Wispelaere krijgt Prijs Nederlandse Letteren

DEN HAAG, 5 JUNI. De Vlaamse schrijver Paul de Wispelaere (70) krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren. Deze prijs, waaraan een bedrag is verbonden van 34.000 gulden, wordt eens in de drie jaar door het Nederlandse of Belgische staatshoofd uitgereikt aan een auteur van oorspronkelijk in het Nederlands geschreven letterkundige werken.

Volgens de jury, bestaande uit Hugo Brems (voorzitter), W. Bronzwaer, Pierre H. Dubois, Marc Reynebeau, Georges Wildemeersch en Michaël Zeeman, heeft De Wispelaere vanaf de jaren zestig ononderbroken vooraan gestaan in de vernieuwende prozaliteratuur in Vlaanderen en Nederland.

In zijn kritieken en essays, verzameld in bundels van Het Perzische tapijt (1966) tot De broek van Sartre (1987), heeft hij, uitgaand van zijn persoonlijke leeservaring, de ontwikkeling van de Nederlandse roman begeleid, aldus de jury.

In zijn verhalend proza vormt al sinds zijn eerste romans het 'schrijverschap als specifieke vorm van leven en zelfverwerkelijking' een belangrijk thema; enkele bekende, sterk autobiografische werken zijn Tussen tuin en wereld (1979) en Het verkoolde alfabet (1992).

Paul de Wispelaere is sinds de instelling van de prijs in 1952 de vijftiende schrijver die de prijs krijgt. Onder anderen Adriaan Roland Holst (1959), Jacques Bloem (1965), Gerard Walschap (1968), Simon Vestdijk (1971), W. F. Hermans (1977), Lucebert (1983), Hugo Claus (1986), Gerrit Kouwenaar (1989), Christine D'Haen (1992) en Harry Mulisch (1995) gingen hem voor. Koningin Beatrix zal de prijs 18 november in Den Haag uitreiken.