Thuiszorg moet kiezen tussen overleg en actie

De leden van de vakbonden in de thuiszorg hebben een streep gehaald door het CAO-akkoord dat hun onderhandelaars hadden bereikt. Hoe nu verder?

DEN HAAG, 5 JUNI. “Noem het een heel fraai oranje-akkoord”, jubelde op de ochtend van koninginnedag een onderhandelaar van een van de vakbonden in de zorgsector. Even daarvoor hadden hij en zijn collega's na een lange nacht onderhandelen overeenstemming bereikt met de werkgevers in de thuiszorg over een nieuwe CAO voor 150.000 werknemers in de thuiszorg. En het was, daar waren alle partijen het volstrekt over eens, in alle opzichten een “alleszins redelijke, marktconforme CAO”.

Een mededeling die zo vlak voor de verkiezingen van belang was, want de werkgevers in ziekenhuizen, inrichtingen en verpleeghuizen riepen in die periode dat de ruim één miljard gulden die het kabinet voor loonsverhoging beschikbaar had gesteld onvoldoende was voor zo'n CAO.

Ruim een maand later heeft maar een enkele vakbondsdelegatie, die van Nu'91, het thuiszorg-akkoord met succes tegenover haar achterban willen en kunnen verdedigen. De leden van de twee andere grote bonden, CFO en AbvaKabo, hebben met instemming van hun onderhandelaars een streep gehaald door het bereikte resultaat.

Niet omdat de leden ontevreden waren over de afgesproken verhoging met 3,5 procent per 1 juli (en een eenmalige uitkering in december van 0,5 procent van het jaarinkomen), maar omdat ze constateerden dat de bonden in de ziekenhuissector een week later een veel beter onderhandelingsresultaat boekten. In de ziekenhuizen, inrichtingen en verpleeghuizen gaan de lonen al op 1 april omhoog, en dat ook nog eens met een een hoger percentage: 3,6. Ook de eindejaarsuitkering viel hoger uit (0,75 procent).

Tot 1998 was het gebruikelijk dat in de zorgsector eerst de CAO voor het ziekenhuiswezen werd afgesloten. Deze CAO voor ruim 360.000 werknemers, de grootste in de sector, was dan maatgevend voor de andere. Dit jaar bleek dat onmogelijk, omdat de Nederlandse Zorgfederatie (de werkgevers in de ziekenhuizen, inrichtingen en verpleeghuizen) lang weigerde te onderhandelen. Die weigering vormde onderdeel van een strategie om meer geld bij het kabinet los te krijgen. Tot twee keer toe sprak de top van de federatie daar zelfs over met premier Kok. Volgens oud-vakbondsman Kok was het geld voldoende om er een redelijke en marktconforme CAO mee af te sluiten.

Het extra geld dat het kabinet niettemin gaf, vooral voor verbetering van de secundaire arbeidsvoorwaarden, bleef voor de werkgevers onvoldoende. Toch besloot de federatie eind april te gaan onderhandelen. Minister Borst (Volksgezondheid) had in de Tweede Kamer herhaald dat er in het najaar met het nieuwe kabinet gesproken zou kunnen worden over meer geld, áls kon worden aangetoond dat de kabinetsbijdrage niet genoeg was voor een CAO met een loonstijging van zo'n 3 procent. Intussen gaan de werkgevers er vanuit dat het kabinet straks de extra kosten van hun CAO's voor zijn rekening neemt, ook al is dat percentage hoger uitgevallen. Het gaat om een extra bedrag van zo'n vijf- tot zeshonderd miljoen gulden.

De bonden in de thuiszorg willen de onderhandelingen met hún werkgevers nu snel heropenen. Daar voelen deze niet voor: ze hebben zich nog niet uitgesproken over de ontwerp-CAO die nu al op tafel ligt. Dat was pas op 24 juni voorzien. Daarna willen ze wel weer met de bonden praten.

AbvaKabo en CFO vinden dat echter te laat. Hun leden willen immers actie gaan voeren om een betere CAO af te dwingen; en die actiebereidheid is groot, zo wordt gemeld, maar toch ook weer niet zo groot dat de leden bereid zijn er hun vakantie voor uit- of af te stellen.