De muur

Ik pak er lijn 1 wel eens voor. Rij er een keer langs. Stap twee haltes verder uit en neem lijn 2 terug. Kijk mijn ogen uit.

Behalve een bijna identieke plek in Oud-West, die ik nooit meer heb teruggevonden, zijn er geen vijftig vierkante meter zo zwart in de stad. Zo gitzwart is geen enkele muur. Nachtzwart, dubbelzwart, alleszwart.

De muur is zo zwart omdat de muur steeds opnieuw wordt geverfd. Soms wel elke week. Ofschoon ik de daad zelf nog nooit heb bijgewoond. Misschien gebeurt het 's morgens heel erg vroeg.

Hoe weet je dan dat die muur steeds wordt geverfd? Vraagt iemand. Zwart is zwart is zwart!

Het essentiële van mijn waarneming heb ik natuurlijk, omdat ik een verhaal vertel, zolang achterwege gelaten. Soms neem ik de tram en kijk naar de muur en dan is hij niet helemaal zwart. Dan zijn er kwajongens langs geweest en die hebben iets achtergelaten op de muur. Wat ze grafitti noemen. Maar daar is die muur niet voor. Jammer. Want het is juist daarvoor de meest aantrekkelijke muur die waar dan ook omhoog klimt.

Die muur is van God. Die muur is de achterzijde van een kerk op het Begijnhof. Daar woont Hij. Zeggen ze. Als Hij dus ziet, want Hij heeft ogen in zijn rug, dat ze weer met hun spuitbus aan Zijn muur hebben gezeten, roept hij Zijn kwast en sist: 'Het is weer zover!' En daar komt De kwast met donkerzwart al weer aan. Met grote, vaak potvisvormige, vlekken wordt de akelige grafitti ondergeverfd.

Het heeft iets ontroerends. Dat Hij niet wil dat de mensen met hun poten aan Zijn muur zitten. Maar desondanks. In de muur zitten inmiddels wel honderd graffiti opgesloten, misschien nog veel meer. Steeds afgedekt met die definitief bedoelde laag inktzwarte verf.

Want de kwajongens zijn niet te verslaan, maar Hij ook niet.

Na jaren heen en weer langs de muur wordt het tijd voor een foto. Een foto maken van de muur mag wel, althans dat hoop ik. Met zorg kies ik de camera voor het evenement. Een antieke Rolleiflex. Door een vriend aan mij geschonken, nadat hij er nog nooit een zeemeermin mee heeft vastgelegd. De lens kan daarover meepraten. Want alle zout van alle strandwandelingen is eraan voorbij gegaan en heeft zorgzaam de coating meegenomen. Maar een mooie lens blijft het.

Ik fotografeer de muur. Niet na of tijdens, maar voor. Kwart voor de kwast. De foto is, zoals het een onzichtbare foto betaamt, mislukt. Er staat veel te veel zichtbaars op. Vooral die zwarte schaduw van een boom op de zwarte muur. En de onhandige boom zelf, die zo kuis obscene boom. Waar G. gelukkig geen zeggenschap over heeft.

    • Philip Mechanicus