Verdere groei van omzet in uitzendwerk

DEN HAAG, 4 JUNI. De omzet van de gezamenlijke uitzendbureaus is vorig jaar met 16 procent gestegen tot 8,3 miljard gulden. Dat heeft de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) vandaag bekendgemaakt.

Gemiddeld zijn per dag 270.000 uitzendkrachten aan het werk. Afgelopen jaar werkten 770.000 werknemers als uitzendkracht, 30.000 minder dan in 1996. ABU-voorzitter R. Mantel wijt die daling dat aan de krapte op de arbeidsmarkt, “die zich ook langzaam manifesteert in de uitzendbranche”. Toch is het totaal aantal gewerkte uitzenduren gestegen, doordat de gemiddelde uitzendbaan in 1997 langer duurde. Het aandeel van uitzendwerk in de totale werkgelegenheid is nu 4,2 procent.

De functie van uitzendarbeid verandert, stelt Mantel. “Uitzendbureaus doen veel meer dan alleen voorzien in tijdelijk personeel tijdens ziekte, piekdruk of vakanties.” Door de nieuwe wet Flexibiliteit en Zekerheid en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en de onlangs afgesloten uitzend-CAO, is de positie van de uitzendkracht erop vooruitgegaan en zijn bedrijven niet langer gebonden aan een maximale uitzendduur. De veranderingen komen zowel uitzendkrachten als uitzendbureaus ten goede, verwacht Mantel.

De nieuwe wetgeving voor de uitzendbranche schaft het vergunningstelsel voor uitzendbureaus af. Iedereen kan nu, zonder vergunning, een uitzendbureau beginnen. Het ontbreekt de branche daardoor aan een soort 'keurmerk' voor betrouwbaarheid. Bedrijven die uitzendkrachten inlenen kunnen daardoor volgens Mantel nog wel eens voor verrassingen komen te staan als een uitzendbureau bijvoorbeeld failliet gaat.