Olieproductie verder omlaag

ROTTERDAM, 5 JUNI. De energieministers van Saoedi-Arabië, Mexico en Venezuela hebben gisteren op een geheimgehouden bijeenkomst in Amsterdam besloten hun olieproductie per 1 juli met in totaal 450.000 vaten te verminderen.

Daarmee namen de drie landen voor de tweede maal het initiatief voor een grotere productieverlaging waaraan veel meer landen een bijdrage moeten leveren. In maart jongstleden besloten Saoedi-Arabië, Mexico en Venezuela al samen 600.000 vaten olie minder op de markt te brengen. Tien van de elf lidstaten van de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) sloten zich daar later bij aan, plus vijf niet-OPEC-landen inclusief initiatiefnemer Mexico. Die actie bleek al direct onvoldoende om de sterk gedaalde olieprijzen weer op te krikken.

In een gezamenlijke verklaring die gisteren door de ambassade van Mexico in Den Haag werd uitgegeven, zeggen de drie initiatiefnemers dat de internationale oliemarkt nog steeds niet in evenwicht is en dat de voorraden ruwe olie en olieproducten veel te hoog zijn. “De excessieve voorraden moeten worden verminderd om de markt in evenwicht en de prijzen tot een acceptabel niveau te brengen, in het belang van een gezonde wereldeconomie die duurzame groei in de olie-industrie verzekert tot voordeel van zowel consumenten als producenten.”

Saoedi-Arabië, Venezuela en Mexico zullen opnieuw overleg voeren met andere productielanden, voorafgaande aan vergaderingen op 16 juni van de Samenwerkingsraad voor de Golf (Saoedi-Arabië, Koeweit, Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Qatar en Oman) en van de elf OPEC-landen op 24 juni.

De actie van de drie producenten laat opnieuw zien dat het OPEC-kartel, dat als voornaamste doelstelling een evenwichtige oliemarkt en stabiele, redelijke prijzen hanteert, het initiatief heeft verloren.

In eerste instantie wordt een beroep gedaan op de grote olieproducenten aan de Arabische zijde van de Golf die allen lid zijn van OPEC, en op niet-OPEC-landen die de vorige keer al meewerkten.