Rini W. Soewandi en haar mislukte sanering van de Indonesische banksector; Onze bankiers zijn geen echte bankiers

De Indonesische banksector kan alleen gered worden door nationaliseringen en samenwerking met buitenlandse banken, zegt Rini W. Soewandi. Vorige week trad zij terug als adjunct-voorzitter van het Bankherstructureringsagent- schap. Dit instituut zou (volgens afspraak met het IMF) met blanco volmacht de banksector saneren, maar blijkt geen enkele wettelijke bevoegdheid te hebben om dat te doen.

Toen de Indonesische centrale bank, Bank Indonesia, eind vorige week bekendmaakte dat Bank Central Asia (BCA) onder curatele werd gesteld, ging er een schokgolf door de Indonesische financiële wereld. BCA is niet alleen de grootste bank van de archipel, maar staat in bankierskringen ook bekend als een uitstekend geleide financiële instelling. Als BCA omvalt, zo is de vrees, dan gaat de hele banksector eraan.

Aanleiding voor de problemen van BCA is de heksenjacht die in Indonesië na het aftreden van president Soeharto op 21 mei op gang is gekomen tegen alles wat riekt naar 'korrupsi, kollusi, nepotisme' (KKN), ofwel corruptie, onderhandse praktijken en nepotisme. BCA is bij uitstek doelwit, omdat algemeen bekend is dat de bank voor zestig procent eigendom is van Sudomo Saliem, ofwel Liem Sioe Liong, die aan het hoofd staat van Saliem Group, het grootste conglomeraat van Indonesië. Saliem is al sinds de jaren vijftig vaste zakenpartner van Soeharto. Twee kinderen van Soeharto bezitten bovendien minderheidsaandelen in de bank.

Tijdens de grote plundering van Jakarta in de tweede week van mei, werden veel BCA-filialen en geldautomaten van deze bank aangevallen en vernield. Sindsdien is er een run van (de acht miljoen) rekeninghouders gaande bij BCA, die zo snel mogelijk hun geld terug willen zien.

Als gevolg daarvan is de bank in liquiditeitsproblemen gekomen, en nadat de centrale bank eerst geprobeerd heeft de bank met geld te steunen, werd besloten tot ondercuratelestelling. Dit houdt in dat de bank onder toezicht is gesteld van het Bankherstructureringsagentschap (BPPN), dat rapporteert aan de minister van Financiën, en direct bekendmaakte dat de dagelijkse leiding van de bank in handen kwam van twee staatsbanken, BNI en BRI. De overheid garandeerde, net als bij zeven banken die op 4 april onder toezicht werden gesteld, dat BCA gewoon blijft doordraaien en dat rekeninghouders niet bang hoeven te zijn dat zij hun geld niet meer terugzien. Getuige de lange rijen wachtenden, die daarna voor BCA-filialen in Jakarta te zien waren, hechtten weinigen veel geloof aan die garantie.

Directeur Rini M.S. Soewandi, hoofd corporate finance bij PT. Astra International, een conglomeraat op het terrein van de automobielindustrie met 123.000 werknemers, ziet dat ontbrekende vertrouwen als een van de belangrijkste problemen waar de Indonesische economie nu mee kampt. “De regering heeft kortgeleden weer de rente van waardepapieren van Bank Indonesia omhoog gegooid, in de hoop dat mensen hun roepia vastzetten tegen een rente van 60 procent, en zo de wisselkoers weer onder controle te krijgen.”

De koers van de roepia zweeft na het terugtreden van Soeharto en het aantreden van zijn opvolger B.J. Habibie rond de 11.000 roepia per dollar. Voordat de crisis in Indonesië bijna een jaar geleden toesloeg stond de roepia op 2.400 tegen de dollar. Soewandi: “Mensen geloven niet meer in de roepia en al helemaal niet meer in Indonesische banken. En mensen kijken niet meer naar de mogelijke rente-opbrengst op deposito's, ook al is die 60 procent. Ondertussen wordt het zakenleven, dat geld tegen die rente moet lenen, het leven onmogelijk gemaakt.”

