Een zwevend leven; De trapeze-kunst van Les Arts Sauts

De trapezisten van Les Arts Sauts staan met hun tweede spektakel 'Kayassine' op het Oerol-festival. Hoog in hun gigantische opblaastent zorgen sopraan en violoncel voor de muziek. “De trapezisten springen zo luchtig in het niets dat wij op de grond de zwaartekracht vergeten.”

Les Arts Sauts: op Oerol-festival, Terschelling, daarna in Rennes (Les Tombées de la Nuit, juni), Stockton-on-Tees en Edinburgh (juli/augustus), Wereldtentoonstelling, Lissabon (augustus), Parc de la Villette, Parijs, van 18 november t/m 31 december.

Fluistergeluiden in het absolute donker. Het publiek ligt in lage, vaste dekstoelen, overdenkt zijn zonden en wacht op de dingen die komen gaan. Het fluistergeflapper wordt intenser. Dan is er licht en zijn er lichamen daarboven. De trapezisten van Les Arts Sauts maken hun eerste verkenningsvlucht door de ruimte. Een witte engel wordt met zorg omhoog gehesen. Anderhalf uur zweefkunst is onderweg.

Hun naam 'Les Arts Sauts' lijkt op 'les arceaux' (de bogen), en doet denken aan springende kunsten, maar het is vooral een groep trapeze-kunstenaars die het circus zijn ontgroeid en een eigen wereld hebben gecreëerd. Dankzij talent en hard werken veroverden zij sinds 1993 de wereld met hun eerste programma, dat in de open lucht werd opgevoerd. Het tweede heet Kayassine, 'circus' in het Laotiaans - spoor van een tournee door Azië. Ze staan inmiddels zo ver van het gewone circus dat het hen niet meer deert naar die wortels te verwijzen.

De witte vrouw hangt inmiddels in de nok van de negentien meter hoge opblaastent waarin het tweede spektakel van Les Arts Sauts wordt opgevoerd. De ruimtereizigers vliegen haar om de oren. Een sopraan en een cel beginnen het universum muzikaal volume te geven. Zes ingepakte lichamen zeilen zachtjes aan kettingen omlaag. Een bas voegt zijn diepzagende tonen toe aan het geluid dat de tent al vult. De nedergedaalden koppelen hun kettingen aan een groot, rechthoekig booreiland dat op aarde werkeloos stond te wachten. Trombonetonen blazen het gevaarte omhoog. Rood licht, aan en uit, geen licht, spotlicht. De structuur arriveert in de nok en wordt verankerd.

Trapeze is de kunst van het energiek vertrekken en het veilig aankomen. Bij Les Arts Sauts is het geen nummer tussen de clown en de paarden. Hier is springen en landen het alles dat de voorstelling vult. Daardoor gaan de achterblijvers er op den duur anders naar kijken, achtelozer. De trapezisten springen zo luchtig in het niets dat wij op de grond de zwaartekracht vergeten. Zij niet. “Natuurlijk had ik veel hoogtevrees in het begin, maar daar kun je aan werken”, zegt Stéphane Ricordel, een van de kernleden van de groep van nu tien trapezisten. “Ik ken het risico, we spelen er niet mee. Ik heb nog steeds hoogtevrees op een balkon, voor anderen. Voor me zelf heb ik het niet, ook niet in de lucht - het is mijn leven, daarboven.”

Ricordel behoort tot een nieuwe generatie Franse circusartiesten die niet uit het circus voortkomen. Zolang hij biologie studeerde, tot zijn 21-ste, was hij nog nooit een circus binnen geweest. Voor de grap had hij in België een fietsje met één wiel gekocht. Dat lokte hem de magische wereld binnen die nu de zijne is. Hij werd aangenomen op de circusschool van wijlen Annie Fratellini en koos trapeze als hoofdvak, 'zoals een ander rugby kiest'. Na drie jaar ging hij op pad, viel links en rechts in, werkte een tijdje bij het Cirque du Soleil en kreeg de onbedwingbare behoefte niet meer voor anderen te werken, geen nummer tussen de andere te zijn. Een aantal gelijkgestemde collega's was snel gevonden: “Iedereen kent iedereen in dit vak. Er zijn maar een stuk of 150 trapezisten in de wereld.”

Les Arts Sauts was geboren. Onderdeel van een opleving van het circus, die volgens Ricordel niet alleen in Frankrijk is ontstaan. Hier wordt er wel veel aan gedaan om het plantje kans van groeien te geven. Bijvoorbeeld in het Noord-Bretonse stadje Lannion, waar Les Arts Sauts drie maanden aan hun nieuwe programma hebben kunnen werken, vóór zij hun eerste voorstellingen daar en in La Rochelle konden geven, en volgende week op Terschelling.

Opblaastent

Roger Le Roux is de directeur van het theater Le Carré Magique in Lannion. Hij zag kans geld en vooral ruimte van zijn gemeenteraad los te peuteren om Les Arts Sauts scheppingstijd te bezorgen. Een opblaastent met een diameter van 38 meter kan niet overal staan. Toen volgden het Franse ministerie van Cultuur, de liefdadige stichting van het nationaal elektriciteitsbedrijf en anderen. Het gezelschap heeft tot slot een fikse banklening moeten sluiten en hoopt in vijf jaar de opblaastent en de andere investeringen terug te kunnen verdienen door in de hele wereld uit zweven te gaan.

