Roman van Theun de Vries; Vitaal beschreven kunstenaarsleven

Theun de Vries: De bergreis. Querido. 128 blz, ƒ 29,90

Vorig jaar vertelde Theun de Vries, toen negentig jaar oud, in een interview met Elsbeth Etty in deze krant, dat hij zijn lier aan de wilgen had gehangen. Hij kon niet meer de concentratie en de discipline opbrengen om weer aan een nieuw boek te beginnen. Niemand zal het hem kwalijk hebben genomen, dat hij, naar eigen zeggen, 'in de VUT' ging, na een onwaarschijnlijk productief schrijverschap van ruim zeventig jaar. Hij schreef ruim honderd boeken: gedichten, verhalen, novellen, romans, studies, biografieën, essays, toneelstukken, hoorspelen en vertalingen. In 1994 verscheen zijn laatste roman, Terug naar Irkoetsk, het tweede deel van een ruim 1100 pagina's tellend negentiende-eeuws Russisch familie-epos. Een interessante, ouderwets onderhoudende, wijdvertakte geschiedenis.

Dat er nu toch weer een nieuwe roman is verschenen, lijkt verrassender dan het is. De bergreis hoort thuis in het bij De Vries vruchtbare subgenre van de kunstenaarsroman. Eerder schreef hij over onder anderen Rembrandt, Jeroen Bosch, Molière, Van Gogh, Josquin des Prez en Puccini. Dit boek is gewijd aan de zeventiende-eeuwse schilder en etser Hercules Seghers. In een wonderlijk lichtvoetige stijl geeft De Vries een indruk van diens zwaarmoedige inborst en treurige leven.

Ook de manier waarop De bergreis tot stand kwam, kan wonderlijk genoemd worden. De Vries schreef het boek in vijf etappes, verspreid over veertig jaar. Hij begon ermee, volgens een aantekening achterin, na de grote Hercules Seghers-tentoonstelling in het Rijksmuseum in 1954. Vervolgens bleef het manuscript twintig jaar liggen. In de jaren 1973, 1981 en 1995 voegde hij er telkens enkele pagina's aan toe, totdat hij het in het voorjaar van 1997 tenslotte voltooide. 'De oplettende lezer zal ongetwijfeld de verschillende lagen in de opbouw van de tekst kunnen vaststellen', veronderstelt hij. Het zal niemand kunnen ontgaan dat de roman uit drie delen bestaat, met ieder een eigen perspectief en karakter. Maar overigens valt er nauwelijks aan af te lezen dat er met grote tussenpozen aan is gewerkt. Het is De Vries gelukt om er een geheel van te maken, met een voor zijn doen uitzonderlijk compacte vorm.

Vooral het eerste deel van de roman, waaraan hij begon in 1954, is van een overrompelende directheid. 'Wie had voor hem die belachelijke naam Hercules bedacht?', zo luidt de krachtige openingszin. Tot het eind toe heeft De Vries er een aantrekkelijke vaart in weten te houden. De vitaliteit van deze bij vlagen erg geestige levensbeschrijving staat bijna op gespannen voet met dat leven zelf, dat druipt van somberte, tegenslag en narigheid. 'Van kleins af aan meer kattenkrabben en hondenbeten dan de rest, vaker ziek ook, en juist als er een kermis of landjuweel was', heet het droogjes. Niets zat de arme Seghers mee: een verzuurde moeder, een vroeggestorven vader, armoe, miskenning, een ongelukkig huwelijk, schulden, drankzucht en tenslotte een eenzaam sterfbed. 'Zijn dood maakte indruk op niemand', meldt De Vries ten overvloede.

Seghers wordt geportretteerd als een zoeker, als iemand die zich niet wilde aanpassen aan de heersende schilder- en graveertrant en ook daarom een onbegrepen en miskend bestaan leidde. Terwijl zijn collega's gemakkelijk verkopende landschapjes vervaardigden en goedlachse portretten, worstelde hij met scheefgegroeide bomen, kronkelige heesters, ruïnes en rotsformaties die geen mens aan de muur wilde hebben. Tot grote ergernis van zijn bazige vrouw Anneken, die hem er steeds opnieuw opuit stuurde om zijn werk aan de man te brengen. Het beeld wordt hier opgeroepen van een man die zijn eigen weg wilde gaan, maar die tegelijk terugschrok voor de gevolgen daarvan en die daarom tragisch bleef schipperen tussen zijn eigen normen en die van anderen.

Dit beeld baseerde De Vries op de summiere biografische gegevens die bekend zijn over Seghers. Over de bergreis die hij in zijn jonge jaren gemaakt zou hebben, lopen de meningen uiteen. Volgens de één zag hij de Alpen wel en liet hij zich daardoor inspireren tot zijn ongenaakbare berglandschappen, volgens de ander kwam hij niet veel verder dan Limburg. De Vries gaat ervan uit dat zijn reis naar het zuiden ergens stokte bij de Ardennen en dat hij na de nodige moeizame omzwervingen berooid en uitgeput terugkeerde naar zijn gehate Anneken. De bergreis moet in deze visie dan ook opgevat worden als een innerlijke reis, de bergen die hij uitbeeldde als produkten van een rijke fantasie.

Interessant is de interpretatiekwestie die De Vries zich daarbij veroorloofde. Volgens de overgeleverde feiten werd Hercules Seghers in 1614, vlak voordat hij in het huwelijk zou treden, op ongeveer 23-jarige leeftijd, door de Amsterdamse rechtbank veroordeeld tot het betalen van een afkoopsom van 80 gulden aan een meisje dat hij ontmaagd en zwanger gemaakt had. Ook werd hij veroordeeld tot het onderhouden van het kind, Nelletje Seghers genaamd, een onderhoudsplicht die zijn moeder zou vervullen. Kille feiten, die door De Vries om zo te zeggen worden opgewarmd.

In De bergreis is er genegenheid en zelfs liefde tussen Hercules en de dienstmeid Marretje. Maar dan verschijnt de vreselijke, tien jaar oudere nicht Anneken in beeld, 'een grote vrouw met vierkant gezicht, handen als strijkijzers en een optreden of ze niet bang was voor alle beulsknechten van de Inquisitie'. Zij heeft geld en overredingskracht en dwingt hem tot een huwelijk met haar. Marretje blijft eenzaam achter. Hercules zal haar nooit meer terugzien, maar blijft, in de weergave van De Vries, zijn leven lang wroeging houden over zijn laffe daad. De duistere bergen die steeds weer voor zijn geestesoog opdoemen verzinnebeelden zijn niet te delgen schuldgevoel voor het in de steek laten van zijn geliefde. Telkens opnieuw probeerde hij de bergen, die hem steeds meer boven het hoofd begonnen te groeien, met penseel en etsnaald te bedwingen. Maar alleen de drank, de 'fep', zoals het hier wordt genoemd, kon ten slotte af en toe nog een uitweg bieden uit een schuldig bestaan. Een troosteloos leven kortom, maar zo aanstekelijk beschreven door de vutter Theun de Vries, dat men toch nog zou gaan hopen op een vervolgdeel, over Nelletje Seghers bijvoorbeeld.

    • Janet Luis