Euro-11 groep weet zich nog geen raad

De landen die meedoen met de Economische en Monetaire Unie hielden gisteren, nog wat onwennig, hun eerste besloten bijeenkomst. Minister Zalm kreeg huiswerk mee voor de kabinetsformatie.

LUXEMBURG, 5 JUNI. 'Kasteel' is een te groot woord voor Château Senningen. In dit landhuis even buiten Luxemburg hielden de ministers van Financiën van de elf landen die vanaf volgend jaar meedoen met de ene Europese munt, de euro, gisteren hun eerste onderlinge Euro-11 raad. Wat Duitsland en Nederland betreft blijft ook 'raad' een te groot woord voor de bijeenkomst, die voortaan regelmatig zal worden gehouden. Dus zal het nieuwe forum geen raad heten, maar 'groep'. De euro-11 groep.

Gisteren ontmoetten de bewindslieden van de elf euro-landen elkaar voor het eerst sinds begin mei werd besloten dat de Economische en Monetaire Unie in 1999 van start gaat, in het nieuwe forum. Europa krijgt dan wel één munt, met één Europese Centrale Bank, maar het macro-economische en begrotingsbeleid is nog steeds versnipperd over elf nationale regeringen. In de bijeenkomsten van de nieuwe euro-11 groep moet dat beleid onderling worden afgestemd.

Als het aan de meeste euro-landen had gelegen, had die onderlinge coördinatie ook wel kunnen plaatshebben in de reguliere vergadering van de ministers van Financiën van alle vijftien lidstaten, de Ecofin-raad. Maar van Franse zijde is, sinds Duitsland in 1995 voorstelde om begrotingsdiscipline van de euro-landen te verzekeren met een stabiliteitspact, aangedrongen op een aparte stabiliteitsraad van euro-landen.

Het Franse idee was niet onomstreden. Zo was er de angst van vooral de noordelijke EU-landen dat de stabiliteitsraad zou uitgroeien tot een zwaarwichtige politieke tegenhanger van de Europese Centrale Bank. En de vier landen die niet met de euro meedoen, Groot-Brittannië, Denemarken, Zweden en Griekenland, voelden zich buitengesloten.

Aan de ongerustheid van de Noord-Europese euro-landen lijkt vooralsnog tegemoet te zijn gekomen. De Duitse minister Waigel zei dat er gisteren brede overeenstemming was “dat deze ontmoetingen strikt informeel zijn”. Aan de wens van de vier niet-euro landen, in Brussels jargon de 'outs', is niet voldaan.

Dat leidde gisteren tot de eerste moeilijkheid: Groot-Brittannië is dit halfjaar voorzitter van de Europese Unie, en daarmee van alle vergaderingen van ministers. Maar het land zit niet in de euro-11 groep. Vandaar dat de Britse minister Gordon Brown gisteren de bijeenkomst wel opende, maar zich daarna discreet moest verwijderen - hoewel er wel een schorsinkje voor nodig was om Brown er fijntjes op te wijzen dat het nu toch echt tijd was om te vertrekken. Oostenrijk, het komende halfjaar voorzitter van de EU, leverde vervolgens in de persoon van minister Edlinger de echte voorzitter van de euro-11.

Hoe gaat de euro-11 groep te werk? Dat wisten de deelnemers zelf ook nog niet zo goed, zodat een flink deel van de beraadslagingen ging over procedures. Besloten is in het resterend jaar nog viermaal bijeen te komen, telkens negen tot elf uur voorafgaand aan een gewone Ecofin-raad. De delegaties bestaan uit twee mensen: de minister van Financiën en een hoge ambtenaar, in het geval van Nederland minister Zalm en thesaurier-generaal Oosterwijk.

Op uitnodiging kan ook de president van de ECB, Duisenberg, aanwezig zijn. Dat zal gebeuren bij de bijeenkomst in juli. Ook aan de 'outs' is een concessie gedaan: zij mogen er af en toe toch bij zijn, bijvoorbeeld aan de vooravond van de halfjaarlijkse 'informele' ontmoeting van de Ecofin-raad komende september, waaraan voortaan ook een informele euro-11 groep voorafgaat. Die heet dan, met het oog op de 'outs' een 'extended euro-11 groep'.

Ook inhoudelijk zat er nog weinig structuur in de eerste bijeenkomst. Europees Commissaris Thibauld de Silguy kwam op verzoek met een schets van de macro-economische vooruitzichten van de euro-groep, en drong er op aan dat van de aantrekkende conjunctuur gebruik wordt gemaakt om de begrotingstekorten verder omlaag te brengen. In 1999, zo raamt hij, komen de elf gemiddeld uit op een tekort van 2,2 procent. Dat moet 1,5 procent worden.

Minister Zalm zei na afloop dat elke minister vervolgens braaf was begonnen de macro-economische toestand in eigen land te schetsen, maar dat al snel duidelijk werd dat de twee uur die de bijeenkomst mag duren daarvoor veel te kort is. Zalm, die op het standpunt staat dat nu de euro-11 er toch van gekomen is, er dan ook maar het beste van moet worden gemaakt, stelde met succes voor dat in plaats van exposé's beter de discussie kan worden gezocht met onderlinge vragen en antwoorden over elkaars economie en begrotingsbeleid.

De Franse minister van Financiën Strauss-Kahn had na afloop alvast een punt. Volgens hem dreigt in sommige kleine landen, met name Nederland en Ierland, de economie te oververhitten en loopt de inflatie op. Die landen zouden de begroting moeten insnoeren, in plaats van te verwachten dat de Europese Centrale Bank de rente wel zal opschroeven.

Daar kan informateur Zalm mee terug naar Den Haag, waar de beraadslagingen over de vorming van het kabinet Kok-II het stadium naderen waarin strijd moet worden geleverd over de begrotingspolitiek voor de komende vier jaar.

    • Maarten Schinkel