Volgens Le Roux past Les Arts Sauts in een 'nouvelle vague' waarin ook namen voorkomen als die van Cirque Plume, Archaos, Le Cirque Baroque en Anomalie. “De nationale circusschool in Châlons-sur-Marne, de Fratellini-school in Parijs en die van Jean Palacy in Marne-la-Vallée leveren jaarlijks een aanbod van vijftien hoogopgeleide circusartiesten af. Ik zou graag hier in Lannion een nationale doorkweekplaats voor dat talent maken. Ik zie een enorme ontwikkeling voor de kunst van lichaam en beweging die niet alleen maar op het verstand is gebaseerd. Daar is ander en nieuw publiek mee te winnen. De eerste produktie van Les Arts Sauts was hier helemaal uitverkocht: 5000 plaatsen op een bevolking van 18.000. De mensen kwamen uit de wijde omtrek.”

Stel, je hebt een tent, voor anderhalf jaar contracten en standplaatsen, wat ga je meedelen met een avond springen? Stéphane Ricordel en zijn mede Arts Sauts wisten 't precies. Hij zegt zonder nadenken: “Soberheid, schoonheid, eenvoud”. Gaat het ergens over? “Dit is geen literatuur, we hebben het niet over de actualiteit, er is geen boodschap, we vertellen geen verhaal. Alles is kijken. We werken fysiek met visuele ideeën.”

Om die leegte vorm te geven werd voor het eerst een regisseur aangetrokken, Hervé Lelardoux, die toneel- en spektakel-produkties op zijn naam heeft staan. Zittend in een tot kantine verbouwde stadsbus vertelt hij, terwijl het publiek gretig in de modderige rij staat voor een van de eerste voorstellingen in Bretagne: “Het was in het begin moeilijk. Ze hadden absoluut geen zin om te praten. Ja, over hun techniek, hun apparatuur. Ik heb geprobeerd ze te laten vertellen over wie ze zijn. Eigenlijk was ik als de dood, ze zijn als groep heel sterk. Ze wisten precies wat ze wilden, bijvoorbeeld dat ze wat circustrucs die ze nog kenden wilden doen vóór hun veertig minuten durende trapeze-act. Ik zei: dat lijkt me niks. 'Maak jij er personages van', zeiden zij. Ik: ik heb vreselijke dingen gezien bij circussen die theater proberen te zijn. Hoe ver kan het theater het circus overnemen? Dat is een subtiel evenwicht. Ik heb op den duur alles geëlimineerd wat afleidde. De trapezisten daarboven moesten hun volle betekenis krijgen. Wat ik heb toegevoegd zijn noties over licht en donker, stilte en geluid. Zonder stilte ervaar je geen geluid. Ik heb als beeldhouwer van mensen gewerkt, ook door ze hun eigen kracht te laten kennen en tegenslagen te leren accepteren. Het is een heel moeilijk vak daarboven, met een immense solidariteit. Als theaterman ben ik gewend dat het werk is afgelopen na de eerste voorstelling. Voor hen begint nu pas iets dat nog heel lang gaat duren. Ze willen niet dat ik wegga.”

Grote hoogte

De eerste voorstelling van Les Arts Sauts trok ook de aandacht door de zangeres die op grote hoogte haar stem liet meezingen. Deze keer is de rol van de cel opgewaardeerd. Benoît Fleurey wil ver komen op zijn instrument, maar na voltooiing van zijn opleiding bij de cellisten Christophe Roy en Lluis Claret was hij beweeglijk genoeg om de kans aan te grijpen om op vijftien meter hoogte zijn snaren te strijken. Zonder overdreven nederigheid: “De rol van de violoncel is lyrisch en virtuoos. Het is een instrument dat hoogstens twee noten tegelijk kan voortbrengen. De cel alleen als begeleidend instrument zien, zoals vaak gebeurt, is zijn roeping ontkennen. Ik wil meer evenwicht tussen stem en cel dan in de eerste voorstelling van Les Arts Sauts. Een mooie cel moet zingen, net als een stem.”

Benoît speelt het derde deel van Kodaly's Sonate voor violoncel, een stuk van Meredith Monk en andere, ook zelf uitgevonden thema's en passages, waarbij de sopraan haar deel van het geluid nog steeds ruimschoots opeist. Blijft de vraag: waarom waagt een cellist met een repertoire van Bach tot Dutilheux zich in een donkere circustent? Fleurey: “Ik heb de trapeze ontdekt toen ik aan het einde van hun vorige serie een paar keer moest invallen bij Les Arts Sauts. Het is circus en dus kunst, want het maakt emoties los. Het traditionele circus brengt meer gestereotypeerde emoties voort. Hier vertellen lichamen en geluid zonder woorden een ingewikkelder verhaal. Het vraagt een fabuleuze concentratie.”

Zoveel is zichtbaar: de gespierde schoonheid van Les Arts Sauts is beneden niet mogelijk. Waar de gewone mensen zitten, daar bestaat het niet. Dansen in de lucht is een bovenmenselijke vorm van toveren.