DE PAARDENVROUWEN VAN BARTELS

Imke (21) en haar moeder Tineke Bartels (47) zijn onafscheidelijk. Ze wonen onder één dak, trainen samen en rijden dit weekeinde beiden in Nijmegen waar het Nederlands kampioenschap dressuur wordt gehouden. “Ik wil net zo goed worden als Anky”, zegt Imke.

In vrijetijdskleding zit Luciano Pavarotti naast Joep Bartels. In de woonkeuken van haar huis aan de weg tussen Lage Mierde en Hooge Mierde geeft Tineke Bartels uitleg bij de foto waarop haar man met de operazanger prijkt. De zwaarlijvige Italiaan blijkt een groot paardenliefhebber. Elk jaar organiseert Pavarotti een concours in Modena, in het noorden van Italië. “Hij mag eigenlijk niet in de stallen komen”, weet Bartels, “omdat hij daar door het stof last krijgt van zijn luchtwegen.”

Tineke Bartels kijkt nog eens naar de foto. “We zijn altijd met paarden bezig en dat is best wel een eenzijdig bestaan. Maar ik ben wel de hele wereld over geweest.” Pas op 32-jarige leeftijd drong Bartels door tot de nationale dressuurploeg, na een carrière als spring- en military-ruiter. “Joep was zijn business (hippisch marketingbedrijf BCM, red.) aan het opbouwen en zei dat ie geen tijd had om voor de kinderen te zorgen als ik in de sloot zou vallen. Joep en z'n ouders, die ook voor de kinderen zorgden, vonden het te gevaarlijk. In de military mag je geen rem hebben. Dan wordt het gevaar alleen maar groter.”

Het was vooral met dressuurpaarden dat Tineke Bartels de wereld rondtrok. Ze deed mee aan alle Olympische Spelen sinds 1984 in Los Angeles. Haar olympische debuut beschouwt ze als de mooiste van de vier. Tweemaal won ze met de dressuurploeg olympisch zilver, in Barcelona en Atlanta. Met Luxaflex, een achtjarige hengst, wil ze nog één keer de top bereiken.

In 1992 was Imke als toeschouwer aanwezig in Barcelona. Ze volgde de verrichtingen van haar moeder van een afstand. Ze overnachtte op een camping. Twee jaar geleden zat ze er in Atlanta met haar neus bovenop, als groom van haar moeder. Ze kwam in de stallen en in het olympische dorp. “Dat was helemaal het einde”, zegt ze. Imke verzorgde Barbria, destijds het paard van haar moeder, en beleefde van nabij de oplopende spanning naar de finale van de individuele dressuur. Maar favoriete Anky van Grunsven moest met Bonfire genoegen nemen met zilver.

Imke was destijds negentien en zeer onder de indruk van de manier waarop Van Grunsven direct na haar kür de teleurstelling van de tweede plaats verwerkte. “Vooral in de aanloop naar de finale was de spanning groot”, herinnert Imke zich. “Door het plotselinge overlijden van haar oma en door de problemen bij de keuring van Bonfire op de dag voor de wedstrijd. Toen de uitslag bekend werd, kwam er heel veel pers op haar af. Ik bewonder hoe ze iedereen toch nog te woord stond. Ze was een hele goeie verliezer.”

Imka's eerste herinneringen aan Olympische Spelen dateren van 1984. Als zevenjarig meisje zat ze voor de televisie toen haar moeder in Los Angeles in de baan reed. Hoewel ze er geen medaille won, beschouwt Tineke Bartels de Spelen van 1984 als haar meest gedenkwaardige Spelen. “We werden steeds met gele schoolbussen vervoerd. In de bus zat altijd een politieman met een stengun. In het olympisch dorp speelden de Beach Boys. Overal waar je kwam stonden Amerikanen met vlaggen te zwaaien. Wij waren helden, terwijl ik eigenlijk nog niemand was. Ik kwam daar de ouwe hockeycoach Van Heumen tegen. Op de sportacademie was hij mijn speldocent geweest. Hij stond ervan te kijken dat ik nog zo'n hoog niveau had gehaald. Op de academie was ik een gemiddelde leerling.”

Een paard dat kunstjes doet, past dat niet beter in het circus dan op Olympische Spelen? “Misschien is dressuur nog meer sport dan springen, het is ook veelzijdiger”, werpt Tineke Bartels tegen. Dressuur is volgens haar een sport met toegevoegde waarde. “Het heeft ook veel weg van ballet. Bij dressuur moeten de paarden voortdurend in een niet-natuurlijke houding lopen. Wij moeten de paarden die houding laten vasthouden, tien minuten lang. Bij springen gaat het er alleen maar om dat die balk blijft liggen. Daar mogen paard en ruiter op hun eigen manier de baan doorgaan. Dressuur is een krachtsport, terwijl het er als ballet moet uitzien. Een paard heeft enorm veel kracht nodig om zo door de baan te gaan.”

Imke groeide op tussen paarden, pony's, ruiters en amazones. Tineke sleepte haar overal mee naar toe, net als Imkes één jaar oudere broer Gijs. Ze was een jaar of vier toen ze voor het eerst op de pony Sammy reed. Op de binnenplaats tussen woning en manege staat de kwieke Sammy in een stal van zijn pensioen te genieten, inmiddels dertig jaar oud. Het dier heeft aan de Koestraat gezelschap van veertien paarden, waarvan er drie eigendom zijn van de familie Bartels. Imke: “Tot mijn elfde heb ik op die pony gereden, door de bossen, plat door de bocht, rauwdauwen.” Met pony Bianca vierde ze vanaf haar elfde jaar haar eerste successen.

