BolsWessanen-zaak mysterie voor rechter

De rechtbank van Amsterdam worstelde gisteren met de complexe materie van opties. De rechters konden maar moeizaam communiceren met een optiehandelaar die terecht stond wegens handel met voorkennis in het fonds BolsWessanen.

AMSTERDAM, 6 JUNI. Drie rechters van de meervoudige kamer namen een aanloopje en sprongen in het diepe. Als volslagen leken zaten ze tegenover de doorgewinterde optiehandelaar S.M. die moest voorkomen in de voorkenniszaak BolsWessanen.

“Kunt u in het kort uitleggen wat u eigenlijk doet op de optiebeurs?” “Nou ja, ik koop en verkoop opties voor eigen risico en verdien aan het prijsverschil”, antwoordde de optiehandelaar. “Ja, ja. Maar hoe dan?”, vroeg de rechter. “Nou, wat ik zeg, ik handel in opties.”

De tweede zitting in het monsterproces met acht verdachten leek soms wat op een schimmenspel. De rechters wisten niet waar zij moest beginnen met vragen. Marketmaker M. leek het allang best te vinden dat zijn beroepmatige bezigheden vaag bleven.

“Wat is eigenlijk een Delta-strategie”, probeerde rechter E. van Schaardenburg. “Nou, als je duizend dollar short zit, dan kun je dat ook uitdrukken in duizend delta's”, antwoordde M. en zweeg verder. De rechters keken elkaar fronsend aan maar vroegen niet door. Een van hen dook opnieuw in het strafdossier en vuurde een totaal andere vraag af.

Met zeer korte en nauwelijks begrijpelijke antwoorden kaatste M. alle vragen terug. De rechters moesten zijn handelswijze toetsen aan de wet maar M. maakte het hen moeilijk door zijn cognitieve macht uit te buiten. Iedere vorm van uitleg zou een ondermijning van zijn verdedigingstrategie zijn.

M. wordt, net als zeven andere verdachten, ervan verdacht in 1994 en 1995 optietransacties met behulp van voorkennis te hebben gedaan. Hoewel bijna iedereen op de beurs dacht dat de koers van BolsWessanen zou stijgen, kocht hij put-opties waarmee hij speculeerde op een koersdaling.

Het toeval wilde dat telkens na deze aankopen het drank- en voedingsmiddelenconcern een persbericht uitgaf met een negatieve koersuitwerking. M. streek hierdoor een voordeel van 63.575 gulden op. Het geld ging naar de gezamenlijke rekening van zijn beleggingsclub Triple Sec, waarvan ook twee andere verdachten deel uitmaakten.

Duidelijk handel met voorkennis, concludeerden de officieren van justitie H. de Graaff en B. Swagerman. “Nee hoor”, vond M. “BolsWessanen is altijd al een ballentent geweest. De fusie tussen Bols en Wessanen heb ik nooit zien zitten. Ik was erg flauw over dit fonds en heb daarom putjes gekocht.” De Graaff: “Waarom kocht u dan niet meer opties zodat u ook meer kon verdienen.” M.: “Daarvoor had ik te weinig financiële middelen.”

De officieren van justitie hadden duidelijk moeite om te bewijzen dat M. heeft gehandeld op basis van informatie die voor andere handelaren en beleggers niet beschikbaar was.

Daarom proberen zij het voor de rechtbank zo aannemelijk mogelijk te maken dat hij de wet heeft overtreden.

De Graaff en Swagerman probeerden uit te sluiten dat hij op basis van andere overwegingen de bewuste opties heeft gekocht.

M. wees er gisteren op dat voor iedereen bekend is wanneer een bedrijf een persbericht met resultaten uitgeeft.

“Ik ben een baissier en heb gespeculeerd op slecht nieuws en dat bleek in deze gevallen te kloppen.” “Maar vindt u het niet toevallig dat de omzet in putopties telkens vlak voor een persbericht van BolsWessanen sterk steeg?” M.: “Daar heb ik geen mening over.”

Latere opmerkelijke transacties in BolsWessanen deed M. omdat hij had gelezen dat de kaasprijzen in die tijd sterk waren gedaald. De daling zou volgens hem de resultaten van BolsWessanen drukken. De Graaff venijnig: “Waarom kocht u dan ook geen putopties op andere kaasfondsen?” M., koeltjes: “Maar meneer De Graaff, er staan toch geen andere kaasconcerns op de beurs genoteerd?”

    • Sjouke Rijper