Soedan vestigt hoop op ambitieus olieproject

Het armlastige en geïsoleerde Soedan hoopt ondanks alles op een betere toekomst. Een ambitieus olieproject moet daarbij helpen. Soedans president Omar el Bechir: “Dit is het begin van een nieuw Soedan.”

KHARTOUM, 5 JUNI. Het bloed van de geofferde stier vloeit door het woestijnzand naar de eerste buis van de oliepijplijn. “Dit is het begin van een nieuw Soedan”, zegent president Omar el Beshir het ambitieuze olieproject. In de hitte van Al Jaily, 70 kilometer ten noorden van Khartoum, dansen duizenden in witte gewaden gestoken Soedanezen. Honderden Chinezen in felgele en oranje pakken juichen en maken driftig foto's van elkaar. Een jongetje van tien jaar wordt naar het spreekgestoelte geduwd en schreeuwt over het geraas van een zandstorm: “We zullen de vijand verslaan, het bloed van onze vijanden zal vloeien. God is groot.”

Een Chinese technicus lacht schamper bij al die lof voor God. “Soedan wordt een tweede Saoedi-Arabië, daar gaat het om”, voorspelt hij in gebroken Engels. Maakt hij zich geen zorgen over zijn veiligheid? Immers, oppositiegroepen willen gewapenderhand de aanleg van de oliepijplijn gaan saboteren? Nee, daar maakt hij zich niet druk om. “Zand, hitte en slangen, ja vooral slangen, dié zijn gevaarlijk. We dragen felle kleuren, dan kan als we zoekraken in de woestijn een helikopter ons gemakkelijk vinden.”

De Soedanese machthebbers verkeren in jubelstemming. Na vele jaren vertraging als gevolg van de oorlog in het zuiden slaagden ze er in buitenlandse investeerders te overreden te beginnen met de oliewinning. Een pijplijn van 1.610 kilometer zal de olie van Zuid- en Midden-Soedan gaan vervoeren naar de noordelijke havenstad Port Sudan. Onderweg gaat de olie door twee raffinaderijen, die worden gebouwd bij El Obeid en El Jaily. Over één jaar moet het project klaar zijn. Soedan zal dan 150.000 vaten olie per dag produceren. Daarna wordt de productie opgevoerd.

Al begin jaren tachtig boorde het Amerikaanse bedrijf Chevron olie aan in het zuiden. Het investeerde 800 miljoen dollar aan exploratie en ontwikkeling van infrastructuur. Tevergeefs. Chevron zette het project stop toen het zuidelijke Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) enkele van zijn arbeiders doodde en verwondde. In 1993 verkocht het zijn concessie aan het Canadese bedrijf Arakis. Amerikaanse bedrijven mogen inmiddels van hun regering niet meer meedoen aan het olieproject: Washington vaardigde in 1997 sancties uit tegen Soedan wegens terroristische activiteiten.

Soedan is een verschoppeling in de internationale gemeenschap wegens vermeende steun aan terroristische groepen in Afrika en het Midden-Oosten en door de langdurige oorlog in het zuiden. De financiële risico's van investeringen worden hoog geacht in Soedan, door de oorlog en door de slechte infrastructuur. De regering slaagde er uiteindelijk toch in buitenlandse ondernemingen te interesseren. Behalve Arakis werken Maleisische, Chinese, Argentijnse, Britse en Duitse bedrijven aan de ontginning van olie en de aanleg van de pijplijn. Ruim 7.500 Chinese en 500 Maleisische arbeiders zijn aan het werk gegaan voor het project, dat rond de twee miljard dollar gaat kosten. “Je kan je niet permanent afstandelijk opstellen”, zei onlangs een woordvoerder van Arakis. “Het is nu eenmaal bekend dat er in de olie- en gasindustrie altijd een risico-element bestaat.”

Alle investeringen komen van buitenlandse bedrijven. “We verwachten in 25 jaar onze investeringen te zullen terugverdienen”, zegt een bron in de olie-industrie. “De eerste tien jaar krijgt de regering vijf procent van de exportopbrengst. We werken 24 uur per dag om het project binnen één jaar te voltooien.”

Als het aan de gewapende oppositie ligt, komt daar niets van terecht. SPLA-leider John Garang heeft beloofd de pijplijn te zullen opblazen. De regering nam voorzorgmaatregelen. Met behulp van troepen van de afvallige zuidelijke rebellenleider Riëk Machar slaagde ze erin de olievelden bij Heglig, Unity en Muglad te zuiveren van SPLA-elementen. Een speciale troepenmacht van 3.000 man bewaakt de gebieden. De pijplijn zou aanvankelijk van Kosti door het gebied rond de Eritrese grens lopen. De route werd omgegooid om aanslagen van de in Eritrea gelegerde noordelijke oppositietroepen te voorkomen.

Een van de grootste olievelden ligt bij Bentiu in het zuiden. De zuidelijke opstandelingen willen de opbrengsten van de olie ten goede laten komen aan hun onderontwikkelde gebied. Ze eisen zelfbeschikking voor het zuiden. Volgens een vorig jaar gesloten vredesovereenkomst tussen de regering en de afvallige rebellenleider Riëk Machar zullen de zuiderlingen zich over drieëneenhalf jaar in een referendum kunnen uitspreken over hun status. Garang eist zelfbeschikking voor niet alleen Zuid-Soedan, maar ook voor alle aangrenzende 'gemarginaliseerde volkeren' in het noorden. Hij wil een referendum voor de bevolking tot aan de stad Abyei in het noorden. Volgens zijn plannen vallen alle olievelden in het zuiden. Over wat er overblijft van de ambitieuze regeringsplannen voor de exploitatie van oliebronnen als de zuiderlingen zich onafhankelijk verklaren, willen de noordelijke machthebbers zich niet uitlaten. Het standaard antwoord is dat de zuiderlingen geen onafhankelijkheid wensen.

Toen in 1982 in het zuiden voor het eerst olie werd gevonden, besloot de toenmalige president Numeiry het oliegebied bij het noorden te voegen. Dat controversiële besluit droeg een jaar later in belangrijke mate bij tot de hervatting van de in 1955 begonnen oorlog in het zuiden. Menig waarnemer in de Soedanese hoofdstad voorspelt een verheviging van de oorlog als gevolg van het opgestarte olieproject. De regering zal over meer financiën beschikken om wapens te kopen, luidt één van de argumenten.

De machthebbers beweren het tegendeel, Noord- en Zuid-Soedan zullen juist dichter naar elkaar toegroeien als gevolg van de olie. President Beshir beloofde op het feestje in de woestijn bij Al Jaily dat de opbrengsten zullen worden aangewend voor de heropbouw van het door oorlog vernietigde zuiden. Hassan el Turabi, de ideoloog en sterke man van het regime, zegt dolgelukkig te zijn met de olie. “Als de olie door de pijplijn vloeit, zal Soedan samensmelten”, voorspelt hij. “Noord en Zuid gaan aan elkaar kleven door de olie.”