Oorlog bestendigt cocateelt Colombia

In New York begint maandag de eerste wereldconferentie over drugs van de Verenigde Naties. Over tien jaar moet de teelt van cocaïne en heroïne in de wereld volledig zijn geëlimineerd, is het plan.

BOGOTÁ, 5 JUNI. Alweer maandenlang slaapt Omayra Morales (39) 's nachts in de bergen. Met haar machete hakt ze zich een weg door het ourwoud. Elke keer een nieuw pad, zodat zij haar schuilplaats niet kunnen vinden. Omayra wordt met de dood bedreigd. Niet omdat ze coca verbouwt. Dat doet ze al twintig jaar. “Iedereen verdient aan ons. De politie, het leger, de paramilitairen. Wij betalen drie keer belasting. Dacht je echt dat de staat deze bron van inkomsten kwijt wil?”

Zoals duizenden mensenrechten-activisten in Colombia staat ook Omayra op de dodenlijst van de paramilitairen. Zij is leider van de kleine coca-boertjes in haar streek. 'Cocalandia', wordt de provincie Guaviare wel genoemd. Een ruige streek ten oosten van de hoofdstad Bogotá. Zoals de meeste boeren in het gebied is ook Omayra met haar ouders als vluchtelingen naar de Guaviare gekomen. De burgeroorlog tussen liberalen en conservatieven had in de jaren vijftig veel arme boeren uit de rijke koffiegebieden gedreven.

Met staatsbussen werden de vluchtelingen naar het nieuwe, nog te koloniseren gebied gebracht. Maar de grond was arm. “Er was wat rubber. Een Duits bedrijf heeft nog de landingsbaan in mijn dorp gebouwd.” Toen de synthetische rubber kwam, bleef voor de bevolking alleen de tijgerjacht over. Ook de man van Omayra was tijgerjager. Eén, hoogstens twee vellen per jaar verkocht hij. En toen, in 1978, kwamen de 'heren van de coca'.

“Het eerste zaaigoed gaven ze ons gratis”, vertelt Omayra. “Ze leerden ons de planten te verzorgen, en de basispasta maken.” Terwijl Pablo Escobar (van het latere Medellín-kartel) nog naar Bolivia en Peru afreisde om zijn cocaïne te halen, begonnen kleine boertjes in de Guaviare en de Colombiaanse Amazone hun eerste cocaplanten te verbouwen.

Nu, twintig jaar later, wordt in Colombia nog steeds meer coca verbouwd dan waar ook ter wereld. Onder druk van de Verenigde Staten doet de regering er alles aan de teelten te vernietigen. Vorig jaar roeiden sproeivliegtuigen meer dan 48.000 hectaren uit. Veel meer dan met de Amerikanen was afgesproken. “Onze prestatie verdient een plaats in het Guinness Book of Records”, zei het hoofd van de Colombiaanse drugsbestrijding. “Niemand ter wereld heeft ooit zoveel vernietigd als wij.”

Meer dan tienduizend ton gif werd over Colombia uitgestrooid. Landbouwgronden zijn onbruikbaar gemaakt, de bevolking besmet. Maar aan het eind van het jaar moest de satelliet van de CIA constateren dat het totale aantal verbouwde hectaren ondanks alles weer was toegenomen.

Een stenen vloer van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een paar honderd magere boeren houden het gebouw bezet. Ze eisen dat de regering de paramilitaire doodseskaders uit hun streek weghaalt. Getuigen hebben gezien hoe de beruchte 'koppensnellers' in januari met helikopters van het leger het gebied zijn ingevlogen. Na twee bloedbaden en een gemiddelde van tien doden per dag, eisen de boeren nu dat de killers door hetzelfde leger weer worden weggevlogen. Net als in de Guaviare, heeft ook hier de komst van de paramilitairen niets met strijd tegen de coca te maken. De paramilitairen worden door het leger gebruikt om terreur onder de bevolking te zaaien, als onderdeel van de 'strategie' tegen de guerrilla. “Met de besproeiingen zag je het leger binnenkomen”, vertelt Omayra. “En met het leger kwamen de paramilitairen.” In haar dorp Miraflores, met achtduizend inwoners, zijn meer dan drieduizend soldaten gelegerd. Elke dag worden er een of twee boeren door paramilitairen vermoord, zonder dat iemand ingrijpt.

