'Die varkens zijn doodnormaal'; FRANK GROSVELD OVER DE MISVERSTANDEN VAN GENETISCHE MANIPULATIE

Het Britse bedrijf Imutran voert experimenten met genetisch gemani- puleerde varkens uit in Nederland. Moleculair celbioloog Frank Grosveld werkt nauw samen met Imutran. Er bestaan veel misver- standen over zijn werk, maar bommeldingen krijgt hij niet meer.

'IK ZOU EEN genetisch gemanipuleerd varkenshart in mijn lichaam laten zetten. Ja, als het mijn eigen leven zou redden, zou ik het transgene varken opofferen', zegt prof.dr. Frank Grosveld. De hoogleraar moleculaire celbiologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam werkt onder andere nauw samen met het Britse bedrijf Imutran dat genetisch gemanipuleerde varkens maakt. Grosveld doet fundamenteel onderzoek aan transgene muizen. Imutran gebruikt de resultaten hiervan voor de genetische manipulatie van hun varkens.

Imutran raakte twee weken geleden in opspraak door de experimenten die het bedrijf heeft laten uitvoeren bij het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk. Onderzoekers van Imutran maken varkens waarbij ze menselijke genen inbrengen. Door die ingreep dragen de varkenscellen een menselijk eiwit op hun oppervlak waardoor de organen naar verwachting minder snel worden afgestoten als ze, in de toekomst, naar de mens getransplanteerd worden. Zover is het nog niet. Op het moment test Imutran de transgene organen in apen.

Het bedrijf begon daar twee jaar geleden mee, in eigen huis, maar de proeven stuitten op veel weerstand van Britse dierenbeschermers. Inmiddels rust in Engeland een moratorium op het uitvoeren van xenotransplantaties waardoor transplantaties van varkensorganen naar de mens voorlopig verboden zijn. Men wil eerst meer te weten komen over de risico's. De angst bestaat dat er via het varkensorgaan een nog onbekend virus in de mens wordt geïntroduceerd dat zich vervolgens verspreidt over de bevolking. Bovendien is nog onvoldoende bekend over de doses afweeronderdrukkende middelen die nodig zijn om afstoting van deze genetisch gemanipuleerde organen te voorkomen.

Imutran besloot een aantal transplantaties in Rijswijk te laten uitvoeren. Dat gebeurde vorig jaar voor het eerst. Twee weken geleden volgde een tweede proef. Over de opzet van de experimenten wil het BPRC niks kwijt, dat is bedrijfsgeheim. Het BPRC heeft de proeven van te voren niet aan de Commissie Biotechnologie bij Dieren (CBD) voorgelegd. En dat zou het BPRC wel hebben moeten doen, volgens een herenakkoord dat Nederlandse dierenbeschermers en de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) twee jaar geleden sloten (zie kader). Volgens dat herenakkoord worden experimenten met geïmporteerde, transgene dieren op vrijwillige basis aan de CBD voorgelegd.

U was destijds als lid van de KNAW betrokken bij de onderhandelingen met de dierenbeschermers?

“Ja. Er was een gat in de Gezondheids- en Welzijnswet. Proeven met genetisch gemanipuleerde dieren die in eigen land gemaakt waren, moesten worden voorgelegd aan de ethische commissie. Maar experimenten met geïmporteerde, transgene dieren vielen daar buiten. We hebben toen vanuit de KNAW gezegd: we willen niet flauw doen, wij willen proeven met geïmporteerde transgene dieren best aan de ethische commissie voorleggen. Dat heeft het BPRC nu niet gedaan. Ik had het verstandiger gevonden als ze dat wel had gedaan.

“Maar aan de andere kant zouden ze dan waarschijnlijk geen antwoord hebben gekregen, want aanvragen voor xenotransplantatie worden niet beantwoord zolang de regering geen richtlijn voor xenotransplantatie heeft opgesteld. En die laat voorlopig op zich wachten. Ik wacht zelf al een jaar op een antwoord voor mijn aanvraag om transgene muizen te maken voor xenotransplantatie. Er ligt inmiddels wel een advies van de Gezondheidsraad, maar daar wil de ethische commissie zich niet aan binden, omdat de minister het advies alsnog kan verwerpen. Zolang er geen regeringsstandpunt is, kunnen proeven op het gebied van xenotransplantatie doorgaan. Ik geef toe, heel duidelijk is het allemaal niet.”

