De jonge jaren van een Britse fascist

Hoe zou Nederland reageren als een omroep een dramaserie zou maken over het leven van NSB-leider Mussert? Een serie die bovendien grotendeels gebaseerd zou zijn op herinneringen van familieleden en vrienden uit de omgeving van Mussert? Ongetwijfeld zou het tot diep gefronste wenkbrauwen hebben geleid.

Dat gebeurde ook in Groot-Brittannië, waar scenarioschrijvers Lawrence Marks en Maurice Gran voor Channel 4 een vierdelige serie maakten over Oswald Mosley, leider van de British Union of Fascists - een organisatie die bij de Britten overigens nooit echt voet aan de grond kreeg. De komende vier zondagen zal de serie bij de VPRO te zien zijn.

Oorlogsveteraan Oswald 'Tom' Mosley werd in 1918 voor de Conservatieven gekozen in het Lagerhuis. Als 22-jarige was hij the baby of the House. Vrij snel liep hij over naar Labour, belandde in het kabinet van Ramsay MacDonald, maar nam in 1929 ontslag toen zijn voorstellen voor modernisering van de Britse economie werden afgewezen. De toespraak waarin hij zijn vertrek aankondigde wordt door velen nog steeds beschouwd als een van de beste die sinds jaren in het Lagerhuis was uitgesproken.

Daarna ging het mis. Mosley raakte in de ban van Hitler en vooral ook van Mussolini, formeerde in 1931 de New Party en een jaar later de British Union of Fascists. Hij betoonde zich steeds openlijker een antisemiet en werd in 1940 geïnterneerd. Na de oorlog werd Mosley door niemand meer serieus genomen, hij stierf in 1980, 84 jaar oud en nog steeds volop in de weer met het ontwerpen van blauwdrukken voor de ideale samenleving.

In de Britse media was de kritiek op de manier waarop Marks en Gran (die volgens henzelf alleen acceptabel waren als scenarioschrijvers omdat ze joods zijn) het verhaal van Mosley in beeld brachten in de eerste plaats gericht op de bron die ze voor het verhaal hebben gebruikt. De serie is voornamelijk gebaseerd op de memoires van Mosley's zoon Nicholas en zou daardoor een te positief beeld geven.

Helemaal ongelijk hebben de critici niet. Alleen al doordat Marks en Gran zich vooral richten op de jaren tot 1930 - pas in deel vier komt Mosley's fascinatie voor het fascisme aan de orde. Sir Oswald (een briljante rol van Jonathan Cake) is in de visie van Marks en Gran een energieke, glamorous en intelligente man. Die al snel merkt dat het Britse politieke systeem niet is ingericht voor snelle veranderingen.

In hun poging om de keuzes van Mosley begrijpelijk te maken hebben de schrijvers zijn politieke opponenten wel erg bleek neergezet. Ondanks zijn fiere oogopslag blijft Lloyd George een zwakke figuur en ook Churchill komt nauwelijks uit de verf. Bovendien lijken de motieven van Mosley, althans in de eerste twee delen, eigenlijk nogal onschuldig. Hij wordt afgeschilderd als een enigszins egocentrische idealist voor wie politiek in de eerste plaats een soort theater is.

Maar wie niet wordt gehinderd door Britse gevoeligheden kan aan Mosley veel plezier beleven. Niet alleen wegens de mooie dialogen, de weelderige aankleding en het degelijke acteerwerk, maar ook omdat een mooi beeld wordt geschetst van de Britse politieke (en maatschappelijke) structuur in de jaren na de Eerste Wereldoorlog.

Mosley (deel 1), zondag, Ned.1, 20.33-21.29u.

    • Paul Luttikhuis