Wil de echte landskampioen in Bosnië opstaan

Serviërs, moslims en Kroaten verschilden van mening over de vraag welke voetbalclub landskampioen was geworden. Een systeem van play-offs voorkwam een voetbaloorlog.

SARAJEVO, 5 JUNI. Sarajevo F.C en Zeljeznicar Sarajevo spelen vanavond in het Kosovo-stadion in Sarajevo de finale van de play-offs in Bosnië-Herzegovina. De winnaar mag deelnemen aan de voorrondes van de Champions League, de verliezer gaat spelen om de UEFA Cup. Maar eerst moest de internationale gemeenschap eraan te pas komen om een 'voetbaloorlog' te voorkomen.

De Servische kampioen is landskampioen. Nee, de moslim kampioen is landskampioen. Nee, de Kroatische kampioen is landskampioen. De drie 'kampioenen' van Bosnië kwamen er niet uit wie de ware kampioen was en welke club mocht deelnemen aan de voorronde van de Champions League. Nadat Joegoslavië uit elkaar was gevallen, ontstonden in het nieuwe land Bosnië-Herzegovina drie competities en ontstond de gedachte deel te nemen aan de Europese bekercompetities. De UEFA voerde sinds het einde van de oorlog gesprekken met de officiële voetbalbond van Bosnië-Herzegovina. Vanaf dit jaar mocht het land deelnemen aan de Champions League en de strijd om de UEFA Cup. Maar dan moesten de Bosniërs het erover eens worden wie aanspraak maakte op de landstitel.

Een onderlinge strijd zagen de Bosnische Serviërs niet zitten en zij vroegen een eigen Europees ticket aan. De Bosnische Serviërs beseften maar al te goed dat ze volstrekt kansloos zouden zijn tegen de veel professionelere clubs van moslims en Kroaten. Secretaris-generaal Sepp Blatter van de UEFA had op voorhand het antwoord al klaar: vergeet het maar, want Bosnië-Herzegovina is één land en krijgt één ticket. De drie bevolkingsgroepen moesten zelf regelen wie dat kampioensticket kreeg.

Om deze onderlinge strijd goed te laten verlopen moest de officiële vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Bosnië (OHR) een systeem opzetten. Archie Tuta van de OHR ontwikkelde een playoffs-systeem waaraan zes teams deel mogen nemen. Daar zagen de - zwakkere - Bosnische Serviërs geen heil in. Zij wilden niet verslagen te worden door moslims of Bosnische Kroaten en zagen van deelname af. Tuta reageerde teleurgesteld. “Uiteindelijk moeten deze play-offs leiden tot een landelijke competitie. Als de Bosnische Serviërs nu al niet meedoen, wordt de kans daarop kleiner. Maar wellicht komt er volgend jaar wel een moslim-Kroatische competitie. Dan gaan we de goede kant op.”

Tuta hoopt dat de Bosnische Serven over twee jaar wel meedoen. “Een grote competitie betekent meer toeschouwers, meer aandacht van de pers en meer sponsors. En dat betekent meer geld. De clubs hebben het hier nu erg moeilijk. Als er eens een talent rondloopt kan die, voor West-Europese maatstaven, heel goedkoop worden gekocht. Met salarissen rond de 300 Duitse mark kunnen de clubs hier niet eens op tegen een klein gedeelte van de onkostenvergoedingen van middelmatige clubs in het buitenland.” Met het samenvoegen van voetbalcompetities hoopt Tuta de verdeelde bevolking meer samen te brengen. “Het is een druppel op de gloeiende plaat maar het is ten minste iets.”

Het nationale elftal van Bosnië is redelijk succesvol. De ploeg deed mee aan de voorrondes van het WK in Frankrijk. Van de acht wedstrijden won Bosnië drie keer. Zo werd Denemarken, dat zich wel plaatste voor de eindronde, met 3-0 verslagen. De Bosnische ploeg bestond hoofdzakelijk uit moslims. Tuta: “Het integratieproces kost jaren. Maar het is een van de kleine dingen die vrede moet brengen in dit land. Als je hiermee kan laten zien dat Bosnische ploegen ooit in Bernabeu tegen het grote Real Madrid of in de Arena tegen het grote Ajax kunnen spelen, groeit de bereidheid om mee te doen. Bij moslims, Bosnische Serviërs en Bosnische Kroaten.”

    • Maarten Veeger