Soewandi is “gefrustreerd en emotioneel”, zegt zij. Vorige week, een paar dagen voordat BCA onder curatele werd gesteld, gaf zij haar functies als adjunct-voorzitter van het Bankherstructureringsagentschap en als adviseur internationale economische en financiële zaken van de minister van Financiën op. Tegenover de Jakarta Post verklaarde zij teleurgesteld te zijn in BPPN omdat dit orgaan “niet onafhankelijk” kan werken.

Haar terugtreden werd in kringen van buitenlandse bankiers ook al als een veeg teken gezien. Was BPPN niet juist in januari ingesteld op advies van het Internationaal Monetair Fonds, om de door de regering gecontroleerde en daardoor vleugellamme centrale bank te omzeilen? En zou BPPN niet juist als onafhankelijk agentschap verantwoordelijk worden voor de gezondmaking van 212 merendeels doodzieke Indonesische banken?

Geruchten willen dat Rini Soewandi niet zozeer om de door haar opgegeven reden terugtrad, maar wegens haar nauwe banden met de vorige minister van Financiën, Fuad Bawazier, die 22 mei niet terugkeerde in het nieuwe kabinet van Habibie. In dat laatste geval zou zij geweken zijn voor de allesomvattende anti-nepotismecampagne die woedt in Indonesië.

Soewandi: “Natuurlijk ken je als je op deze positie zit, mensen als Bawazier of Bambang Subianto [de nieuwe minister van Financiën]. Maar daar heeft het niets mee te maken dat ik ben teruggegaan naar Astra. Ik merkte al na drie weken dat de functie van adviseur van de minister gecombineerd met het adjunct-voorzitterschap van BPPN teveel werk inhield. Daar kwam bij dat BPPN niet deed wat het zou moeten doen, en dat mijn eigen bedrijf, Astra, nu voor grote problemen staat, waar ik mijn capaciteiten nuttiger kan inzetten.

“Toen de minister van Financiën mij in januari om hulp vroeg, was ik daar trots op. Ik had nooit belangstelling gehad voor de publieke sector, maar toen ik gevraagd werd, vond ik het een opwindend idee om iets voor mijn land te kunnen doen. Ook ik had begrepen dat BPPN een blanco volmacht had om de banksector te saneren, en daar wilde ik aan bijdragen.”

Uiteindelijk ging BPPN pas in maart aan het werk, herinnert Soewandi zich en de eerste teleurstelling was dat de voorzitter van het agentschap een van de directeuren van de centrale bank is: Iwan Prawiranata. “Door zo'n personele unie verminder je al direct de onafhankelijkheid van zo'n instelling”, zegt Soewandi.

Vervolgens 'bevroor' BPPN op 4 april zeven banken, terwijl zeven andere banken onder curatele werden gesteld. Met slechts honderdvijftig man personeel, en dus niet vijfhonderd zoals BPPN meldt op zijn homepage op het Internet, was het agentschap sterk afhankelijk van ingehuurde deskundigheid. Belangrijker echter was dat het onafhankelijk advieslichaam tussen het ministerie van Financiën en het agentschap, bedoeld om de werkzaamheden te toetsen en de onafhankelijkheid te garanderen, er tot nu toe nog niet is. En nog erger was dat BPPN in de praktijk geen enkele bevoegdheid bleek te hebben.

“Kijk, de regering heeft zich garant gesteld voor alle passiva van de betrokken banken”, zegt Soewandi. “BPPN heeft daarom ook als taak zoveel gelden terug te krijgen uit het banksysteem. Maar toen we na overname van banken op onregelmatigheden in de bancaire praktijk stuitten, bleek dat we geen wettelijke mogelijkheden hadden om op te treden. De toestemming van de centrale bank bleek daarvoor nodig, en die was om zo te zeggen niet al te happig om die toestemming te verlenen. BPPN was per decreet in het leven geroepen, maar de wettelijke onderbouwing voor alle taken die het agentschap waren toegedacht was er gewoonweg niet. Toen ik me dat realiseerde, dacht ik: hier kan ik niets aan bijdragen. Ik ga terug naar mijn bedrijf.”

