant Al-Dustour in een belastingvrije zone wilde gaan drukken, en dat de regering daar een stokje voor wilde steken. Kassem zegt: “In de zones zijn alleen persen om tijdschriften te drukken. Een dagblad als Al-Dustour is daarop een week bezig. Wat die belasting betreft: als de overheid ons een vergunning geeft, betalen wij die belasting graag.”

Het hoofd van de Investeringsbureau had het decreet getekend, maar zei: “De order kwam van Boven”. Typisch Egypte, vindt Kassem: “Niemand neemt ooit ergens verantwoordelijkheid voor. De regering wil privatiseren, om lid te worden van de Wereldhandelsorganisatie. Dat betekent: minder overheidsbemoeienis, politieke liberalisatie. Er zijn maar drie ministers die daar werkelijk in geloven.”

De drukkers verloren hun opdrachten. De uitgevers weken uit naar Cyprus of Malta. Behalve het belastinggeld liep Egypte daardoor miljoenen aan druk-opdrachten mis, wat slecht was voor de Egyptische economie. Eind mei maakte de Egyptische premier dan ook bekend dat de media toch weer in de belastingvrije zones mochten drukken. Hij gaf geen toelichting.

Nu Kassem weer terug is bij zijn Egyptische drukker, wordt die onder druk gezet. Mocht het jongste dreigement vandaag of morgen officieel worden, dan wijkt hij weer uit naar Cyprus. Kassem kan er niet om lachen. “Dit is geen manier van werken. Je weet nooit wat ze voor je in petto hebben.”