Zouden ze nog weten wat hagelslag is?; Brieven schrijven aan de toekomst

Kun je je nog herinneren wat je precies deed op 15 mei van dit jaar? Waarschijnlijk niet, terwijl het nog maar drie weken geleden is. Misschien houd je een dagboek bij, dan zou je kunnen opzoeken wat je deed op die dag.

Nu was 15 mei niet zo'n heel bijzondere dag. Was het dat wel geweest dan zou je misschien nog wel weten wat je deed op die dag. Zo weten oudere mensen zich vaak nog te herinneren wat ze deden op 22 november 1963, de dag waarop de Amerikaanse president Kennedy vermoord werd. En misschien weet je zelf nog wat je deed op 31 augustus vorig jaar, de dag waarop prinses Diana omkwam bij een auto-ongeluk.

Als je een dagboek bijhoudt, dan doe je dat waarschijnlijk vooral voor jezelf. Maar misschien wordt het over honderd, tweehonderd of duizend jaar gelezen door een historicus. Historici zijn mensen die het verleden onderzoeken. Ze houden zich bezig met belangrijke gebeurtenissen, zoals moorden op presidenten. Maar er zijn ook historici die geïnteresseerd zijn in heel gewone dingen, dingen waarvan mensen zich vroeger misschien niet konden voorstellen dat iemand ze ooit interessant zou vinden: wat mensen aten, hoe ze verjaardagen vierden, of zelfs, wanneer ze wc-papier gingen gebruiken.

Als historici over honderd jaar willen weten hoe wij nu leven, dan kunnen ze naar het archief 'Brieven aan de Toekomst' in het Meertens Instituut in Amsterdam gaan. Samen met twee andere instellingen, het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Nederlands Openluchtmuseum, riep het Meertens Instituut onlangs iedereen in Nederland op een 'brief aan de toekomst' te schrijven. Als je mee wilde doen, moest je op papier zetten wat je deed op 15 mei.

Ruim zesendertigduizend mensen hebben zo'n brief gestuurd, voor in het archief. Er zijn brieven gekomen uit gevangenissen, kloosters en bedrijven. Sommige oma's vonden het zo'n leuk idee dat ze hun hele familie mee lieten doen. Al die brieven worden bewaard zodat mensen in de toekomst een beter idee krijgen over hoe wij nu leven. Televisie kijken en met de computer spelen, zijn de hobby's die kinderen het meest noemen. Naast brieven zijn er veel tekeningen opgestuurd, zodat mensen in de toekomst kunnen zien hoe een computer, een televisie, een koffiezetapparaat of een telefoon er in onze tijd uitzag.

Door de brieven kunnen historici in de toekomst verder veel te weten komen over huisdieren, want een groot aantal kinderen schrijft daar ook over. Een jongen van 10 jaar uit Heemskerk vertelt: “Ik heb 5 ratten, 2 muizen, 2 goudvissen en 8 dikkopjes (...) maar wat ik gedaan heb weet ik niet meer precies.” Omdat de briefschrijvers soms heel persoonlijke dingen vertellen, moet iedereen die de brieven wil lezen, zoals historici en journalisten, beloven geen namen te gebruiken. Vandaar dat er in dit stukje ook geen namen staan.

Historici onderzoeken soms de raarste dingen. Het zou best kunnen dat er over honderd jaar iemand een dik boek wil schrijven over wat wij zoal op ons brood doen. Zou hij dan nog weten wat hagelslag is? “Dat zijn stokjes van chocola”, schrijft een meisje uit Assen. En zouden ze over honderd jaar nog weten wat skates zijn? “Een soort schoenen met wieltjes”, legt een ander uit. Of wie de Spice Girls zijn? “Dat bestaat uit vijf meiden en ze heten Emma, Geri, Mel B, Mel C en Victoria”, schrijft een meisje van 9. Dat klopt dus al niet meer, want er zijn nu nog maar vier Spice Girls. Zo snel kunnen dingen of mensen geschiedenis worden.

“Als jullie deze brief lezen, ben ik misschien al lang dood”, gaat het laatste meisje verder. “Ik vind het jammer dat ik in jullie tijd al dood ben”, zegt een jongen van 8 uit Zeewolde. Een ander heeft zijn brief zelfs al in verleden tijd geschreven, omdat hij ervan uit gaat dat hij niet meer leeft als zijn brief gelezen wordt. Toch is het geen sombere brief. “Ik was een jongen, ik was 9 jaar”, schrijft hij, “mijn hobby's waren voetballen en boompje klimmen, en mijn mooiste lied is 'Er is leven na de dood'.

Brieven aan de Toekomst kunnen tot 15 juni worden gestuurd naar postbus 15 5 98, 3503 AZ Utrecht of e-mail brieven@openluchtmuseum.nl''

    • Jeroen van der Kris