AARDBEVINGEN OP GROTE AFSTAND STAAN IN ONDERLING CONTACT

Dat een natuurverschijnsel op grote afstand met 'partners' zou kunnen communiceren, lijkt ver gezocht. Toch komen er steeds meer aanwijzingen dat dat het geval is: bij aardbevingen. Het ziet er naar uit dat grote aardbevingen niet alleen een aardbeving duizenden kilometers verderop kunnen initiëren, maar dat ze dat ook nog na tientallen jaren kunnen doen. Dat is althans de uitkomst van een onderzoek door seismologen en geologen (Science, 22 mei).

Het onderzoek waaruit deze conclusie voortkwam begon met een studie van de vier grote en talrijke kleinere aardbevingen die tussen 1952 en 1965 optraden langs de Aleoeten en de Koerillen-Kamtsjatka-diepzeetrog (nabij Alaska). Deze gebieden liggen op de rand van een van de grote aardschollen, de zogeheten Pacifische Schol; deze schollen 'drijven' als het ware op een visceuze zone op circa 80 km diepte in de aarde, de asthenosfeer.

Bij een aardbeving, die het gevolg is van spanningen in de aardkorst, worden ook weer nieuwe spanningen opgewekt. Die kunnen zich door de aarde heen voortzetten, volgens de onderzoekers mogelijk ook via de asthenosfeer. Die hypothese zou het mogelijk maken dat de 'informatie' over grote aardbevingen over grote afstanden wordt doorgegeven. Omdat deze overdracht via een sterk visceus medium slechts langzaam kan plaatsvinden, zou het enkele tientallen jaren kunnen duren voordat het 'bericht' aan de andere kant van de schol is aangeland.

Bij een grote aardbeving aan de rand van een schol kan die schol (vooral waar die tegen een andere schol aanbotst) regionaal gemakkelijk iets kantelen. Hoewel een dergelijke beweging uiterst miniem is, is de daarbij betrokken massa zo groot dat er als het ware een enorme schokgolf door ontstaat. Wanneer die de andere kant van zo'n plaat zou bereiken, dan zou daar, als reactie, ook een regionale aanpassing van de positie kunnen plaatsvinden, wat dan weer met een grote aardbeving gepaard zou kunnen gaan. Dat is althans de (voorlopige) hypothese.

Dat het niet gaat om een wild verhaal, wijzen modelberekeningen uit. Die geven aan dat de hierboven genoemde keten van gebeurtenissen inderdaad fysisch mogelijk is. Zo zou de 'top' van de schokgolf die in 1965 ontstond door de aardbeving bij de Aleoeten, in het begin van de jaren zeventig het oostelijk deel van de Noordelijke IJszee zijn gepasseerd en omstreeks 1975 Brits Columbia, om in 1985 in Californië aan te komen. Daar vond toen inderdaad een grote aardbeving plaats.

    • A.J. van Loon