Gluren vanaf het dakterras

Arita Baaijens: Oase Farafra. Contact, 208 blz. ƒ 29,90

Zoals God verdween uit Jorwerd, zo zal Allah ooit verdwijnen uit Farafra. Voorlopig is het echter nog niet zo ver, want op de snelweg naar de vooruitgang ligt het Egyptische woestijndorp eeuwen achter op de Friese plattelandsgemeente.

Toch, zo meldt woenstijnreizigster, radiodocumentariste, biologe en schrijfster Arita Baaijens in Oase Farafra, is het dorp dat eeuwenlang in autarkische slaap verzonken lag, hard op weg zijn achterstand in te lopen. Over de nieuwe weg die vanuit Cairo als een zwarte loper door de Westelijke Woestijn is uitgerold, stormen de geest, de produkten en de problemen van de moderne tijd Farafra tegemoet.

Het begon allemaal zo'n tien jaar geleden, toen met satellietfoto's diep onder de bodem miljarden kubieke meters water werden ontdekt. Het dorp van ongeveer vijftienhonderd zielen was daarmee rijp voor de ambitieuze 'landreclamatie' die de regering Mubarak op de agenda had gezet. Doel: de migratie van honderdduizenden Egyptenaren van de vruchtbare maar overvolle Nijlvallei en Nijldelta naar nieuw te ontginnen gronden.

Water werd er in de buurt van de oude, zacht sijpelende bron van Farafra inderdaad gevonden. In overvloed zelfs. Waar de Farfaroni's in het verleden elke druppel als een parel koesterden, vloeit het nu onafgebroken over de nieuwe akkers - en daarbuiten. Met het gevolg dat de lemen huizen, die normaal een aantal generaties meegaan, in snel tempo in elkaar zakken.

Na het water kwamen de nieuwe bewoners met hun nieuwe gewoontes. Mannen die het met de geboden van de Profeet niet zo nauw namen. Vrouwen die zonder sluier over straat gingen om buiten de deur de kost te verdienen.

Tot overmaat van ramp werd er vanuit Cairo ook nog eens een nieuwe raïs, burgemeester, in Farafra geparachuteerd. Blakend van ambitie nam deze moderne manager zich voor 'Farafra op de kaart te zetten'. Zonder dat de dorpelingen daar echt om gevraagd hadden, liet hij in korte tijd een groot aantal totems van de moderne beschaving uit het woestijnzand verrijzen. Een telefooncentrale met liefst vierhonderd buitenlijnen bijvoorbeeld. De oorspronkelijke bewoners vonden het maar verspilling. 'Als ze iemand willen spreken, kloppen ze wel op zijn deur'. Raïs Raafat liet zich er niet door ontmoedigen. Onverstoorbaar zette hij zijn moderniseringsarbeid voort. Boven de toegangspoort tot het dorp prijkte voortaan de leus Farafra, the land of hope and the future.

Arita Baaijens zag het met lede ogen aan: de komst van asfalt, beton, tv, soaps, benzinestations, airco motels, veel ambtenaren en heel veel nieuwkomers. Het liefst zou ze, net als de 'echte' Farfaroni's, alles laten zoals het was.

Ooit, begin jaren negentig, kocht ze in Farafra haar eerste kameel. En in de jaren daarna was het dorp uitvalsbasis voor verschillende tochten door de Egyptische woestijn, waarvan ze in Een regen van eeuwig vuur (1993) boeiend verslag deed. Meer en meer raakte ze gesteld op 'de verlegen en bedachtzame' Farfaroni's die nog wisten hoe je een verhaal moest vertellen, en hoe je daar naar moest luisteren. De 'totale afwezigheid van haast in woord en gebaar' deed haar weldadig aan na de hectiek van Amsterdam.

Toch probeert ze in haar jongste boek, een gecondenseerd verslag van twee overwinteringen in Farafra, zo weinig mogelijk in de achteruitkijkspiegel te turen. Ze wil zich opstellen als deelnemer, niet als toeschouwer. Tegen het eind van haar verslag moet ze echter bekennen dat goede bedoelingen onvoldoende zijn om de kloof te overbruggen die haar scheidt van de 'echte' Farfaroni's. 'Uiteindelijk ben ik altijd een buitenstaander gebleven, een observator uit de andere wereld', is haar mismoedige conclusie.

Dat komt vooral omdat bij alle uiterlijke modernisering veel in Farafra bij het oude is gebleven. Zelfs de import-Farfaroni's, die zich ver verheven voelen boven de oorspronkelijke bewoners, koesteren met hartstocht de tradities en leefregels die in hun genetisch materiaal zijn opgeslagen. De Profeet mag het volgens sommige Koran-uitleggers destijds nog zo goed met vrouwen hebben voorgehad, ze moeten hun man natuurlijk wel onverbiddelijk gehoorzamen. Wat de meesten graag doen, al is het in schijn. Eén geëmancipeerde Westerse vrouw die in haar eentje door de woestijn trekt en twee winters lang in een djellaba door de steegjes van Farafra schuifelt, brengt eeuwenoude machtspatronen niet aan het dansen. Dat kunnen alleen de soefi-sjeiks die met hun opzwepende gezangen, elektrisch versterkt, het hele dorp uit zijn slaap houden. Een mislukt participerend onderzoek kan echter nog steeds een mooi boek opleveren. Glurend vanachter het muurtje rond haar dakterras verschaft Arita Baaijens de lezer bladzijde na bladzijde boeiende inkijkjes in een wereld die altijd ver weg zal blijven.

Computers zijn in Farafra inmiddels geen vreemd verschijnsel meer. De eerste was - uiteraard - voor de vrouw van Raïs Raafat. Maar in de zandkuil op het dorpsplein spelen de oude mannen nog altijd hun spelletje Sega. Niet met een joystick, maar met witte en zwarte stenen die ze van hun vaders en grootvaders geërfd hebben. Tot ook hier de beschaving, in de vorm van een asfalteermachine, om de hoek komt kijken.

    • Ed' Korlaar