Geen misdaad?

Welke debutant droomt niet van een nominatie? Het hangt van de prijs af. Mirjam Boelsums Slangen aaien staat op de shortlist van de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandse misdaadboek. Ze staat niet te springen. “Ik ben erg verrast. Ik zie mijn boek niet als misdaadroman. Het is een spannend verhaal, maar die spanning is geen doel op zich.”

Gesteggel over de status van literaire werken in de competitie is vaste prik in de tienjarige geschiedenis van de Gouden Strop, ook al omdat de Nederlandse misdaadliteratuur nog steeds bezig is zich te emanciperen. Veel thrillerauteurs vinden dat de literatoren zich bij hun eigen prijzen moeten houden. Nadat Maarten 't Hart en Tim Krabbé de prijs voor de neus van de 'echte' misdaadschrijvers hadden weggekaapt, werden de reglementen verscherpt. Krabbé stuurde zijn boek De grot dit jaar niet eens in.

Debutante Boelsums vreest door de nominatie, of eventueel door de prijs zelf, voorgoed het etiket misdaadauteur opgeplakt te krijgen. Ze weet dan ook niet of ze de prijs van vijfentwintigduizend gulden wel wil hebben. “Het is anders voor auteurs als Maarten 't Hart of Tim Krabbé. Die hebben al een heel oeuvre op hun naam staan. En worden niet zo snel meer in een hokje gestopt. Ik vrees dat het daar bij mij wel op uitloopt. Aan de andere kant bereik ik door de nominatie een grote nieuwe lezersgroep.”

De jury voor de Gouden Strop nomineerde dit jaar ook nog het debuut van Ed Sanders en het tweede boek van Onno te Rijdt (zie ook pagina 5 van deze bijlage). Bijna jaarlijks genomineerde auteurs als René Appel en Tomas Ross werden gepasseerd: alleen de oudgedienden Jac. Toes en Charles den Tex maken nog kans op de prijs. “Dertien van de achtendertig inzendingen waren dit jaar debuten”, zegt Marieke Bemelman, die het secretariaat van de Strop beheert. “Blijkbaar was de jury erg tevreden over het niveau van die boeken. Er ligt geen bewust voorrangsbeleid aan ten grondslag.” De prijs wordt op 18 juni uitgereikt.

Chris Rippen, voorzitter van het Nederlands genootschap van misdaadauteurs, weet nog niet wat hij van de nominaties vindt. “Ik ken de meeste boeken niet. Al ben ik blij met het grote aantal debuten. De kwaliteit van de Nederlandse misdaadromans blijft stijgen.” Van hem mag iedereen meedoen. “Of een schrijver uit het literaire circuit afkomstig is, maakt me niet uit. Het gaat erom of de misdaad centraal staat in het boek. Wat dat betreft behoor ik tot de rekkelijken in het genootschap.”

Binnenkort gaat het genootschap praten met de Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek over een oud ongenoegen. Ook dit jaar werd het CPNB-geschenkboekje van de Maand van het Spannende Boek geschreven door een buitenlander: James Ellroy. “Wij kunnen het kwalitatief best opnemen tegen de buitenlanders,” zegt Rippen. “Het boekje van Ellroy is heel aardig, maar er zijn de laatste jaren boekjes van erbarmelijke kwaliteit bij geweest.”

Bij de CPNB acht men de tijd nog niet rijp voor een Nederlands geschenk. “Het gaat goed met het spannende Nederlandse boek, maar we willen pas overstappen als we dat structureel kunnen doen”, zegt een woordvoerder. “De Nederlandse schrijvers verkopen nog steeds veel minder dan de buitenlanders. Ze moeten nog bekender worden. Er is een redelijke kans dat het binnen vijf jaar zover is.”

    • Arjen Fortuin