Soedan twijfelt aan 'heilige oorlog'

De bloem van de Soedanese natie wordt onder dwang geronseld voor de 'heilige oorlog' in het niet-islamitische zuiden. Hoewel de twijfel aan deze 'geloofsplicht' groeit, zit het bewind in Khartoum vast in het zadel.

KHARTOUM, 4 JUNI. Op de dag dat haar 23-jarige zoon El Fatih Omar Hussein als martelaar stierf op het slagveld in het verre zuiden nam zij in haar slaapkamer in Khartoum een lichtflits waar. “Ik huilde niet toen ze me vier dagen later het nieuws kwamen vertellen. Mijn zoon gaf zijn leven in een heilige oorlog”, vertelt Zeinab Abu el-Gasim Hag Hamed. “In de hemel weet hij zich verzekerd van een plaatsje vlak bij God.”

Een buurvrouw klopt op de deur. Als ze binnenkomt, ziet ze op de schoot van Zeineb het portret van de martelaar. “Je hebt een prachtzoon, we zijn trots op hem. En op jou”, zegt ze. “Hij volgde de roep van Allah.” Het geloof van de twee oudere vrouwen is onbreekbaar.

Twijfel knaagt wel aan het geweten van Amel Omar, de 29-jarige zus van de martelaar. “Misschien gedraag ik me niet als een verantwoordelijke staatsburger van Soedan. Maar ik verloor al vier vrienden en mijn broer door de heilige oorlog. Dit is een zinloze oorlog. Mijn broer nam vrijwillig dienst. Maar het maakt me kwaad dat steeds meer jongeren onder dwang in het leger worden gerecruteerd. Dwang is niet islamitisch.”

Sinds in Soedan het moslim-fundamentalistische regime van president Omar el-Beshir en de ideoloog Hassan el-Turabi in 1989 door een militaire staatsgreep aan de macht kwam, heeft het op grote schaal jongeren geronseld voor de heilige oorlog in het niet-islamitische zuiden. Toen ook de noordelijke oppositiepartijen de wapens opnamen en naar de buurlanden uitweken, ging de regering vorig jaar over tot een algemene mobilisatie. Volgens een legerwoordvoerder werden de afgelopen maanden 82.000 studenten opgenomen in de strijdkrachten. Middelbare scholieren moeten de uitslag van hun examens ophalen bij militaire centra, waarna ze worden doorgesluisd naar het leger. Veiligheidsagenten plukken in de ochtendspits jongeren uit de bus en voeren hen af naar kazernes. Iedere bewoner van de Soedanese hoofdstad kent inmiddels wel een familielid die zijn leven liet in de zuidelijke oorlog.

Een minderheid van de ouders gelooft zoals Zeinab nog in de heilige plicht hun zonen op te offeren in de oorlog. Veiligheidstroepen sloegen vorig jaar in de hoofdstad een betoging uiteen van moeders die vreedzaam protesteerden tegen de conscriptie. Militairen schoten onlangs tientallen jonge recruten dood die hadden willen ontsnappen uit een trainingscentrum niet ver van Khartoum.

Professor Mohamed Hasdim Awad werkt aan de universiteit van Khartoum, eens een bolwerk van oppositie tegen het regime. Op de campus maakte opstandigheid plaats voor angst. “Jongens durven zich niet meer bij de universiteit aan te melden uit vrees voor gedwongen conscriptie”, zegt hij. “Daarom hebben we steeds meer vrouwelijke studenten.” Een ex-generaal van het leger maakt zich zorgen over de kwaliteit van de strijdkrachten. “Door al die jonge recruten is het leger niets meer waard”, meent hij. “Hun opleiding duurt veel te kort om goede soldaten van hen te maken. De vakbekwaamheid van de troepen holt achteruit. De militairen raken gedemoraliseerd. De kwaliteit van de hele samenleving lijdt eronder. Want door de gedwongen conscriptie van studenten worden de best geschoolden van Soedan ingezet als kanonnenvoer.”

Vormt groeiende onvrede over de gedwongen conscriptie een bedreiging voor het Soedanese regime? Hassan el-Turabi, ideoloog en sterke man van het bewind, wijst deze stelling zorgeloos van de hand: “Was de dienstplicht in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog populair?” In Turabi's visie is er geen vuiltje aan de lucht: in Soedan ontstaat het eerste paradijs op aarde. Zijn regime is razend populair en democratischer dan welk ook in de Soedanese geschiedenis. De economie groeit razendsnel en de opstandige zuiderlingen worden door buurlanden gemanipuleerd, want in werkelijkheid willen de Zuid-Soedanezen niet in het oerwoud leven maar behoren bij het ontwikkelde noorden. “Alle Nederlanders zouden in Soedan moeten komen wonen”, verklaart hij. “Want wij geven hier vorm aan een nieuw model van de menselijke geschiedenis.”

