Een dag is een uur

Reiner Zimnik: De man op de kraan. Vertaald uit het Duits door Elly Schippers. Querido, 160 blz. ƒ 29,90. Vanaf 9 jaar.

Sinds de berenman met zijn beer langs de wegen trok, is de wereld veranderd. Niemand heeft meer tijd om verrukt stil te staan bij een jongleur met zeven ballen, of bij een dansende beer. De nieuwe mens is onpersoonlijk en gehaast. Maar als de herfstwind over het land giert, is voor wie goed luistert het wijsje van de berenman nog te horen. Het zoemt in de telefoondraden langs de snelweg.

De sfeer in het debuutverhaal van Reiner Zimnik uit 1954, De beer en de mensen, doet denken aan de verhalen voor kinderen van Isaac Bashevis Singer, die zich afspelen in Oost-Europa voor de oorlog. De Duitser Zimnik, kinderboekenschrijver, animatiefilmer en illustrator, werd in 1930 in Polen geboren. In zijn verhalen klinkt heimwee door naar verre horizonten, en melancholie om wat verloren ging. Maar echt tragisch zijn ze bijna nooit. Daarvoor heeft Zimnik teveel relativeringsvermogen en humor.

Bij uitgeverij Querido verscheen onlangs een nieuwe vertaling van Zimniks klassieke kinderverhaal De man op de kraan en vier andere verhalen, waarvan er één ('De ballade van Augustus en de locomotieven') in Nederland nagenoeg onbekend is. Dat was een goed idee, want de schrijver dreigde hier vergeten te raken. Een groot nadeel echter van deze nieuwe bundeling is het te kleine formaat. Zimniks geestige pentekeningen komen nauwelijks tot hun recht. Erger nog is dat er in deze nieuwe uitgave veel briljante tekeningen zomaar zijn weggelaten.

Zimniks illustraties zijn veel meer dan gewoon plaatjes bij wat verteld wordt. Ze maken deel uit van het verhaal en geven ondermeer weer vanuit wiens oogpunt de gebeurtenissen worden beschreven. In 'De man op de kraan' zien wij van bovenaf, net als de hoofdfiguur op zijn immense hijskraan, hoe de mensen druk wriemelen, zich belangrijk voelen, hoe de oorlog komt. Wie illustraties er tussenuit knipt, berokkent het verhaalverloop schade. Zimnik schreef bovendien essentiële zinnetjes bij zijn illustraties. In de nieuwe uitgave van 'De man op de kraan' ontbreekt het begin van het titelverhaal: een staatsieportret van de burgemeester en zijn twaalf gemeenteraadsleden. Vereend onder een wapenschild waarop een koe met een kroontje prijkt, symbool voor stompzinnigheid, zijn al deze lieden met bolhoed en snor identiek. Of niet? Zimnik schreef erbij: 'die rechts bovenaan is alleen maar de concierge'.

In zijn sprookjesachtige verhalen zingt Zimnik de lof van de eenzelvigheid en de onbevangenheid. Zijn hoofdfiguren, zoals een grote domme kracht uit het circus of een klein brullend tijgertje, blijven zichzelf trouw, ook als ze eenzaam zijn of alles om hen heen verandert. Slechts weinig vrienden doorbreken hun isolement, maar die worden trouw gekoesterd.

De boodschap van deze verhalen is wat verouderd, het verteltempo soms traag door de vele uitweidingen, maar Zimniks humor blijft overeind. In 'De man op de kraan' laat hij zien dat de wereld hoe dan ook gebaseerd is op afspraken.

De kraanman en zijn kraan staan middenin een eindeloze watervlakte als de dijk is doorgestoken tijdens een oorlog. Er valt niets meer te laden en te lossen. De kraanman geeft zijn innig geliefde kraan een nieuwe functie: die van vuurtoren. Met zijn zaklantaarn seint hij naar schepen in de verte.

Als zijn voorraad batterijen uitgeput raakt, vraagt hij via flessenpost om nieuwe. Hij krijgt een brief terug: 'Ik heb geen zaklantaarnbatterijen. Ik heb een aardappelveld. Heb jij een boot?' De kraanman leest het briefje zes keer en concludeert dat hij een vriend heeft: 'Hij moet al oud zijn, want hij schrijft ouderwets.'

Door de windrichting kunnen de man op de kraan en de man met het aardappelveld een brief per jaar uitwisselen. Dat is niet veel. De man op de kraan denkt na en zegt dan, op een zondag: 'Vanaf nu doen we alles heel anders. Een dag is een uur, een week is een dag en een maand is een week en een jaar is een maand. Dan krijgen we elke maand post!'

    • Judith Eiselin