Abchazië wijst elke regeling af

In opdracht van president Jeltsin bemiddelt de steenrijke zakenman Boris Berezovski, secretaris van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) tussen Georgië en de separatistische republiek Abchazië. Na het recente Abchazische offensief in de grensregio Gali zijn zijn kansen op succes niet rooskleurig.

ROTTERDAM, 6 JUNI. Het conflict tussen Georgië en Abchazië bereikte eind mei een nieuwe fase door een Abchazisch offensief in de grensregio Gali. Op 18 mei liep een Abchazische politiepatrouille hier in een hinderlaag van het Witte Legioen, een paramilitaire Georgische formatie. Twintig Abchaziërs werden gedood. Twee dagen later sloegen de Abchaziërs terug. Terwijl de Russische vredesmacht die de grensstreek tussen Georgië en Abchazië controleert passief toekeek (of de Abchaziërs zelfs artilleriematerieel leverde, zoals Tbilisi beweert), hadden de Abchaziërs vijf dagen (en 350 doden) later de hele gedemilitariseerde zone bezet. 38.000 Georgiërs - vluchtelingen uit de Georgisch-Abchazische oorlog van 1992-93 die pas sinds kort weer naar hun woonplaatsen waren teruggekeerd - werden er opnieuw verdreven. De Veiligheidsraad van de VN, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) trokken heftig aan de bel. Op 25 mei werd een bestand gesloten. De Abchaziërs beloofden de vluchtelingen te laten terugkeren en hun troepen uit de gedemilitariseerde zone terug te trekken, maar hebben beide beloften sindsdien genegeerd. Sjevardnadze heeft een gesprek met de Abchazische leider Vladimir Ardzinba afhankelijk gesteld van de Abchazische naleving van die beloften.

Volgens de Abchaziërs is het Witte Legioen verantwoordelijk voor de opgelaaide strijd: Georgische terreuracties tegen Abchazische doelen houden de zaak voortdurend onder spanning. Het Witte Legioen wordt gecontroleerd door Tamaz Nadareisjvili, voorzitter van het 'Abchazische parlement' - dat geen Abchazisch parlement is, maar bestaat uit de uit het Abchazische parlement van vóór 1992 weggelopen Georgische leden. De radicale Nadareisjvili is lid van de Georgische Veiligheidsraad, maar heeft ten aanzien van de kwestie zo zijn eigen agenda en rijdt daarbij de Georgische president Edoeard Sjevardnadze regelmatig in de wielen. De Georgiërs van hun kant zochten zondebokken voor het militaire fiasco - een “nationale en morele ramp”, volgens de Georgische oppositie - in het buitenland: de para-militairen die op 18 mei de zaak aan het rollen brachten, zei ex-minister van Veiligheid Sjota Kviraja, waren opgestookt door buitenlandse inlichtingendiensten; bovendien had de Russische vredesmacht in Gali de oprukkende Abchaziërs geen strobreed in de weg gelegd.

Maar de Abchazische en de Georgische leiding dragen ook zelf een deel van de verantwoordelijkheid. De Abchaziërs blokkeren al vier jaar de toegezegde terugkeer van de 200.000 Georgiërs die in 1992 en 1993 op de vlucht zijn gedreven en sindsdien onder tamelijk kommervolle omstandigheden in Georgië op hun terugkeer wachten - een groep die, geleid door Nadareisjvili, Sjevardnadze voortdurend onder druk houdt. De Abchazische onwil hen te laten terugkeren is mèt het conflict over de toekomstige status van Abchazië binnen de Georgische eenheidsstaat, federatie of confederatie de belangrijkste hinderpaal voor een oplossing.

Sjevardnadze van zijn kant heeft de afgelopen maanden iets te vaak met een militaire oplossing van het conflict gedreigd om zich nu aan de verantwoordelijkheid voor de opgelaaide strijd te kunnen onttrekken. In januari en februari noemde hij het gebruik van geweld “gerechtvaardigd”. “Als het onderhandelingsproces geen resultaten brengt - en de afgelopen vijf jaar zijn die uitgebleven - is het gebruik van geweld absoluut gerechtvaardigd om de vrede te verzekeren. Bosnië, waar concreet resultaat is bereikt, kan als voorbeeld dienen”, zei hij in januari.

Intussen zit Sjevardnadze wel met de gebakken peren: de Abchaziërs hebben een militaire zege geboekt en controleren de grensstreek. Om een politieke oplossing te forceren heeft Sjevardnadze Abchazië een gelijke status binnen een “asymmetrische Georgische federatie” aangeboden, waarin de drie regio's Abchazië, Adzjarië en Zuid-Ossetië een variërende mate van autonomie zouden moeten krijgen. Maar voor de Abchaziërs is dat allang een gepasseerd station. Zij eisen minimaal de vorming van een Georgische confederatie, waarin Georgië en Abchazië “gelijke subjecten onder internationaal recht” zouden moeten zijn. In wezen echter, zo zei deze week een Abchazische woordvoerder, is ook dat al nauwelijks meer aan de orde, want Abchazië is “de facto een onafhankelijk land” en kan derhalve best als zodanig door het leven: “Het hele thema van de status is irrelevant.”

Maar niet alleen Georgië denkt daar anders over, ook Rusland doet dat: het deelt de Georgische eis dat de territoriale soevereiniteit van Georgië intact moet blijven - ook al heeft het in het verleden met militaire en politieke steun de Abchaziërs in staat gesteld zich vrij te vechten. Dat evenwel gebeurde niet omwille van de Abchaziërs zelf, maar had meer te maken met de (uiteindelijk geslaagde) Russische poging, het rebelse Georgië te dwingen zich bij het GOS aan te sluiten en Russische bases op zijn grondgebied toe te staan.

De nieuwe strijd heeft het vredesproces danig bemoeilijkt. Door hun zege zijn de Abchaziërs nog minder dan vóór eind mei geneigd zich serieus bezig te houden met het zoeken naar een compromis met Tbilisi - de status quo is aantrekkelijker. In Tbilisi zien velen overleg met de Abchaziërs als extra gezichtsverlies na een militaire nederlaag. Berezovski heeft één drukmiddel: de Russische vredesmacht, die volgens Moskou op 31 juli wordt teruggetrokken als er geen vooruitgang in het overleg wordt geboekt. En beide partijen zijn ontevreden over die vredesmacht, maar niemand ziet op dit moment de Russen graag vertrekken.

    • Peter Michielsen