'Alle asielzoekers in hoger beroep'

DEN HAAG, 6 JUNI. De rechters van de vreemdelingenkamer, de rechtbank voor asielzaken, vinden dat alle asielzoekers de mogelijkheid moeten hebben om in hoger beroep te gaan. De rechters vinden dat er “grote nadelen kleven” aan de beperkte openstelling van het hoger beroep die staatssecretaris Schmitz (Justitie) wil.

Dit blijkt uit een nog vertrouwelijk commentaar van de rechters van de vreemdelingenkamer. Staatssecretaris Schmitz stelde in december vorig jaar voor het hoger beroep voor vreemdelingen weer beperkt open te stellen nadat het in 1994 was afgeschaft, onder meer om de besluitvorming over asielaanvragen te versnellen. De afschaffing van het hoger beroep stuitte echter steeds vaker op kritiek, onder meer van de rechterlijke macht, vluchtelingenorganisaties en van PvdA, D66 en GroenLinks.

De rechters van de vijf vreemdelingenkamers in Nederland keren zich nu tegen de vele beperkingen van het nu door Schmitz voorgestelde hoger beroep. Zij vinden het onjuist dat asielzoekers met een 'lagere' vluchtelingenstatus geen hoger beroep kunnen aantekenen om alsnog een A-status (met meer rechten) te krijgen. Zij menen bovendien dat asielzoekers wier verzoek niet ontvankelijk of ongegrond is verklaard evenmin van hoger beroep mogen worden uitgesloten.

Ook verwerpen ze “op principiële gronden” dat de rechter, die ook inhoudelijk over een afgewezen asielaanvraag gaat, “beslissende invloed heeft op het al dan niet openstaan van hoger beroep tegen de eigen uitspraak”. Het argument van Schmitz dat een mogelijkheid tot hoger beroep voor alle asielzoekers zal leiden tot een zwaardere belasting voor de rechterlijke macht, wijzen de rechters ook van de hand. Met een beperkt hoger beroep zou juist een “zwaarder beslag op het werk van de rechter in eerste aanleg worden gelegd”.