Het Ballet-Kremlin

Met het vertrek van Dick Hendriks, zakelijk leider van Het Nationale Ballet, lijkt de crisis voorbij waarin het gezelschap al jarenlang verkeert. Artistiek leider Wayne Eagling wordt niet langer tegengewerkt door Hendriks en zijn getrouwen, er is in Jaap Mulders naar het schijnt een kundige opvolger gevonden (zij het vooralsnog ad interim), de last van het verleden drukt niet langer op de schouders van de nieuwe directie.

Laten we hopen dat het zo is: Het Nationale Ballet heeft het, zonder problemen in de top, al moeilijk genoeg. Dans in het algemeen en dit gezelschap in het bijzonder heeft al een aantal jaren te kampen met de tanende belangstelling van het publiek en - wellicht is er een verband - de kritiek op de programmering van Eagling is al sinds zijn aantreden in 1990 niet mals. Niet alleen is Het Nationale Ballet volgens de eigen statuten verplicht klassiek en neo-klassiek repertoire uit te voeren, maar ook om modern werk te brengen en te (laten) creëren. Het laatste schiet er onder Eagling volgens de critici bij in of is van onvoldoende kwaliteit.

Toch is het niet daarom dat de staat waarin 's lands eerste dansgezelschap verkeert, nauwelijks aanleiding geeft tot hoop. De last van het verleden wordt natuurlijk niet zomaar afgeschud. Juist het verleden wreekt zich, nu en al jarenlang. En de werkelijke schuldigen - zo die al ondubbelzinnig aan te wijzen zijn - zijn niet de kemphanen Hendriks en Eagling en zelfs niet voormalig artistiek leider Rudi van Dantzig die acht jaar voor zijn vertrek aankondigde te zullen vertrekken, voorwaar een garantie voor een vleugellam bewind.

Nee, de ware schuldigen aan de tijd- en energie-vretende crisis binnen Het Nationale Ballet zijn de opeenvolgende besturen. Uit het gezelschap zelf voortgekomen leiders als Henny Jurriëns en Han Ebbelaar wezen de bestuursleden af, de volkomen onbekende en nauwelijks op zijn taak berekende Eagling vond in hun ogen om onverklaarbare redenen wel genade. Kleinere gezagscrises die de ondernemingsraad en de dansers in de loop der jaren in rep en roer brachten, werden onder werkloos toezien van het bestuur in de kiem gesmoord of doodgezwegen. Zelfs het ontstaan van kampen rondom de zakelijke en artistieke directeur was geen reden tot ingrijpen.

Het zijn conclusies die men met de nodige Kremlin-watching trekken kan: de activiteiten en beraadslagingen van besturen onttrekken zich nu eenmaal aan de waarneming. Desondanks lijkt de vaststelling onontkoombaar dat het bestuur van Het Nationale Ballet door de jaren heen tekort is geschoten. Dit en vergelijkbaar falen van andere besturen in de kunstwereld zou misschien tot nadenken kunnen stemmen. Bestuursleden zouden niet per se maatschappelijk belangrijke personen moeten zijn en al helemaal geen figuren die ervan dromen op hoogtijdagen een plaatsje naast de koningin te krijgen toegewezen. Ze zouden op een of andere wijze voor hun toetreding al blijk moeten hebben gegeven van oprechte belangstelling voor het veld, waarvoor ze een cruciale rol gaan spelen.

    • Pieter Kottman