Op Sumatra kan het geweld zo weer losbarsten

Op Sumatra, ver weg van de Indonesische hoofdstad Jakarta, sluimert het ongenoegen. Onderhuidse etnische en religieuze spanningen komen in het tijdperk van de 'reformasi' tot uitbarsting. “Het is hier nog niet veilig.”

TANJUNG BALAI, 5 JUNI. Sarwo Edi verkoopt vandaag voor het eerst weer zijn ijsco-drankjes naast de bioskop in het centrum van Tanjung Balai, een kleine havenplaats aan de noordoostkust van Sumatra. De bioscoop is al dagenlang gesloten, net als het belendende kantoor van de Indonesische SBU-bank en de Chinese winkels en eethuizen aan de overkant van de weg. De muren van de gebouwen zijn zwartgeblakerd of half ingestort nadat de lokale bevolking vorige week de straat opging om te protesteren tegen een in hun ogen corrupte burgemeester. Voor de ingegooide ramen van de bioscoop en het uit glimmend marmer opgetrokken bankkantoor zijn planken gespijkerd. Bij de ingang patrouilleren politie-agenten en militairen.

Tanjung Balai komt voorzichtig bij van de eerste rellen sinds het vertrek van Soeharto. Nu de president is vervangen en de 'reformasi' op gang komt, richt de volkswoede in deze stad, en ook in andere delen van Sumatra, zich op allerhande zaken rond en ook buiten de politiek. De grote diversiteit in ras en religie onder de bevolking op het eiland vormt, meer dan op Java, een bron voor nieuwe spanningen.

“Het is hier nog niet veilig”, zegt Sarwo vanachter zijn verrijdbare bar. “Het geweld kan zo weer losbarsten.” Hij kijkt er sipjes bij, want zijn handel laat de afgelopen dagen veel te wensen over. “De meeste mensen blijven binnen, dat is beter nu”, zegt hij. “We zijn nog lang niet klaar met protesteren, want er gebeuren hier teveel slechte dingen: gokken, prostitutie”, zegt Ibrahim, een timmerman en net als Sarwo een moslim. “Dat zijn slechte voorbeelden voor onze kinderen. We willen dat veranderen. Onder Soeharto durfde niemand iets te roepen, maar nu is er geen angst meer om te protesteren. Ook niet tegen deze zaken”, zegt hij. Als bewijs wijst hij op de deur van zijn winkel. Daarop staat in rode verfletters zijn protest verwoord: Hapuskan judi di hota kami, stop het gokken in deze stad.

Vorige week woensdag trokken Ibrahim en honderden andere inwoners de straat op. In deze havenplaats, de opstapplek voor Indonesiërs die illegaal naar Maleisië willen, zetten Chinese goksyndicaten de afgelopen jaren illegale casino's en sekspaleizen op. De grotendeels islamitische bevolking zag jarenlang machteloos toe hoe de Chinezen de vrije hand kregen van de burgemeester van de stad, Abdul Muis Dalimunthe. Hun massale protest vorige week was een directe reactie op het plotselinge vertrek van de burgemeester uit een openbare vergadering van de gemeenteraad over de eliminatie van NKK: Nepotisme, Kolusie, Korupsi, het doel waarop de 'reformasi' volgens de nieuwe president Habibie is gericht.

Dalimunthe vertelde tijdens de bijeenkomst, die werd bijgewoond door een grote groep inwoners van de stad, dat hij geen gehoor kon geven aan de oproep van het volk om twee notoire Chinese gokkoningen op te pakken. Dat maakte hem zelf verdacht bij zijn mensen, die woedend reageerden en met duizenden de straat op gingen. De kleine politiemacht kon de massa niet in bedwang houden en de demonstratie ontaardde in geweld, brandstichting en plundering. Tanjung Balai veranderde in een lautan api, een vuurzee waarin twee doden vielen en twaalf mensen gewond raakten.

Het was de eerste keer sinds de grimmige studentenrellen in de Sumatraanse hoofdstad Medan eind april dat Sumatra weer het toneel was van onrust en geweld. “En het zal zeker niet de laatste keer zijn. Wat in Tanjung Balai gebeurde, kan op veel meer plaatsen op dit eiland voorkomen”, zegt een Westerse diplomaat in Medan. “Veel Sumatranen durven nu eindelijk in opstand te komen tegen dingen die hun al jaren dwars zitten. Onder de noemer 'Stop NKK' trachten mensen zich nu nieuwe posities te verwerven, oude vijanden te verjagen of zich te verrijken. Iedereen maakt op zijn eigen manier gebruik van de gelegenheid die de reformasi biedt.”

