Dat balkon heb ik gesloopt; Peter Verhelst over zijn 'Romeo en Julia'-vertaling

In zijn bewerking van Shakespeares drama 'Romeo en Julia' kiest de Vlaamse schrijver Peter Verhelst voor een harde, agressieve wereld van messentrekkerij en zelfmoord. Van de aloude, vertrouwde romantiek blijft niets over. “ 'Romeo en Julia' is een grote zelfmoordmachine.”

Romeo en Julia gaat op 16/6 in première in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Te zien t/m 18/6. Regie: Ivo van Hove. Res.: (020) 621 12 11. De boeken van Peter Verhelst verschijnen bij uitgeverij Prometheus.

Over messen gaat het, de toneelbewerking die de Vlaamse schrijver Peter Verhelst (1962) maakte van het klassieke liefdesverhaal Romeo en Julia, over knipmessen en springmessen, over woorden als messen. Het woord dolk wil hij niet gebruiken, dat klinkt te historisch, te archaïserend. De scherpte van het mes zit al in dit prachtige woord besloten.

Peter Verhelst heeft zich er altijd over verbaasd dat vooral vrouwen een waas voor ogen krijgen wanneer het toneelstuk Romeo en Julia (1595) van Shakespeare ter sprake komt. Over het balkonnetje gaat het dan, en over de liefde die trouw is tot in de dood. Over de opofferingsgezindheid van de beide geliefden, die de eeuwenoude vete tussen de families Capuletti en Montecchi in Verona met hun hartstocht proberen te overwinnen. Maar er tot slot aan ten onder gaan. Julia is een telg der Capuletti's en Romeo een Montecchi. Zij houden van elkaar; de twistzieke familie-clan jaagt hen echter de dood in.

“Dat balkonnetje, dat heb ik gesloopt,” zegt de dichter en schrijver Peter Verhelst beslist, in de tuinkamer van zijn huis in het Belgische Nazareth, vlak onder Gent. “Ik vraag me weleens af hoe goed mensen Romeo en Julia gelezen hebben of welke uitvoeringen ze ervan hebben gezien, als ze het stuk beschouwen als het ultieme, romantische liefdesverhaal. Van die optiek blijft in mijn bewerking weinig over. Misschien heb ik het stuk nu wel gestolen van iedereen voor wie dit verhaal toch het collectieve bezit is.”

Met zijn ingrijpende bewerking treedt Peter Verhelst in het voetspoor van Tom Lanoye, die in het vorige seizoen een opzienbarende versie maakte van Shakespeares koningsdrama's. Ten Oorlog noemde Lanoye al die stukken samen, die vroeger Hendrik of Richard-de-zoveelste heetten. Bij Verhelst is het weliswaar Romeo en Julia gebleven, maar aan de tragedie heeft hij een nieuwe ondertitel gevoegd: Studie van een verdrinkend lichaam.

Zoetelijk

Peter Verhelst: “Van die zogenaamde absolute liefde heb ik eigenlijk weinig teruggevonden. Samen met regisseur Ivo van Hove en dramaturg Bart van den Eynde heb ik het stuk tien, vijftien maal gelezen, zowel in de Nederlandse vertaling als in het Engels, en telkens viel me op dat het draait om macht en verlangen. De personen erin zijn bevangen van een drang naar iets. Uiteindelijk is dat de dood. Romeo en Julia is een grote zelfmoordmachine. Als lemmingen zoeken ze hun ondergang. In het oorspronkelijke verhaal heeft de dood van de beide jonggeliefden, en zij is wel erg jong, veertien jaar, de vrede tussen de beide families bewerkstelligd. Dat vind ik te zoetelijk. Bij mij gaan ze nog verder de diepte in; als je eenmaal echt valt, moet je doorgaan met vallen. Vandaar het 'verdrinkend lichaam' uit de ondertitel. Mijn versie heb ik als een gedicht geschreven, zoals ik al mijn teksten schrijf. Als een lawine van woorden en beelden. Naderhand komt de orde. Ik wilde ook meer snelheid in de tekst, noem het een sneltrein. Shakespeare zit met een reusachtige omhaal van woorden van alles en nog wat uit te leggen. De toeschouwer van nu is gespecialiseerd. Die heeft geen uitleg nodig. Alle bijkomstigheden zijn geschrapt.

“Neem nu de befaamde balkonscène. Waarover gaat die? Over het spelletje dat verliefden met elkaar spelen. Ik ga weg, ik kom weer terug, ik houd van je, ik kan je niet missen, ik ga toch bij je weg. Enzovoort. Als de tekst zo sterk is dat het balkonnetje als het ware besloten ligt in de woorden, dan heb je dat beeld niet meer nodig. Voor mij bestaat theater uit tekst. In die tekst gebeurt alles. Ik vertrouw erop dat de acteurs over voldoende talent beschikken om van die woorden een lichaam te maken.”

