Geen nostalgie bij optreden eigenwijze Dave Brubeck

Concert: Kwartet van pianist Dave Brubeck met Bobby Militello (altsax en fluit). Gehoord: 4/6 Concertgebouw, Amsterdam.

Wat? Die vent van 'Take Five', leeft die dan nog steeds?

Pianist Dave Brubeck, in '60 en '61 met zijn kwartet te gast in het Amsterdamse Concertgebouw, had het destijds waarschijnlijk ook niet verwacht: dat hij daar op zijn 77ste nog eens zou staan om opnieuw 'Take Five' te spelen. Die mooie riedel van zijn saxofonist Paul Desmond die ook in Nederland op single verscheen en vier maanden op de hitlijsten prijkte.

Dat er in het Concertgebouw desondanks niet nostalgisch wordt meegehumd ligt niet aan het publiek, dat er ruimschoots de leeftijd voor heeft, maar aan de uitvoering door het huidige kwartet. Het arrangement van het thema is veranderd, zo ook de noten van het ostinato dat niet door Brubeck zelf gaande wordt gehouden maar door bassist Jack Six. De voor het stuk kenmerkende drumsolo bevat niet als die van Joe Morello destijds een aantal stops maar gaat continu door, luider en vooral langer. Duurde de lp-versie op Time Out destijds nog geen zes minuten, die in het Concertgebouw vergt bijna een kwartier.

Was Dave Brubeck in de jaren '50 en '60 behoorlijk eigenwijs door het introduceren van jazz-vreemde maatsoorten als 3/4, 5/8 en 9/8, hij is het als broodmagere bejaarde nog steeds: door zijn keuze voor saxofonist Bobby Militello, die niets van Paul Desmond lijkt te willen weten en als het even kan een 'long, long drink of the blues' neemt, en door voor de pauze niets te spelen waardoor hij beroemd werd.

Brubeck opent met de 'St. Louis Blues' maar dan wel als tango, en speelt vervolgens uitsluitend stukken van zijn laatste cd, uitdagend getiteld So What's New?, geheel gevuld met nieuwe stukken. Typisch Brubeck daarop is 'Chorale', een bezonken, klassiekerig stuk met Militello op dwarsfluit, minder typisch een onbezorgd swingende ode aan collega-pianist Marian McPartland.

In de pauze onstaat er een enorme run op de stand met Brubeck cd's van toen tot nu. Opvallend is het hoge leesbrilgehalte en grote aantal dubbelgangers van Philips-topman Cor Boonstra. Op een honderdje wordt niet gekeken; voor een bezoek aan een echte platenzaak heeft deze cliëntèle waarschijnlijk geen tijd.

Dat Brubeck tegen het eind van het concert steeds grappiger wordt bij de introductie van zijn stukken, bijvoorbeeld 'The Things you never remember (I will never forget)' maakt de zaal zo week dat zelfs rommel met gejuich wordt beloond. Bijvoorbeeld een veel te lange solo van Jack Six die zijn contrabas heel lelijk versterkt heeft en zowel heel hard als heel vals weet te spelen.

Dave Brubeck, die zichzelf beschouwt als 'een componist die ook piano speelt', heeft er overduidelijk geen moeite mee. Hij neemt zelf ook graag wat risico en mijdt daarom het geheide 'Blue Rondo à la Turk' en ook zijn fraaie compositie 'In your own Sweet Way' waar Miles Davis zo gek op was.

Als eigenwijs zijn een typische jazzdeugd is, dan is Dave Brubeck, ondanks zijn klassieke opleiding bij Darius Milhaud in de jaren veertig, al vijftig jaar lang een echte jazzman.