Foto-instellingen reageren teleurgesteld; Wertheimer-legaat verdeeld over steden

DEN HAAG, 5 JUNI. De 22 miljoen gulden van het Wertheimer-legaat zal niet gebruikt worden om één fotografiemuseum op te zetten, maar worden verdeeld over Amsterdam, Rotterdam en Leiden, concludeert het Instituut Collectie Nederland (ICN).

De museale taken zullen worden gespreid over de drie steden: Amsterdam krijgt de presentatietaak, de Rotterdamse (rijks)instellingen moeten het beheer en de ontsluiting van de collecties coördineren, het Leids Prentenkabinet (onderdeel van de Rijksuniversiteit Leiden) verzorgt het onderzoek en onderwijs.

Dit zijn de voornaamste conclusies die het ICN heeft getrokken uit een vijf maanden durend onderzoek naar de besteding van het legaat. Het ICN heeft zijn bevindingen gistermiddag in de Haagse sociëteit De Witte voorgelegd aan vertegenwoordigers van twintig landelijke fotoinstellingen. Over praktische invulling van het voorstel en de exacte verdeling van gelden heeft het ICN geen voorstellen gedaan.

Zowel vertegenwoordigers van Rotterdamse als Amsterdamse foto-instellingen hebben met gemengde gevoelens op de voorstellen gereageerd. Een halfwassen compromis, reageert Flip Bool, directeur van het Nederlands Fotoarchief (NFa, Rotterdam): “Er wordt geprobeerd iedereen tevreden te stellen. Van een inhoudelijke visie op de fotografie is geen sprake. Het is ver onder de maat.”

“De kool en de geit worden weer gespaard”, meent Hans de Herder, directeur van het Nationaal Fotorestauratie Atelier (NFrA, Rotterdam). Mattie Boom, conservator fotografie van het Rijksmuseum (Amsterdam): “Er wordt een expositiecentrum en een beheerscentrum voorgesteld. Zoiets gaat volstrekt voorbij aan de realiteit.”

Met name de beheerstaken die de Rotterdamse instellingen (die volgens het ICN-voorstel uitgebreid moeten worden met het Nederlands Fotogenootschap, het overkoepelend orgaan van de fotografieverzamelende instellingen) krijgen toebedeeld, roepen veel bedenkingen op, omdat de belangrijkste Nederlandse fotocollecties zich niet in die stad bevinden. Zeer ongelukkig, noemt Boom het plan. “Moet het collectiebeleid van het Rijksmuseum of het Stedelijk Museum nu door Rotterdam bepaald worden? Het is alsof je een soort Rijksdienst Beeldende Kunst opnieuw opricht maar dan speciaal voor de fotografie. Die dienst is in 1994 niet voor niets opgeheven.” Ook Bool voelt niets voor de hem toebedachte taak. Hij wordt in zijn mening gesteund door Adriaan Elligens, directeur van het Amsterdamse Maria Austria Instituut (fotoarchief). Elligens: “Een onmogelijk voorstel. Vanwaar toch die behoefte om alles te moeten concentreren en coördineren? Alsof er in Nederland niet meer dan één groot archief kan zijn.”

Onduidelijk is wat de positie en taak van het Nederlands Foto Instituut (NFI, Rotterdam) zal zijn. NFI-directeur Loek van der Molen gaf tijdens de Haagse bijeenkomst blijk weinig voor het ICN-voorstel te voelen en een duidelijke expositiefunctie te willen behouden. Wegens een buitenlands werkbezoek is Van der Molen echter onbereikbaar voor nader commentaar.

Het voorstel van het ICN om in Amsterdam een presentatiecentrum voor fotografie op te zetten, werd tijdens de bijeenkomst wel algemeen ondersteund. Over de inhoudelijke invulling lopen de meningen echter ook in de Amsterdamse fotowereld uiteen. Volgens het ICN moet het centrum, waarin mogelijk ook het Maria Austria Instituut wordt opgenomen, een 'laagdrempelig en bruisend' karakter te krijgen. Vrijwel alle aanwezigen karakteriseerden deze invulling als teleurstellend en mager.

Hoe en door wie het presentatiecentrum moet worden opgezet, wordt door het ICN niet aangegeven. Opmerkelijk in dit verband is dat het ICN de stichting Photo Plaza niet noemt, die, gesteund door de gemeente Amsterdam, wil komen tot de oprichting van een kunsthal voor de fotografie. Adriaan Monshouwer, voormalig directeur van het NFI en beleidsadviseur van Photo Plaza, is desondanks tevreden: “De presentatiefunctie komt daar waar ze het beste tot haar recht komt.” Hij onderschrijft de verdeling van taken boven een centraal instituut.

ICN-onderzoekster Antoinette Visser zegt ondanks de kritiek zeer tevreden te zijn over het verloop van de bijeenkomst. “De fotowereld is zeer versnipperd. Maar de voorlopige conclusies leidden ter vergadering wel tot veel constructieve gesprekken. Er moeten minstens 80 nieuwe plannen geboren zijn. Dat vind ik hoopvol.” De reacties van de instellingen op de voorlopige voorstellen zullen in het rapport worden opgenomen. Het Prins Bernhard Fonds, beheerder van het Wertheimer-legaat, zal op 22 juni een definitief besluit nemen.

Dat de gemeente Groningen, die zich op het laatste moment kandidaat stelde als museumlocatie, daarbij nog een kans maakt, lijkt vrijwel uitgesloten. Volgens cultuurmedewerker Charles Rijsbosch is daarmee het plan evenwel niet van de baan. Rijsbosch: “Er is in Groningen ruimte voor een fotoinstelling. Het College zal zich opnieuw moeten beraden. De opzet zal echter noodgedwongen wat bescheidener zijn.”

    • Eddie Marsman