Het werk van Peter Verhelst kent grote lichamelijkheid. Hij publiceerde zeven gedichtenbundels, waaronder De boom N en Verhemelte. In romans als Het Spierenalfabet en De Kleurenvanger creëert hij een wonderlijke, sensitieve wereld waarin de geest van ondergeschikt belang is. Het draait om de zintuigen, om tasten en zien, proeven en luisteren, ervaren en ondergaan. Het is soms pure toverij. In zijn romandebuut Vloeibaar harnas gebeurt er iets geheimzinnigs: een jongeman luistert naar muziek en terwijl hij de muziek tot zich laat doordringen, onstaat er in zijn lichaam een tweede, een gedroomd lichaam.

Verhelst schrijft met zijn lichaam: “Het moet om die fysieke, theatrale kant van mijn poëzie zijn geweest, dat een gezelschap als de Blauwe Maandag Compagnie mij vroeg een toneeltekst te schrijven. Ik vond de toneelvoorstellingen die ik zag aanvankelijk een vreemde, bizarre vertoning. Hoe kun je in godsnaam in de huid van een ander kruipen zonder belachelijk te worden? Tot Jan Ritsema mijn eerste toneelstuk Maria Salomé regisseerde voor het Kaaitheater. Er was hoop. Ik kreeg niet het idee dat de acteurs de tekst van buiten hadden geleerd, het was of ze die ter plekke uitvonden. Ik zag hun ingewanden tijdens het acteren. Ritsema had hen binnenste buiten gekeerd.”

Juweel

Spieren, ingewanden, vlees, lichaam: het zijn woorden die het universum van Verhelst bepalen. En dan heb je dat andere woord, het steekwapen dat mes heet, waarmee al dat vlees kan worden verwond. Tijdens het gesprek haalt Verhelst uit de keuken een mes te voorschijn. Als een kostbaar juweel toont hij het, zijn vingers glijden verliefd over het heft, het lemmet. “Als je weet dat emoties vooral een chemisch proces zijn, namelijk veranderingen in de zuurtegraad van het bloed, dan neem je de wereld heel anders waar. Niet geestelijk, maar lichamelijk. Een mes is een esthetisch wapen. Iemand doodschieten, dat is geen kunst. Met een mes kom je in iemands lichaam. In Romeo en Julia wapent Romeo's tegenstander Tebaldo zich met een dodelijk mes. Hij speelt ermee, treiterend, pestend voor Romeo's ogen. Maar Romeo is hem sneller af en stoot zijn mes onder Tebaldo's hart. Zo'n stiletto is eigenlijk een obsceen wapen; het komt te voorschijn en verdwijnt weer. Je mag een mes ook nooit wetten aan een steen, het slijpt zichzelf naar zijn eigen verdwijnpunt toe. Mijn oma had een mes, dat door het veelvuldige gebruik helemaal versleten was. Van het lemmet bleef alleen nog een smal reepje over. Als een mes in een lichaam verdwijnt en daar zijn werk doet, zoals Romeo's mes in Tebaldo's lichaam, dan noem ik dat 'een inwendig juweel'. Zijn lichaam wordt versierd met het mes.”

Aanvankelijk vroeg regisseur Ivo van Hove aan Peter Verhelst alleen een vertaling van Romeo en Julia, in een later stadium zou daarvan dan een bewerking worden gemaakt. Maar Verhelst, niet geheel onbescheiden, wilde eigenlijk al snel een bewerking schrijven, opdat het toneelstuk in zijn 'oeuvre' zou passen. Zijn roman De Kleurenvanger vertoont tal van overeenkomsten met het Romeo en Julia-verhaal, maar het is lichter, zonniger van toon. De kleurenvanger uit de titel is een man die beweert dat hij alle kleuren van de wereld in een bijenkorf kan bewaren. Toch is hij niet de hoofdpersoon; dat zijn een jongen en een meisje, pril, sensitief voor gewaarwordingen. Op een dag valt het meisje van een brug. Of werd ze geduwd? Na veel omzwervingen komt de jongen haar in Venetië weer tegen.

