Achter de schermen II

De formatie duurt voort en op de lange lijst van moeilijke onderwerpen staan nog steeds de grote investeringen voor infrastructuur, natuur en milieu. Het boek 'Kiezen of delen' moet informateurs en fractieleiders helpen bij hun geheime overleg, maar de vorige keer illustreerde ik al dat de cijfers in dat boek niet erg hard zijn.

Eén ambtelijk planbureau, het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), komt vaak met heel geflatteerde cijfers over de voordelen van strenge milieumaatregelen. Drie andere planbureaus onder leiding van het Centraal Planbureau (CPB) zien kennelijk kans om die cijfers weer zo te veranderen dat sommige milieumaatregelen veel schadelijker lijken voor economie en werkgelegenheid.

Wat gewone burgers nog moeten geloven van al dit gegoochel is niet zo duidelijk, en dat geldt ook voor een ander belangrijk terrein waar de planbureaus hebben gebotst. Het regeerakkoord zal een paar bescheiden maatregelen aankondigen voor wegenbouw. De berekeningen in 'Kiezen of Delen' gaan uit van ongeveer 30 kilometer extra aanleg of verbreding van snelwegen. Het RIVM vindt dat er bij wegenbouw sprake moet zijn van een heel precies gedefinieerd 'compensatiebeginsel'. Volgens het RIVM wordt links en rechts van iedere weg het landschap tot op een afstand van 1 kilometer bedorven en moet er daarom pondsponds gewijs elders in Nederland exact evenveel grond worden opgekocht voor natuurgebied. Zelfs als een al bestaande snelweg een extra rijstrook krijgt moet volgens het RIVM per meter wegverbreding dus 2.000 vierkante meter worden gekocht voor de natuur. In totaal gaat het om zestig vierkante kilometer extra natuurgebied, maar hoe en waar? Uit de vertrouwelijke interne correspondentie tussen de planbureaus blijkt dat daarvoor 'uiteraard nu nog slechts ten dele' concrete plannen bestaan.

De drie andere planbureaus geven toe dat het kabinet in het algemeen voor iedere nieuwe weg ergens anders wat extra natuur wil opkopen, maar benadrukken dat de keuze voor 2.000 vierkante meter natuur voor 1 meter weg ook maar één mogelijkheid is. In de meeste gevallen gaat het trouwens niet om nieuwe wegen, maar om een extra rijstrook voor een al bestaande snelweg. En dan gebeurt in de onderhandelingen tussen de vier planbureaus iets heel merkwaardigs. De vertrouwelijke waarschuwing dat voor de aankoop van al die extra natuurgebieden nog geen goed uitgewerkt plan is, laat staan een schatting van de aantallen natuurbezoekers en watersporters, doet er opeens niet meer toe. Een totaal bedrag van 870 miljoen gulden krijgt in de uiteindelijke afweging van de vier planbureaus als enige onderdeel van het hoofdstuk 'ruimtelijke kwaliteit en regionaal beleid' de hoogste prioriteit en gaat met een krachtige aanbeveling naar de informateurs.

Ook wie sympathiek staat tegenover voorstellen om Nederland na alle inpoldering van de afgelopen eeuwen nu weer eens met 'natte natuur' wat kleiner te maken, zal toch moeten toegeven dat de absurde precisie van het 'compensatiebeginsel' terecht is afgezwakt en dat we de dossiers 'wegenbouw' en 'meer natte natuur' veel beter apart kunnen behandelen. Als lid-donateur van de Stichting Zuid-Hollands Landschap ben ik een heel groot voorstander van zorgvuldig natuurbeheer in mijn provincie, maar wat heeft dat te maken met het verbreden van een weg bij Arnhem? Het boek 'Kiezen of Delen' bevat geen snipper van een kosten-batenanalyse voor al die natte natuur, om de eenvoudige reden dat er nog niet genoeg is uitgewerkt over de toegankelijkheid, het toerisme of de watersport. Alleen vinden de vier planbureaus het alvast een goed idee om ongeveer de helft van de 60 vierkante kilometer te reserveren voor planten en dieren, en in de andere helft ook de mens toe te laten, maar waar die verdeling op stoelt is ook al weer onduidelijk.

Hier zijn naar mijn mening de ambtenaren op de stoel van de politici gaan zitten. Ze kunnen eenvoudigweg niet wetenschappelijk onderbouwen dat het inkrimpen van de provincie Zuid-Holland met enige tientallen vierkante kilometers belangrijker is dan bijvoorbeeld het helpen van de varkenshouders met hun economische en milieuproblematiek, het bestrijden van de uitdroging van sommige veengebieden in Brabant, of het herstel van stukken natuur in het Westland, om de even eenvoudige als pijnlijke reden dat voor het enige project in deze categorie met een stip iedere kosten-batenanalyse ontbreekt. De 870 miljoen gulden voor de 'natte natuur' is een politieke concessie aan de tegenstanders van uitbreiding van het wegennet en dat kan politiek briljant zijn, maar zo'n oordeel weten de informateurs dan wel te maken. Als de planbureaus in hun vertrouwelijke onderlinge correspondentie kunnen opmerken dat de uitwerking nog lang niet rond is, moet dat natuurlijk ook blijken in het officiële rapport voor de informateurs. Mijn kritiek richt zich dus niet op 'natte natuur', maar op het vermengen van politiek en deskundige evaluatie. Ik blijf zeker ook de volgende twintig jaar donateur van 'Zuid-Hollands Landschap' maar zit wat dat betreft ook nog met één puzzel. Het tijdschrift van 'Zuid-Hollands Landschap' schrijft enthousiast en deskundig over de mogelijkheden voor méér natuur in de delta en weet zeker dat de Maasvlakte bij Rotterdam het liefst helemaal niet mag uitbreiden 'en anders zo noordelijk en zo klein mogelijk'. Even verder schrijft auteur Dick van Hoffen in hetzelfde tijdschrift over de nieuwbouw in Zuid-Holland. Die staat zó dicht op elkaar dat je al blij mag zijn met een tuintje van 3 bij 5 meter om de ecologische ambities vorm te geven. Niettemin: 'toch is er ook op zo'n kleine oppervlakte heel wat mogelijk'.

Al is de tuin nauwelijks groter dan een vel postzegels, de natuur kan volgens 'Zuid-Hollands Landschap' een stukje dichterbij komen. Maar waarom neemt de milieubeweging zo snel stelling tegen elke uitbreiding voor bedrijfsterreinen van Rotterdam, en wordt blijmoedig en constructief meegedacht bij de schrikbarende inkrimping van een ieders persoonlijke groene ruimte bij het huis? Steeds meer Nederlanders op de zogenoemde VINEX-locaties moeten uitkijken op de auto van de buren omdat met 40 tot 60 huizen per hectare geen ruimte meer is voor afgescheiden parkeerplaatsen en voor tuinen zoals we die vroeger aanlegden. Ik loof 1.000 gulden uit voor de lezer die het best kan analyseren waarom de Nederlandse milieubeweging zo vaak wantrouwig is tegen grondgebruik voor werkgelegenheid en niet even kritisch staat tegenover de trend naar almaar compacter bouwen met piepkleine tuintjes.

Behalve de hoofdprijs nog tien troostprijzen in de vorm van een gesigneerd exemplaar van 'Modes in het Milieudebat', een wetenschappelijke studie naar ratio en emotie in een paar andere grote dossiers op milieugebied. Stuur uw inzendingen binnen een maand naar E.J. Bomhoff, Universiteit Nijenrode, Straatweg 25, 3621 BG Breukelen. Ik ben benieuwd.

    • Eduard J. Bomhoff