Laatste babyboom van deze omvang

Nederland heeft weer vertrouwen in de toekomst en durft dus te baren. Voor het eerst in vijfentwintig jaar worden er bijna 200.000 baby's verwacht dit jaar. Kraamzorg en verloskundigen maken overuren, babywinkels beleven gouden tijden.

DEN HAAG, 5 JUNI. Gek worden ze ervan bij BabyCare Kraamzorg in Den Haag. Ze hebben net twee extreem drukke maanden achter de rug. Juni is even uitblazen, maar in juli en augustus zal BabyCare weer alle zeilen bij moeten zetten om de 'geboortegolf' aan te kunnen. “En zo gaat het al een paar jaar”, aldus Els Zuidam, regiomanager van het particuliere BabyCare Zuid-Holland. De vijftig freelancers die het bedrijf aan het werk heeft maken overuren, en dat zullen ze nog wel een tijdje moeten blijven doen ook.

Een babyboom is een regelmatig terugkerend verschijnsel in Nederland. In periodes van economische voorspoed, zo stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), kiezen meer mensen eerder voor een kind dan wanneer de toekomst er financieel wat minder rooskleurig uitziet. Het CBS kan op basis van dat verleden aan de hand van de index voor het consumentenvertrouwen een redelijk kloppende schatting maken van het aantal geboortes in een jaar. En uitgerekend vorige week werd bekend dat het consumentenvertrouwen het hoogste niveau sinds 1972 heeft bereikt. Dat belooft wat voor de vroedvrouwen en kraamhulpen.

Volgens Jan Latten, bevolkingsdeskundige van het CBS, komt het aantal geboortes per jaar inderdaad weer aardig in de buurt van de vruchtbare jaren zestig en zeventig. “Vóór 1972 hebben we jarenlang gemiddeld meer dan 200.000 geboortes per jaar gehad. Daarna is het eigenlijk bergafwaarts gegaan, met als dieptepunt 1983, toen slechts 170.000 baby's werden geboren. Toen ging het economisch dan ook erg slecht met Nederland. Voor 1998 zitten we voor het eerst weer tegen de 200.000 te hikken - de prognose ligt nu op 196.000 geboortes, maar kan nog worden bijgesteld.”

Als de hoogconjuncturele periode zich eenmaal heeft ingezet begint zo'n anderhalf jaar daarna de bevolkingsgroei zich af te tekenen. Deze vertraging heeft een deels biologische reden (een zwangerschap duurt nu eenmaal negen maanden en voor het zover is kan er ook wat tijd overheen gaan) en een deels economische reden. “De economische groei werkt cumulatief”, aldus Latten van het CBS. “Eerst merkt slechts een heel kleine groep dat het beter gaat, maar naarmate de tijd vordert, wordt de groep die profiteert van de hoogconjunctuur steeds groter.”

Tiba Spaapen van verloskundigenpraktijk Astrid Limburg in de Amsterdamse Pijp begint te lachen als het woord babyboom valt. “Dat kun je wel zeggen ja, het is hier echt een explosie!” Oorzaken zijn in haar praktijk vooral te vinden in de groter wordende gezinnen. “Er zitten weer heel veel multen bij, terwijl we vroeger voornamelijk priemen hadden”, aldus Spaapen. Priemen zijn eerstgeboren en multen tweede en volgende kinderen, legt ze uit. Ook de lagere leeftijd waarop vrouwen moeder worden (was in Amsterdam 33, bijna 34 jaar, zit nu alweer onder de dertig) is volgens Spaapen een reden van de grote drukte. Spaapen: “Je krijgt een opeenhoping van 29-jarigen die een kind willen. De groep die eerst wachtte tot ver in de dertig wordt nu bij de groep geveegd die al op hun 29-ste een kind willen.” Landelijk is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen 28,6 jaar.

Het CBS tekent aan dat juist in steden als Amsterdam een andere oorzaak van de bevolkingsgroei zich doet gevoelen. Want niet alleen de economische hoogconjunctuur zorgt voor een kleine babyboom, ook het feit dat meer allochtone vrouwen in de vruchtbare leeftijd raken doet het aantal geboorten stijgen. En die krijgen grotere aantallen kinderen dan autochtone vrouwen.

“Kinderen krijgen is eigenlijk net als in de file staan”, stelt sociaal-demograaf Gijs Beets, onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) in Den Haag. “Opeens zie je een geboortegolf en voor je het weet is-ie weer weg”, aldus de onderzoeker, doelend op de opeenhoping van 29-jarige vrouwen.

Beets onderschrijft de conclusies van het CBS, maar merkt op dat er veel meer variabelen zijn voor een stijging van het aantal geboortes. Het fiscaal aantrekkelijk maken van kinderopvang bijvoorbeeld. Of het niet-stereotiep willen zijn. “Dat speelt vooral bij hoogopgeleiden: die willen altijd net even wat anders dan anders.” In die categorie is zowel het drie-kinderengezin als de 'nul-variant' erg populair.

Waar het kraamverzorgers en vroedvrouwen allemaal wat te veel wordt, stijgt de stemming bij de babywinkels. De Geboortewinkel, een keten van vier winkels in Nederland die zowel baby-artikelen verkopen als professionele informatie over kinderen en zwangerschap geven, beleeft gouden tijden. Inkoopmanager Lutgard Veraart: “Mensen durven weer te kopen. We hebben heel lang te dure artikelen uit de schappen gehouden; we dachten dat niemand dat wilde betalen. Maar de merkkleding die we afgelopen zomer hadden, vloog echt de rekken uit.” De Geboortewinkel opent dit jaar twee nieuwe filialen en verwacht dat de groei zich de komende jaren voorzet. “Er komen meer mensen die meer te besteden hebben - dat is voor ons ideaal”, aldus Veraart.

Het CBS verwacht voor de komende jaren een verdere groei van het aantal geboortes met in totaal zo'n 30.000. Dat wordt dus nog even aanpoten voor de vroedvrouwen en de kraamverzorgers. Maar Latten van het CBS heeft hoopvolle berichten voor hen. “Dit is waarschijnlijk de laatste keer dat we in absolute aantallen een dergelijk babyboom meemaken”, zegt hij. De babyboomers uit de naoorlogse generatie, die uit de wederopbouw, hebben veel minder kinderen gekregen dan hun ouders. Nederland vergrijst, krijgt minder kinderen en dus, zo luidt de verwachting, zal het aantal geboortes na 2000 in absolute zin afnemen. Latten: “Nog steeds zul je dan fluctuaties zien bij hoog- en laagconjunctuur, maar van 200.000 geboortes per jaar zal het wel nooit meer komen.”

    • Egbert Kalse