Toekomstbeelden

Er bestaat een duidelijke samenhang tussen de verbindingsmiddelen en de institutionele vormgeving van een maatschappij. Zo horen de spoorwegen bij het ontstaan van de nationale staten in de 19de eeuw.

Zonder dat zou de staatsvorming in landen zoals Duitsland, Italië en ook de Verenigde Staten waarschijnlijk anders zijn verlopen. Ook maakte de betere communicatie het mogelijk het gezag van de centrale overheid te vestigen op allerlei gebieden, zoals het recht, de fiscaliteit en het geldwezen. De naties kregen er hun karakter door.

In onze eeuw hebben de telefoon, radio, tv, auto, de snelwegen en het vliegtuig de wereld voor een breed publiek ontsloten. Al deze vormen van communicatie zijn mede aansprakelijk voor de grote mate van internationalisering, die alleen door de twee wereldoorlogen tijdelijk is gestagneerd.

Bij de aanvang van de volgende eeuw zijn er de digitale snelweg, Internet en de mobiele telefoon die onze wereld een ander aanzien zullen geven. Deze nieuwe vormen van communicatie, die bovendien interactief zijn, horen bij de globalisering en zullen mede de contouren van de toekomst bepalen. Hoe precies, dat weten we nog niet.

Het proces gaat bovendien veel vlugger dan vroeger. Bij de spoorwegen moet men voor de vervolmaking bijna met een eeuw rekenen. De telefoon, de auto, het vliegtuig en de snelwegen deden er een halve eeuw over, terwijl voor de tv ruwweg dertig jaar gold. In onze tijd gaat het veel sneller. Ofschoon Internet al wat langer bestaat zijn er nog geen vijf jaren verstreken voor het met browsers voor het grote publiek toegankelijk werd.

Misschien duurt het nog tien jaar voor het technisch vervolmaakt is, maar het gaat wel geweldig snel. Iedere maand is er wel iets nieuws: betere compressie, intelligentere chips en meer geheugen.

Ik voorzie een toekomst waarin je elke film kunt zien, elk muziekstuk horen, elk museum bezoeken en elk boek lezen via het Web. Telewerken wordt meer algemeen, veel onderwijs kan bereikbaar worden via inter- en intranetten, verkeers- en milieusignalen kunnen ook zo worden doorgegeven en vooral de onderlinge toelevering tussen bedrijven is zeer geschikt voor het net. Heel moeilijk is de vraag hoe we ons daarop moeten voorbereiden.

In de 'treinentijd', dus de 19de eeuw, hebben de nationale staten hun eigen domein in de greep gekregen. Wet- en regelgeving, het belastingwezen, de politiek, standaarden, normen en waarden hebben toen een overwegend nationaal karakter gekregen. Bij de globalisering rijst echter twijfel over de nationale staat als domeinbepaler. Van wie is het auteursrecht van een internationaal onderwijsprogramma dat verzonden via het net straks in vijftig landen wordt gemaakt en gebruikt?

Zoals bekend is het internationale recht anders dan het nationale. Hugo de Groot (de man van de boekenkist) was er mede schuld aan (Mare liberum). Als realist van zijn tijd accepteerde hij zelfs piraterij. Krijgen we straks een nieuw rechtsgebied voor Internet? Moeten we op een moderne Hugo de Groot wachten die daarvoor de blauwdruk geeft? In ieder geval moeten we erover nadenken.

Hoe beheersen we straks de hoeveelheden geld als het echt op het Internet gaat circuleren? Wat doen we met landen die de vrije meningsuiting op het net met allerlei toegangsprotocollen gaan belemmeren? Krijgen we cybercrimes, cyberneurosen en Internetverslavingen? De eerste voorbeelden zijn er al. Nog ernstiger is de vraag hoe we de ontwikkelingslanden laten delen in onze verworvenheden op IT-gebied. Gaan ze, net als bij de industriële revolutie, opnieuw de boot missen?

Er zijn ook praktische dingen die nu direct al moeten gebeuren. De domeinverdeling, dus de huisnummers en bereikbaarheid op het Internet, de protocollen, de standaarden en de verdere infrastructuur. Vervolgens het gebruik van Internet als middel, bijvoorbeeld bij fileverdunning (telewerken), communicatie naar verzorgingsinstellingen, gemeentehuizen en dergelijke, en de marktwerking. Bij dit alles hebben we behoefte aan een soort ANWB voor het Internet. Gelukkig heeft die zich al aangediend in de vorm van de Internet Society Nederland (ISOC) die in het kader van een wereldwijde organisatie een nuttige gesprekspartner is voor overheden in allerlei gedaanten. Natuurlijk wendt ook ISOC zich tot de kabinetsformateur.

Hoewel ook de Nederlandse overheid serieus haar best doet de ontwikkeling bij te houden heeft het beleid toch te veel weg van hier en daar wat pepernoten rondstrooien voor de liefhebber. Toekomstbeelden heeft men nauwelijks voor ogen, laat staan een visie op het beleid jegens Internet, de voornaamste manifestatie van de digitale snelweg. Nu is dat met de meeste andere communicatiemiddelen ook zo gegaan, maar toen was er meer tijd en was ook de reikwijdte van de innovaties beperkter.

    • J.E. Andriessen