Met welk doel doet Imutran die proeven in Nederland?

“Ze willen hun eigen proeven door een onafhankelijke groep laten herhalen. En de proef die Imutran in Engeland heeft gedaan was niet optimaal. De varkens dragen menselijke genen die coderen voor menselijke eiwitten. De organen zijn bedoeld voor de mens, maar die kun je natuurlijk niet zomaar uittesten op mensen. Dus kies je een dier dat erg verwant is aan de mens, de aap. Imutran is in eigen huis begonnen met cynomologe apen, in Rijswijk hebben ze andere apen gebruikt. Maar xenotransplantatie naar apensoorten geeft een vertekend beeld. Hun afweerreactie tegen die organen met menselijke eiwitten is waarschijnlijk heftiger dan de afweerreactie in een mens. Een transplantatie naar de aap is in die zin niet ideaal. Eigenlijk zou je varkens moeten maken die genen van een bepaalde soort aap dragen en daarna zou je de varkensorganen naar diezelfde apensoort moeten transplanteren. Daar heeft Imutran wel over gedacht, maar dat is wegens de gigantische kosten niet gedaan. Daarom doen ze het nu bij verschillende apensoorten. Ik geef toe, het is een beetje trial and error, wetenschappelijk niet optimaal, maar het is niet anders. Achteraf kun je zeggen, Imutran had die investering toch moeten doen. Maar dan blijf je met een andere vraag zitten, namelijk of je in de mens precies dezelfde fysiologische reacties kunt verwachten.”

U heeft het afgelopen jaar geregeld lezingen in het land gegeven over xenotransplantatie. Hoe zijn de reacties?

“Een jaar geleden was er nog veel tegenstand, maar dat is minder geworden. De discussie zit nu in een rustiger fase. Men stelt minder negatieve vragen. Vragen zoals, wat verdien je er zelf aan? Maar er bestaat nog steeds veel onduidelijkheid, over de wetgeving, over wat genetische manipulatie nu precies inhoudt en over de ethische aspecten.”

U heeft van 1981 tot 1993 in Engeland gewerkt. Waren de reacties destijds anders?

“In Engeland zijn de tegenstanders doorgaans wat fanatieker. Maar je moet wel bedenken dat het de begindagen van de genetische manipulatie waren en omdat alles zo nieuw was bracht het automatisch fellere reacties met zich mee. Ik werkte in Londen, bij het National Institute for Medical Research. Ik onderzocht de expressie van globine-genen, dat zijn de genen die betrokken zijn bij de aanmaak van hemoglobine. Dat is trouwens nog steeds het zwaartepunt van mijn onderzoek, ook hier in Rotterdam. We waren destijds een van de eersten die genetisch gemanipuleerde muizen maakten en dat leidde tot ontzettend veel protest. Tot bedreigingen zelfs. Alle post ging door een X-ray machine. Ons gebouw is vele malen ontruimd vanwege vermeende bommeldingen. Alle werknemers werd aangeraden om iedere ochtend voordat ze naar het werk gingen onder de auto te kijken, er zou een bom gemonteerd kunnen zijn. En als je op het werk kwam gingen ze met een spiegel aan een lange stok de onderkant van je auto controleren. Maar bij ons is er nooit iets gebeurd. Bij David White, wetenschappelijk directeur van Imutran, bijvoorbeeld wel. Bij hem hebben ze een keer ingebroken en van alles beschadigd. Maar hij blijft er schijnbaar rustig onder. Het doet hem niet veel, zegt hij.”

Wijken de transgene varkens af van de niet gemanipuleerde varkens? Zo blijken Dolly en ander gekloonde dieren soms een stuk zwaarder dan het dier waarvan ze afstammen.

