Op jacht naar de goudvis; Voorstelling over '20.000 mijlen onder zee'

In '20.000 mijlen onder zee' op het Oerol-festival worden films, liederen en verhalen gecombineerd tot een groot theaterstuk. De hoofdrol is voor kapitein Nemo uit Jules Verne's '20.000 mijlen onder zee', gespeeld door René Groothof. “Nemo is een drop-out, niet moordzuchtig.”

'20.000 mijlen onder zee'. 15 en 16/6 (try-outs), 17/6 (première) Terschelling, Oerol Festival Inl. (0562) 443000. 28/8 Vlaardingen, Hof van Spektakel. inl. (010) 234 1193. Daarna tournee van 23/12/98 t/m 9/5/99. Inl. (020) 421 1221.

Bák-boord, stúur-boord vóor-boord, áchter-boord; bóven-, maar nooit óverboord; spring nooit overboord!

Uit een loods in Amsterdam-Noord komen de klanken van een aanstekelijk liedje op een melodie die noodt tot meestampen. Binnen, in het half-donker, zit een orkestje waarvan alle leden luidkeels meezingen, nadat ze eerst een denkbeeldig glas achterover hebben geslagen en over de schouder geworpen. Acteur en mimespeler René Groothof staat op een podium en speelt op een accordeon, terwijl achter hem beelden bewegen uit een oude, zwijgende film.

Het is de eerste gezamenlijke repetitie van René Groothof met het Filmorkest Max Tak. Muziek en actie moeten exact synchroon komen te lopen met een collage van beelden uit zwijgende films en dat betekent passen en meten op de seconde en de millimeter. “De timing is een enorme klus,” vertelt Groothof. “Je hebt er hier ten opzichte van het gewone theater een extra schijf bij. Ik heb zelf eerst gerepeteerd bij de filmbeelden. Daar richt ik me naar. Ook het orkest richt zich naar de filmbeelden.”

Het resultaat zal te zien zijn in een familievoorstelling die onder de titel 20.000 mijlen onder zee op 17 juni op het Oerol-festival in première gaat. Dat gebeurt in de haven van Terschelling, in de laadruimte van het bevoorradingsschip The Challenger, dus letterlijk onder de zeespiegel. De voorstelling duurt een uur en een kwartier, net niet te lang dus voor de kleintjes, en gaat later op tournee door het land.

De voorstelling is gebaseerd op Jules Verne's beroemde boek Vingt milles lieues sous les mers (1869), een negentiende-eeuws science fiction-verhaal over de reis van kapitein Nemo naar de wonderlijke wereld onder de zeespiegel met vreemde dieren en planten, verzonken steden en scheepswrakken.

Nemo, zo gaat het verhaal, is een man met een wrok tegen de wereld. De reden daarvan houdt de schrijver vaag, maar in ieder geval is de rancune groot genoeg om de wereld van de mensen te ontvluchten. Hij bouwt een onderzeeboot voortbewogen door elektrische kracht, een voor Verne's tijd ongehoord futuristisch scenario. De onderzeeër, de Nautilus, wordt echter ontdekt en aangezien voor een gruwelijk watermonster dat met man en macht dient te worden uitgeroeid. Een internationale marinevloot rukt uit om het ondier te verslaan, maar de kapitein houdt dapper stand en blijft diep in de wereldzeeën waar hij het ene avontuur na het andere beleeft. Uiteindelijk loopt het slecht af met de kapitein en zijn bemanning: ze worden verzwolgen door de zee.

Charlie Chaplin

Het idee voor de voorstelling ontstond bij dirigent Leonard van Goudoever van het Filmorkest Max Tak, vaste gast op het Oerol Festival. Het orkest, dat in 1978 is opgericht en de naam draagt van de vroegere dirigent van het Tuschinski Theaterorkest maakt geregeld filmtheater bij bekende zwijgende films als de The Gold Rush van Charlie Chaplin en The Lodger van Alfred Hitchcock. Van Goudoever werd benaderd door een verzamelaar die een filmversie uit 1916, 20.000 miles beneath the sea, van het Verne-verhaal bezat. “Het was de eerste film naar dat boek en voor die tijd was hij spectaculair,” vertelt hij, “omdat er voor het eerst echte onderwateropnamen in voorkwamen. Maar de film was té gedateerd en zat niet goed genoeg in elkaar om hem integraal te vertonen. Daarom hebben we besloten een eigen versie van het verhaal te maken met flarden uit verschillende films. Deze voorstelling is heel complex. We kunnen dit alleen doen omdat de orkestleden al jaren ervaring met dit soort voorstellingen hebben. Ze kunnen in het donker spelen, zingen en als het nodig is acteren.”

Samen met René Groothof, Hans Dagelet die de regie doet en slagwerker en effectenmaker Leonard Boddeus is het idee verder uitgewerkt. Een jaar lang is er gezocht naar geschikte films en passende muziek. Zo is een nieuwe film samengesteld, waarin de filmbeelden worden afgewisseld met eigen opnamen, verbindende teksten, tekeningen en dia's van de gravures die Gustave Doré maakte bij het boek van Verne. Er is gebruik gemaakt van zo'n twintig films uit particulier bezit en van het Nederlands Filmmuseum. Fragmenten van 16mm- en 35mm-films zijn op super-VHS gezet, gescand en gemonteerd. Er zijn opnamen bij uit de film van 1916, van The Navigator van en met Buster Keaton en van Walt Disney's Alice's Day at Sea (1924). Beeldend kunstenaar Rogier Willems maakte een blauw-rood-wit decor en heeft kaders ontworpen voor de verbindende teksten in de stijl van de vroegere stomme films.