Turabi maakt een verwarde indruk. Hij houdt een ononderbroken monoloog. Zijn assistent heeft me voor het interview op het hart gedrukt na één uur uit eigen initiatief op te stappen, “want anders valt hij niet te stoppen”. In één adem vertelt Turabi over politiek, cultuur, geloof en waarom synthetisch ondergoed zo plakkerig zit. Zijn betoog verschilt nauwelijks van vorige interviews, de zinsneden rollen alleen in andere volgorde uit zijn mond. De bezoeker blijft verbaasd achter na het onderhoud. Deze man geniet faam als intellectueel en leider van een wereldwijde islamitische beweging. Maar is hij briljant of gestoord? Hoe kan zo'n bizarre leider Soedan, het grootste land van Afrika, in zijn greep houden? “Turabi is incoherent als hij spreekt”, zegt een Soedanese waarnemer, “maar hij is zeer coherent in het bereiken van zijn politieke doelen. Hij slaagt erin systematisch zijn politieke agenda voor Soedan uit te voeren. Hij blinkt uit als briljante politieke strateeg.”

Het bewind van het Nationaal Islamitisch Front (NIF) van Turabi houdt de Soedanezen in een stevige greep. Het NIF heeft parallelle structuren gecreëerd voor alle strategisch gevoelige staatsorganen. Het heeft zijn eigen veiligheidsdiensten opgezet en militaire eenheden en politie, het infiltreerde bestuursorganen op de universiteiten en scholen, het controleert de media en organiseerde duizenden buurtcomités die waken over de burgers. Het herkent precies het moment wanneer er grote sociale of politieke onrust kan uitbreken en grijpt dan in door alle opponenten met leiderschapskwaliteiten vast te zetten. “Dit regime is uiterst impopulair maar de bevolking is lamgeslagen door deze tactiek”, concludeert een Westerse diplomaat.

Turabi is de behendige manipulator van de macht, machtiger dan president Beshir. Turabi controleert het hechte NIF-netwerk. Een geheim comité van tien NIF-leden zet de politieke lijnen uit en delegeert vervolgens het beleid aan de ministeries. Binnen het netwerk ontstaan soms meningsverschillen, maar onvoldoende om een splitsing te veroorzaken. “Aan het einde van de dag vormen ze altijd weer één blok want ze profiteren allen van hun machtspositie”, analyseert een ingewijde bron de dynamiek van het regime.

Naar de bevolking toe legitimeert het regime zich door islamitische retoriek. Het doet een moeilijk te negeren beroep op de gelovige Soedanees: het steunt immers de islam. In werkelijkheid zijn veel van de extreme kantjes van het bewind er al lang af. Strafamputaties hebben niet plaats, vrouwen hoeven niet gesluierd te lopen en de regering liet dit jaar een grondwet schrijven met clausules voor politieke pluriformiteit. Het aantal politieke gevangenen in Soedan, 280, is minder dan in menig ander land in Afrika of het Midden-Oosten. Ook in de repressie van het verzet toont Turabi zich subtieler dan in de eerste onzekere jaren van het bewind. Het regime van Turabi is de afgelopen jaren een stuk pragmatischer geworden, erkennen diplomaten.

De oppositie heeft geen passend antwoord. Ghazi Suleiman is hoofd van de orde van advocaten en een van de meest mondige binnenlandse opponenten van het regime. Hij bracht enkele maanden achter de tralies door, maar heeft nu alle vrijheid met journalisten en diplomaten te praten. Als teken van een naderende volksopstand wijst hij op de lage opkomst bij het referendum vorige maand voor de grondwet - een grondwet die hij bestempelt als “lippenstift om het lelijke gezicht van een dictatuur aantrekkelijk te maken”. In Khartoum bracht volgens waarnemers nog geen tien procent van de stemgerechtigden zijn stem uit. Maar kwam dit voort uit apathie of uit verzet?

Vooral door de gedwongen conscriptie maken de heersers zich steeds meer ongeliefd, maar de oppositiepartijen winnen niet aan steun. De twee grote oppositiepartijen, de Umma en de DUP, ontlenen evenals het NIF hun legitimiteit aan islamitische stromingen, ook zij stegen toen ze aan de macht waren in Khartoum niet uit boven hun sektarische politieke karakter. Mede daarom mislukten in het verleden verscheidene experimenten met een meer-partijendemocratie. Het vertrouwen onder de Soedanezen in de oude partijen neemt af. “De Umma en DUP maken deel uit van het oude probleem en kunnen weinig betekenen voor een nieuwe oplossing”, vat een diplomaat het samen.

    • Koert Lindijer