“De varkens die bij Imutran rondlopen zijn doodnormaal. Als je de stallen binnenloopt en je ziet ze rondscharrelen, dan zijn ze niet te onderscheiden van de niet gemanipuleerde dieren. En dan heb ik het niet alleen over het uiterlijk, maar ook over allerlei fysiologische parameters. De transgene varkens zijn niet immuundeficiënt, ze lijden niet aan een ziekte. Het enige verschil is dat ze een paar menselijke genen bevatten.”

Er zijn mensen die de varkens vanwege die menselijke genen geen varkens meer noemen.

“Dat vind ik zo'n flauwekul. Er wordt beweerd dat je de soortbarrière doorbreekt, maar je hanteert dan een wel erg enge definitie van het begrip soort. Want één zo'n stukje extra erfelijke informatie bepaalt de soort helemaal niet. Het gaat om het samenspel van tienduizenden genen, het netwerk. En dat netwerk verander je niet door de introductie van een enkel gen, ook al komt dat van een andere soort, in dit geval de mens.

“Ik weet wel dat je via bepaalde genen het netwerk kunt veranderen. Maar dan krijg je geen andere soort, dan krijg je een defecte soort. Een voorbeeld: de mens heeft geen staart, de muis wel. Ik zou ervoor kunnen zorgen dat de muis zijn staart verliest. Ze bestaan, staartloze muizen. Maar het blijven muizen. Het worden niet opeens mensen. De andere kant op, de mens een staart aanmeten, is veel en veel moeilijker. Je zou de mens een aantal genen van de muis kunnen geven, maar ik betwijfel of het je daarmee lukt. De genetische informatie voor de aanleg van een staart is enorm complex en er is waarschijnlijk maar één, zeer ingewikkelde manier waarop dat zou kunnen. Het zal uitermate veel moeite kosten om dat proces na te bootsen. Bij de evolutie van de ene soort in een andere gaat het altijd om het verlies van een aantal functies en tegelijkertjd de winst van een aantal andere functies. Je kunt op je klompen aanvoelen dat het een bijzonder gecompliceerde toestand is die niet afhangt van een beperkt aantal genen, maar van een heleboel.”

Leven we langer als we varkensharten, -nieren en -levers kunnen transplanteren?

“Onze gemiddelde leeftijd zal nauwelijks omhoog gaan. Het is bedoeld om de kwaliteit van het leven van een kleine groep patiënten te verbeteren. Denk aan de nierdialyse. Nu moet een patiënt een paar keer per week aan de apparatuur en is daar iedere keer een uur of vijf mee kwijt. En dan voelt zo iemand zich nog vreselijk, dat realiseren mensen zich niet goed. Als je die situatie kunt verbeteren via xenotransplantatie, ben ik daar voor.

“Maar voor xenotransplantatie moet je dieren doden en daar krijg je tegenstand tegen. Sommige tegenstanders kiezen heel consequent voor het dier, daar heb ik wel waardering voor. Want dat betekent bijvoorbeeld geen huisdieren, dat betekent geen hekken om de boerderij. Maar ja, dat leidt binnen de kortste keren tot rechtstreekse conflicten. Denk bijvoorbeeld aan muskusratten. Die blijven dijken uithollen. Moet je ze dan toch hun gang laten gaan? Dan praat je over tegengestelde belangen en wordt het een kwestie van grenzen trekken.”

Als xenotransplantatie ooit praktijk wordt, wie gaat het dan betalen?

“Ik hoop dat ons gezondheidssysteem dat gaat vergoeden, zoals het dat ook doet met andere behandelingen die tonnen per patiënt per jaar kosten. Of xenotransplantatie uiteindelijk duurder zal blijken dan een gewone transplantatie, ik betwijfel het. Je kunt het bijvoorbeeld zo regelen dat je van een varken meer organen op eenzelfde tijdstip kunt gebruiken. Sommigen beweren dat de wachtlijsten daardoor alleen langer worden omdat er bij zo'n grote voorraad aan organen steeds meer ziektes in aanmerking komen voor transplantatie. Ik weet niet of dat gebeurt, maar ik vind dat je het helpen van meer mensen niet als argument mag aanvoeren om xenotransplantatie tegen te houden. Iedere geholpen patiënt is er één.”