Onrust op Sumatra, Indonesiës grootste eiland dat altijd in de schaduw staat van Java, krijgt een extra dimensie door de grote verscheidenheid aan rassen die er wonen: van Bataks en Minagkabauers tot Atjehers en Lampungs; er zijn zogenoemde 'kust-Maleiers', Indiase Kelingalezen en Javaanse kolonisten en overal waar handel is, duiken Chinezen op. Die volkerenmix heeft van Medan, de grootste stad op Sumatra, een smeltkroes van culturen gemaakt met een sterke onderliggende religieuze spanning tussen christenen en islamieten. “Door alle onrust nu leeft die spanning duidelijk weer op”, zegt Yan Sunyata, rector van de St. Thomas universiteit in Medan.

Twee weken geleden, de dag voordat Soeharto zijn aftreden bekendmaakte, liepen de spanningen tussen beide geloofsgroepen hoog op. Studenten van de katholieke St. Thomas universiteit bezetten het parlementsgebouw in Medan en weigerden islamitische parlementariërs naar buiten te laten gaan voor hun gebed. Uiteindelijk mochten de islamieten wel naar de moskee, maar ze werden tot op hun bidmatjes begeleid door de katholieken studenten, die volgens boze islamitische tongen ook nog eens geürineerd zouden hebben tegen de muur van een kleine moskee bij het parlement.

De ruzie bleef beperkt tot felle woordenwisselingen. De studenten vierden even later het vertrek van Soeharto, maar de islamitische parlementariërs maakten van de onderlinge botsing een religieuze twist. “De protesten tegen Soeharto zijn voorbij. Nu hebben de islamitische parlementariërs er een nieuwe kwestie van gemaakt: ben je pro- of anti-islam? Daarmee zaaien ze heel slim verdeeldheid en twijfel onder de katholieke en islamitische studenten en de rest van de bevolking”, legt de rector uit.

Volgens velen kan die religieuze spanning voor nieuwe onrust zorgen op Sumatra. Vorige week zagen alle rectoren van de universiteiten in Medan zich al gedwongen hun poorten te sluiten. Pas deze week konden er weer examens worden afgenomen. Een aantal rectoren riep de studenten op alleen nog buiten lesuren politiek te bedrijven. De universiteit was er vanaf nu weer om te studeren.

Het toneel voor nieuwe rellen ligt buiten de campus. En de aanleiding is niet langer alleen pro of contra de nieuwe regering. “De islamieten hebben jarenlang, vinden ze, te weinig te zeggen gehad in het Indonesië van Soeharto. Ze zijn wat aantal betreft in de meerderheid in dit land, maar ze kampen met een groot minderwaardigheidscomplex. Het lijkt er sterk op dat ze daar nu vanaf willen”, zegt de diplomaat.

Een tocht langs dorpen en steden in Noord-Sumatra bevestigt dat veel moslims de huidige situatie aangrijpen om voor hun zaak op te komen. In Tebing Tinggi en Pematang Siantar, twee steden op de route tussen Medan en het Toba-meer, demonstreren kleine groepen islamieten bij het gemeentehuis tegen illegale gokhuizen, die door Chinezen worden beheerd. Ook in kleinere dorpen hangen spandoeken met leuzen tegen gokken en prostitutie. “De overheid heeft er nooit iets aan gedaan omdat ze alleen maar bezig waren met hun eigen geld”, vertelt Aznar, uitbater van een warung, een kleine winkel langs de weg. “In Jakarta houdt iedereen elkaar de hand boven het hoofd. Overal spelen belangen. Een lokale bestuurder die de goksyndicaten wilde aanpakken, wist zeker dat hij geen bescherming kreeg van de Soeharto-clan en dus zijn baan zou verliezen. Nu pakken we het zelf maar aan.”

Het leven op Sumatra verandert in hoog tempo, vindt rector Sunyata. “Soms ben ik bang dat het te snel gaat, dat het teveel is voor één generatie. We moeten nu wel wijs blijven reageren op alles. Alle mensen van het Soeharto-regime de deur wijzen, lost ook niets op want dan gooi je in één keer veel ervaring weg die nog hard nodig zal zijn.”

Zijn universiteit wil binnenkort een seminar organiseren over de 'reformasi'. “Dan gaan we met elkaar bomen over waar het heen moet met Sumatra. En daar schrijven we dan een paar stukken over”, zegt hij. “Maar mijn probleem is: waar moet je vervolgens heen met je aanbevelingen? Naar het parlement in Medan? Straks zit er misschien weer een nieuw parlement. Er is veel onzekerheid, meneer, en zolang die aanblijft is er spanning.”

    • Max Christern