Liever Koen dan God

Theodor Holman: Niet God, maar mijn oom Koen. Uit het dagboek van een humanistenhond. Jan Mets, 107 blz. ƒ 19,90

Overal waar God wordt genoemd, is onrecht en ellende en misdaad. Als er ergens rottigheid is, kun je er godverdomme op zeggen dat er een godsdiensttwist aan ten grondslag ligt. Dus kun je maar beter niet in God geloven. Sterker nog: alle christenhonden zijn misdadigers, ja God is een misdadiger. Aldus Theodor Holman in zijn autobiografische geschrift Niet God, maar mijn oom Koen, uit het dagboek van een humanistenhond.

Laat ik beginnen te zeggen dat dit een leuk boek is. Holman kan goed schrijven. Hij is ook niet bang om een grote mond open te trekken. Hij behoort tot de minder hypocriete schrijvers in Nederland.

Maar nu de redenering dat God een misdadiger is. Dat hoor je wel vaker. Na Auschwitz geloven 'kan niet meer'. Als God het zo ver heeft laten komen met de wereld, dan is Hij het niet waard dat we in Hem geloven. Van geloof in God komt alleen maar oorlog en andere ellende. Die redenering klopt niet. Logisch gezien trekt Holman een onjuiste conclusie. Stel om te beginnen dat God nooit meer zou worden genoemd. Zou de oorlog dan in één klap verdwenen zijn? Natuurlijk niet. Mensen vinden altijd wel een reden om ruzie te maken, of erger. Daar hebben ze God niet voor nodig.

Holman constateert voorts, terecht, dat vechtende partijen God er wel vaak bij halen, en hij veronderstelt dan dat er een verband bestaat tussen hun conflict en hun geloof in God. Maar dat verband is helemaal niet dwingend. Je zou de mensen de kost moeten geven die een ander nooit wat aandoen en toch geweldig in God geloven. Of de mensen die het slachtoffer zijn geworden van wandaden en ook niets liever doen dan God erbij halen, als trooster. Is God daarmee, in plaats van een crimineel, opeens een soort grote weldoener? Ook nee. Zo gemakkelijk laat de christelijke God zich niet wegcijferen.

Dat Theodor Holman hier zo fel op is, hangt vermoedelijk samen met zijn persoonlijke achtergrond. Zijn ouders zaten in Indië in een Jappenkamp en vielen daar van hun Neder-Duitse geloof. Niet God redde vader Holman van een wisse dood in het kamp, maar zijn oom Koen die hem stiekem eten en drinken gaf. En moeder Holman vond juist door níet in God te geloven de kracht om te overleven. Het besef dat ze er alleen voor stond en zelf verantwoordelijk was, had haar geholpen.

Na de oorlog werden vader en moeder Holman humanist. De jonge Theodor, ook humanist, ontdekte als scholier het existentialisme, dat een bevrijdende uitwerking op hem had omdat je volgens het existentialisme de vrijheid krijgt alles te denken wat je wilt. Grappig is zijn verslag van een reis naar Parijs waar hij er samen met een vriend in slaagt zijn grote idool Sartre te ontmoeten in een café. De grote meester blijft tijdens het gesprek gewoon de krant lezen. Het enige wat hij uiteindelijk uitbrengt is dat hij ooit eens in Amsterdam geweest is om er van een dokter te horen dat hij aan een geslachtsziekte leed.

De eigenlijke heldin van dit boek is, voor mij, Holmans moeder. Zij staat hem bij als hij voor het gerecht wordt gedaagd wegens belediging van de christelijke bevolkingsgroep in een column voor Het Parool. Daarin schreef hij, na een passage over zijn humanistische opvoeding, dat hij nog steeds iedere christenhond een misdadiger, bidden iets kinderachtigs en de kerk een poppenkast vindt, hoewel hij niemand het recht wil ontzeggen misdadiger of kinderachtig te zijn of van poppenkast te houden. De moeder gaat tijdens de rechtszaak achter hem zitten, om tegen de rechters te lachen en te laten blijken dat als haar zoon grove dingen zegt, zij het daar ook niet mee eens is. Hij wordt vrijgesproken. In gesprekken met haar zoon houdt de moeder Theodor voor dat hij beroemd moet worden, maar dat hij dan moet ophouden voortdurend mensen tegen de haren in te strijken. Ze zou willen dat hij op televisie komt, net als Theo van Gogh en Henk Spaan, zodat ze over hem kan opscheppen tegenover familie en vrienden. Dat zijn ontroerende gesprekken in een onderhoudend en polemisch boek.

    • Arjen Schreuder