In De Kleurenvanger verandert alles onophoudelijk; het meisje transformeert tot een zeemeermin. Er is een zanger die met zijn stem de hemel rood kan kleuren. Ook in Romeo en Julia keert het motief van de metamorfose terug. Tebaldo's woede jegens Romeo laat hem in een stierenvechter veranderen. Hij wordt een robuust samenstel van spieren. Dat herinnert aan de roman Het Spierenalfabet uit 1995 van Verhelst. Hij verklaart: “Transformatie heeft me altijd geïnteresseerd, gewoon hier, in de tuin. Hoe uit de grond planten groeien, dat er knoppen aan de takken ontstaan en uit die knoppen komen dan weer bladeren of bloemen voort. Tebaldo vertegenwoordigt de droom van de body-builder. Ingewanden zijn voor een body-builder eigenlijk een soort van bederf, hij wil spieren bezitten, een harnas van spieren. Een body-builder bouwt zijn lichaam om tot een zinloze menselijke machine, en als het lichaam eenmaal volgens die normen volmaakt is, dan moet hij bij wijze van spreken van de hoogste verdieping van een flat neerstorten. Ik weet niet wie in de voorstelling Julia speelt, ik heb nog niets van een repetitie gezien, wel hoorde ik dat zij een ander meisje is dan de jonge vrouw uit De Kleurenvanger. Die is rank, heeft goudblond haar, ze glimlacht veel. Ik houd van sentiment, de liefdesscènes tussen Romeo en Julia zijn op het randje. Verliefdheid is nu eenmaal zinsverbijstering, dus dan klopt het. Toch is er met Romeo meer aan de hand. Aanvankelijk is hij niet verliefd op Julia, maar op een ander meisje, Rosaline. Om haar te zien gaat hij naar een feest, waar hij Julia ontmoet. Romeo is dweepziek, hij is verliefd op de romantische passie met dodelijke consequenties. Het zijn prachtige jonge mensen die de dood kiezen. Misschien is de mooiste liefde wel de liefde die ons doet sterven.”

Volle ernst

“Ook de jongen en het meisje uit De Kleurenvanger balanceren op de grens van het sentimentele. Lezers vragen weleens of ik dat ironisch heb bedoeld. Nou nee, het is volle ernst. Een boek of een toneeltekst roept vaak juist tegengestelde reacties op van wat de schrijver verwacht. Ik wil mijn personages op erotische wijze behandelen, zonder tot pornografie te vervallen. Erotiek is verlangen dat aldoor wordt gevoed en nooit ingelost. Een woord als penetratie zul je in mijn werk vergeefs zoeken, dat is pornografie. Daar ben ik niet naar op zoek.”

De romantitel Vloeibaar harnas verraadt veel over hoe Peter Verhelst werkt. Ogenschijnlijk is zijn spel met taal en beelden associatief, maar het harnas van de verhaallijn laat hij niet verloren gaan. Hij houdt niet van eenduidigheid; poëzie, proza maar ook een toneelstuk hebben verschillende betekenissen. Hij noemt zijn werk 'subversief' of 'rasonzuiver', omdat elk genre bij hem uit mengvormen bestaat: proza is nooit louter proza en theater is nooit pur sang theater. De invloeden die hij heeft ondergaan zijn vooral afkomstig uit de beeldende kunst, muziek en film. De cineast Peter Greenaway is een van zijn favorieten. En een schilderij van Francis Bacon keert terug in de regieaanuiding van Romeo en Julia. Er staat: “De vorst zit op zijn troon als de schreeuwende paus van Francis Bacon.” Deze vorst is de man die boven de strijdende partijen van Verona moet staan.

Bij Verhelst slijpen de jonge minnaars zich aan elkaar als messen. De man, Romeo, is een jager, gewapend met het staalharde wapen van zijn geslacht; de vrouw Julia is de prooi. Een citaat: 'Wacht op de nacht/ het moment waarop een man een ander lichaam krijgt,/ eentje dat scherp is als een maansikkel./ Het moment waarop de vrouwen weerloze lichamen krijgen./ Waarop ze slaapwandelaars worden/ die willen te pletter lopen/ op een mes van vlees.' Of: 'Het lichaam van de minnaar/ is hard als een pistool/ want in het kreupelhout/ wacht het gevrouwte/ zuchtend/ op het schot.'

Peter Verhelst's eerste theaterstuk Maria Salomé en ook de roman Vloeibaar harnas gaan over onthoofding. Hij zegt: “Onhoofding heeft te maken met een zwaard, een mes. Met een lichaam dat van zijn geest en verstand wordt bevrijd. Ook Romeo en Julia verliezen in de verblinding van de verliefdheid hun hoofd. Zij zijn puur lichamelijk. Ze hebben beiden van het gif uit de beker gedronken. Uiteindelijk wilden ze ook dood, want in de dood zijn ze elkaar voorgoed trouw.”