In Miraflores durven mensen hun huizen niet uit. En de meesten hebben daar ook geen reden meer toe. “Zij hebben ons met hun vliegtuigen zo plat gespoten dat zelfs het onkruid niet meer groeit.” Met haar eeltige handen probeert Omayra duidelijk te maken wat de cocaboeren beweegt. In 1995 organiseerde ze in Guaviare de eerste opstand van kleine cocaboeren in Colombia. Dit leidde tot een akkoord met de regering. Elke boer zou niet meer dan drie hectare coca verbouwen. Voor de rest zouden ze overschakelen op maïs of yuca. Een half jaar hielden ze het vol. Maar de beloofde overheidssteun bij de aankoop van de nieuwe produkten kwam nooit van de grond. De wegen in de Guaviare zijn onbegaanbaar. En de grond is arm, zodat er met maïs of yuca niet op de markt valt te concurreren. “Wij hebben alle maïs in de rivier gedropt. We zijn weer coca gaan verbouwen. Niemand vindt het leuk. Maar we proberen alleen maar in leven te blijven.”

Op een papiertje rekent ze voor. Tien hectare levert gemiddeld acht kilo basispasta op. Voor een kilo krijgt een boer gemiddeld zestig dollar. Daar moeten dan nog de kosten af. De benzine en het cement - nodig om de basispasta te maken. Door de 'heffingen' van smokkelaars en soldaten kost benzine in Miraflores meer dan tien keer zoveel als elders in Colombia. Voor een zak cement betalen de boeren negentig dollar. “Veel gezinnen zakken nu de rivier af”, vertelt Omayra. Daar branden ze verse stukken oerwoud af, en beginnen opnieuw.

“Wij hebben diepe twijfels over het nut van de besproeiingen”, zegt de vertegenwoordiger van het drugsprogramma van de Verenigde Naties in Colombia dan ook. Klaus Nyholm wijst op de funeste gevolgen voor het milieu en stelt voor in elk geval op te houden met het besproeien van kleine boeren. “De enige uitweg is het bieden van alternatieven.” Maar hoe?

Begin jaren tachtig kwamen de grote boeren de streek van Omayra binnen. Mannen met privélegers die duizenden hectaren opkochten. Bijna acht jaar lang waren ze de heersers van het gebied. “Veel mensen hoopten toen dat de guerrilla zou komen, om orde op zaken te stellen”, vertelt Omayra. In 1985 viel het eerste front van de FARC inderdaad Guaviare binnen. “In het begin deden ze goede dingen”, zegt Omayra. De guerrilla dwong de planters om loon aan de arbeiders te betalen. Zij eisten ook 'vredesbelasting' om scholen te bouwen en een ziekenpost. Eind jaren tachtig waren alle grote planters verdwenen. “Of ze waren door de guerrilla vermoord, of ze hadden elkaar afgemaakt”, vertelt Omayra.

Vanaf dat moment is de Guaviare guerrillagebied. Zoals ook Putumayo en de Amazone door de FARC gecontroleerd worden. 'Narco-guerrilla', noemen de Amerikanen hen nu, omdat ook de marxistische strijders 'belasting' op de cokehandel heffen. “In al die jaren heb ik aan de guerrilla nog nooit een peso hoeven betalen”, vertelt Omayra. Maar op de tussenhandel verdienen ze wel degelijk.

De strijd tegen de guerrilla en de strijd tegen de cocateelt zijn in Colombia steeds meer met elkaar verweven geraakt. Paramilitairen worden tegen de guerrilla en de bevolking ingezet. De guerrilla schiet de besproeiingsvliegtuigen uit de lucht. Dit rechtvaardigt weer dat de financieringen van de VS voor de drugsbestrijding, gebruikt worden in de oorlog tegen de guerrilla en de bevolking. “Het plan van de Verenigde Naties om in tien jaar de teelt uit te roeien escaleert de situatie alleen maar”, zegt Coletta Yougers van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie WOLA. De bevolking zit klem, en de cocaproductie stijgt. Van de negen collega's waarmee Omayra in 1995 haar staking organiseerde, is er nog maar één in leven. De anderen zijn vermoord door de paramilitairen. “Het is wel verdomd moeilijk in leven te blijven”, verzucht Omayra.

    • Marjon van Royen