Angst voor inflatie drijft Britse rente op

LONDEN, 5 JUNI. De Bank of England heeft de Britse financiële wereld gisteren verrast door de rente met een kwart punt te verhogen tot 7,5 procent. Vakbonden, werkgevers en financiële instellingen in de City waren eensgezind in hun kritiek. Ze verweten de bank overvoorzichtigheid en wereldvreemdheid. Ze zeiden dat de bank geen oog heeft voor de noden van Britse exportindustrie.

De renteverhoging is de zesde sinds de Labourregering de bevoegdheid om het renteniveau te bepalen vorig jaar aan een monetaire beleidscommissie van de Bank of England heeft uitbesteed. Tot dusverre was de rente dit jaar gelijk gebleven. De laatste maanden leek de noodzaak van rentestijging juist te verminderen. Volgens het laatste inflatierapport van de Bank of England was de dreiging van uit de hand lopende inflatie miniem.

De bank rechtvaardigde gisteren de renteverhoging door te wijzen op een sterke stijging van de lonen en de recente waardedaling van het Britse pond. Door krapte op de arbeidsmarkt zijn de lonen afgelopen jaar met vijf procent omhooggegaan, een half procent meer dan aanvaardbaar wordt geacht om het gewenste inflatieniveau van 2,5 procent niet in gevaar te brengen.

De koers van het pond ligt drie procent lager dan de bank in haar inflatierapport voorzien had. Doordat het pond de afgelopen maand in waarde gedaald is, stijgen de prijzen van importgoederen, wat de inflatie stimuleert.

In een verklaring zei de bank ook nog dat de rentestijging nodig is om verdere verhogingen voor te blijven. Premier Blair riep op tot loonmatiging. Een zelfde oproep had minister van Financiën Gordon Brown in november vorig jaar ook al vergeefs tot vakorganisaties en werkgevers gericht.

De financiële markten wisten niet goed hoe ze op de monetaire maatregel moesten reageren. De koers van het pond ten opzichte van de D-mark ging eerst bijna drie pfennig omhoog en sloot uiteindelijk een halve pfennig onder de openingskoers.