Lange tijd drukte Tineke haar dochter op het hart dat ze ook een partner moest zoeken die affiniteit met paarden heeft. “Hij moet zich er in elk geval bij betrokken voelen”, zegt Tineke, dochter van een slager uit Nuenen die in zijn vrije tijd springruiter was. “Stel je voor, een boer met een boerin die niet wil helpen bij het melken of het hooien, dat kan toch niet? Je partner moet datzelfde leven willen leiden. Als moeder van twee kinderen had ik bijvoorbeeld nooit aan vier Olympische Spelen kunnen meedoen als mijn echtgenoot me niet zo had gesteund.”

Niet toevallig is Joep Bartels, die opgroeide in Lage Mierde, ook gek van paarden. Tineke: “Hij zocht een paardenvrouw en kende iemand die hem kon helpen. Een dierenarts uit Reusel heeft ons bij elkaar gebracht. Het was bij een koliekgeval, bij een zekere Tuyll van Serooskerken. Joep bracht me naar huis.” De eerste afspraak kende geen clichés. “Hij zou me de volgende maandagochtend om zes uur komen ophalen. Ik moest op de renbaan laten zien dat ik goed kon rijden.” Tineke legde een geslaagde proeve van bekwaamheid af. Joep Bartels had een vrouw gevonden.

Imke heeft sinds een paar maanden een dorspgenoot als vriend. Ze leerden elkaar kennen in de plaatselijke kroeg. Hij komt weliswaar niet uit de paardenwereld, maar net als Imke heeft hij ooit pony gereden. “En hij gaat graag mee naar concoursen”, lacht Imke. “Bovendien heet hij ook Joep.” Nu lacht Tineke ook.

Imke weet zich in tegenstelling tot haar moeder nog wel eens te ontworstelen aan het paardenleven. “Ik heb nog wel tijd om uit te gaan. Ik ben niet zo'n discoganger. Ik ga liever iets drinken in het café, om te kletsen, naar het theater of naar een popconcert.” Als Tineke geen concours heeft, is ze gekluisterd aan de manege. “Zeven dagen per week, 24 uur per dag.”

De familie Bartels heeft plannen voor een hippische academie, die bij de woning zal verrijzen. De bouw begint deze zomer. Tineke: “Wij denken dat Nederland en België er klaar voor zijn.” Het opleiden en bijscholen van dressuurruiters en het verzorgen van seminars zijn enkele activiteiten die de academie straks aanbiedt. Om zich fulltime aan deze taak te kunnen wijden, deed Joep Bartels zijn aandelen in BCM van de hand.

Vorig jaar droeg Tineke de merrie Barbria over aan haar dochter. Dat zou erop kunnen wijzen dat Tineke haar carrière afbouwt ten gunste van haar dochter, maar daar is geen sprake van. Met Luxaflex wil Tineke zich in de nationale dressuurselectie rijden, net als Imke. “Voor topsport ben ik een ouwe”, vindt Tineke. “Maar ach, Pessoa is ook al zestig geweest.”

Ze schonk Barbria aan haar dochter, omdat de 15-jarige merrie nog een paar jaar aan de top meekan. Imke had zo'n topper nodig om zo snel mogelijk internationaal goed te kunnen presteren. Tineke: “Bovendien was ik aan verandering toe. Ik had de indruk dat de jury ook was uitgekeken op de combinatie. Maar de belangrijkste reden was dat Imke nergens anders een Grand-Prixpaard kon krijgen.”

Haar eerste grote succes met Barbria kende Imke Bartels dit voorjaar. Bij Indoor Brabant kwalificeerde ze zich met Barbria voor de wereldbekerfinale dressuur in Gothenburg. Ze reed in de combinatie voor 12.000 toeschouwers naar een zevende plaats. In Atlanta was Imke de groom van haar moeder, in Zweden waren de rollen omgedraaid. “Al was ik daar meer trainer dan groom”, zegt Tineke, die het meeste plezier beleeft aan het africhten van paarden. “Als je ze alles hebt geleerd en het ziet er mooi uit, als ze alles doen waarvan je hebt gedroomd toen je ermee begon, dan geeft dat voldoening.”

Eenmaal in de week trainen moeder en dochter Bartels bij Sjef Janssen, trainer en partner van Anky van Grunsven. “Ik moet nog veel leren”, zegt Imke. “Toen we dinsdag bij Sjef waren, had ik m'n linkerhand niet goed op het paard. Daar wijst hij je dan op. Want je moet niet alleen controle over je paard hebben, ook over jezelf. Als je jezelf niet in de hand houdt, krijg je je paard ook niet onder controle.”

Imke en Tineke strijden om de vierde plaats in de nationale selectie. Voorlopig wijst niets er op dat Van Grunsven, Sven Rothenberger en Ellen Bontje zich uit de landelijke top-drie zullen laten rijden, dus resteert één plek. Tineke: “Met Luxaflex doe ik een poging om er bij te komen.”

Het NK is een eerste indicatie voor de krachtsverhoudingen achter de top-drie. Later in het seizoen, in Arnhem en Rotterdam, wordt geselecteerd voor de Wereldruiterspelen van begin oktober in Rome. Imke: “Voor Sydney komen ongeveer vijf combinaties voor die vierde plek in aanmerking. De wil om te leren wordt er alleen maar groter door. ik wil net zo goed worden als Anky.” Imke beseft dat ze nog een lange weg heeft te gaan. Tineke vult haar aan: “Je gaat voor de absolute top, maar het zal niet gemakkelijk zijn.”

    • Ward op den Brouw