Het verhaal volgt in grote lijnen het boek van Jules Verne. De avonturen van kapitein Nemo worden verteld door een mimende en zingende René Groothof. Een luik in het podium stelt hem in staat net als op een echt schip in het vooronder te verdwijnen en weer op te duiken. Met simpele verkleedpartijen neemt hij andere gedaanten aan. Een zwarte jas, oogklepje en een kapiteinspet transformeren hem in Ahab, de eenbenige, onsympathieke kapitein op walvisjacht uit Herman Melville's boek Moby Dick (1851). “Ahab is het alter ego van kapitein Nemo,” zegt Groothof. “Melville had dezelfde fascinatie met zee en dood als Verne, alleen heeft Verne het onderwerp wetenschappelijk benaderd. Moby Dick is meer literair.” Ahab is in de voorstelling getransformeerd tot bevelhebber van de vloot die de Nautilus moet vernietigen. Nemo wordt voorgesteld als een vriendelijke visser die genoeg heeft van het leven met zijn hengel. “Hij is meer een drop-out, niet moordzuchtig,” zegt Van Goudoever.

Denkwolkje

Aan het begin van de voorstelling zit René Groothof als Nemo met een hengeltje op het podium en zint op manieren om weg te komen. Hij bouwt een treintje, maar dat verdwijnt de hemel in en verbrandt daar in een vuurspuwende mond. De filmfragmenten daarbij komen uit Voyage à travers l'impossible (1905) van Georges Méliès, een eenmans Monty Python avant la lettre, door de manier waarop hij mensen en beelden in films monteerde. 'Te hoog gegrepen' is de tekst die daarop in een denkwolkje wordt geprojecteerd.

Een klodder meeuwenpoep op Nemo's hoofd wekt zulke agressieve associaties op dat hij overweegt de wereld per raket te verlaten. Maar tenslotte brengt de vorm van een goudvis hem op de gedachte een onderzeeër te bouwen. Een eerste bouwsel explodeert, maar 'na jarenlang zweten en zwoegen' ligt er dan toch een zeewaardig vaartuig. Filmbeelden tonen een onderzeeër uit 1930 met een paniekerige bemanning. René Groothof, op het podium voor het filmdoek, lijkt als een ingetekend tekenfilmfiguurtje deel uit te maken van de handelingen op het doek en geeft zo de filmbeelden als het ware een dubbele dimensie. Tijdens een scène in een machinekamer draait hij mee aan kranen en meters, geeft bevelen en aanwijzingen aan de bemanning en streelt, wegdromend, de beeltenis van een vrouw die even uit een meterklok opdoemt. Groothof mimet ook bij de verbindende teksten en de gravures van Doré. Al tijdens de eerste rommelige repetitie was het effect hoogst komisch.

Het orkest bestaat uit elf musici, die elk in staat zijn verschillende instrumenten te bespelen. Soms zijn ze matrozen, soms leden van een deftig scheepsorkest. De slagwerker heeft als een ouderwetse effectenmaker een koffer vol geluiden en zorgt voor het beleidende gebel, gepiep, geknal en geknor. Het 'veelkleurig muzikaal palet' is opgebouwd uit stukken van klassieke en hedendaagse componisten, onder wie Debussy, Sjostakovitsj, Katsjatoerian, Satie en Duke Ellington, maar ook uit zeemansliederen en bewerkingen van bestaande stukken. Van Goudoever: “Ik zit thuis met stapels partituren uitgestrooid over de vloer. Het is een leuke puzzel om muziek en beelden in elkaar te laten passen.” Speciale composities zijn gemaakt door dirigent Leonard van Goudoever zelf en door Bernard Hunnekink en Henk de Jonge van het Breuker collectief. Bij sommige liedjes mag ook het publiek meedoen.

Hoewel Groothof af en toe zingt, is zijn bijdrage voornamelijk zwijgend, op één episode na, waarin de uitvinding van de geluidsfilm wordt gememoreerd. Daarin komt Groothof op als acteur uit een zwijgende film. Een orkestlid laat de camera draaien, een ander houdt bij wijze van microfoon een bezem in de aanslag, maar als de acteur zijn mond beweegt komt er geen geluid uit. Van Goudoever: “Dan zeg ik, 'Ik wil geluid horen'. Maar hij begrijpt daar niets van en begint te schelden. Na die scène gaat hij weer over op pantomime.”

De afloop is, net als in het boek van Jules Verne, dramatisch en gaat gepaard met fragmenten uit Blockade und U-Bootkrieg, een Duitse film uit 1930. De Nautilus wordt getorpedeerd door een enorm oorlogsschip uit de Eerste Wereldoorlog. Maar, anders dan bij Verne, komt kapitein Nemo er in deze familievoorstelling genadig af. Zo ook de goudvis, die hem inspireerde tot de bouw van zijn wonderbaarlijke onderwaterschip.