Soewandi maakt zich nu grote zorgen over de economische crisis in haar land. “Door de hoge rentestand kan zelfs de verstandigste bank niet overleven. Ondertussen trekt de economie samen en heeft de particuliere sector een gezamenlijke schuld van ten minste 68 miljard dollar, die bij de huidige stand van de wisselkoers al helemaal niet kan worden betaald.

“Pogingen om voor dat probleem een algemeen kader af te spreken zijn gedoemd te mislukken. Alleen onderhandelingen tussen individule bedrijven en bankiers zouden enige kans van slagen hebben. Maar de kern van dit alles is een gezonde bancaire sector. De regering heeft overhaast verklaard dat zij de passiva van de banksector garandeert, om maar vertrouwen te creëren. Maar ondertussen blijven alle activa in handen van de banken.

“De enige manier waarop dit probleem nu kan worden opgelost, is door het nationaliseren van zwakke banken. Ook BCA had genationaliseerd moeten worden, overgenomen door de staatsbank BNI. Na een paar jaar gewerkt te hebben met steun van buitenlandse banken, zouden die banken weer voorzichtig geprivatiseerd kunnen worden. Onze bankiers hebben vaak eenvoudigweg niet de discipline en mentaliteit van echte bankiers. Door samenwerking met buitenlandse banken kunnen zij zien wat echt bankieren inhoudt.”

Inmiddels is er, volgens de minister van Financiën, in zes maanden tijd 110 triljoen roepia in de banksector gepompt. Ter vergelijking: de totale begroting van Indonesië bedraagt 137 triljoen. Soewandi: “Dat is natuurlijk een belangrijke oorzaak voor het zieltogen van de roepia. Nu wordt er op grote schaal geld bijgedrukt, waardoor automatisch de waarde van de munt wordt aangetast. Als het IMF straks over de brug komt met de toegezegde lening van 1 miljard dollar zal dat geld eenvoudig verdampen. Indonesië heeft naar mijn gevoel niet meer dan vijftien - sterke - banken nodig. Banken die, in samenwerking met gerenommeerde buitenlandse banken zoals jullie ABN/Amro of Rabo, na een financiële injectie van bijvoorbeeld tien miljard dollar van het IMF aan het werk gaan.”

Ondertussen kampt Indonesië echter niet alleen met economische problemen, erkent Soewandi. De anti-corruptie, anti-nepotismebeweging wil politiek en bedrijfsleven zuiveren van alle familieleden van Soeharto en diens zakenvrienden. Dat creëert niet het stabiele zakenklimaat waar het voor investeerders prettig toeven is. “Een vriendin zei laatst: we lijken wel een schip met een gat in de boeg. En in plaats van dat we het gat dichten, gaat iedereen elkaar ervan beschuldigen de oorzaak te zijn van dat gat. Er worden zelfs pistolen getrokken, er wordt geschoten. Met als gevolg dat er alleen maar meer gaten ontstaan en we nog harder naar de kelder gaan.

“Ik maak me zorgen om Indonesië. Ik was zo trots op onze verscheidenheid in eenheid. De tolerantie tussen mensen van verschillende afkomst en religie. Maar nu worden tegenstellingen opgepoetst en eigenbelang is hoofdzaak geworden. Ergens zijn we de weg kwijtgeraakt.”

Of er nu ook gevaar dreigt voor het voortbestaan van Astra, dat gekoppeld is aan Soeharto en Saliem, gelooft Soewandi niet. (Verwacht wordt dat Soewandi volgende week tot president-directeur van het conglomeraat wordt benoemd.) Gisteren werd bekend dat Astra in het eerste kwartaal 226 miljoen dollar verlies heeft geleden. In dezelfde periode vorig jaar maakte het bedrijf bijna 120 miljoen dollar winst.

Soewandi: “Astra staat voor grote problemen die echter voornamelijk veroorzaakt worden door wisselkoersverliezen. Natuurlijk zijn er de verbanden met Soeharto, Saliem en Bob Hasan. Maar dit is een professioneel geleide organisatie. We zijn verantwoording schuldig aan alle aandeelhouders, niet alleen aan twee of drie mensen. Het is een probleem dat zich vanzelf zal oplossen. Bob Hasan, een van de zakenpartners van Soeharto, was tot voor kort president-commissaris. Hij heeft zich teruggetrokken, toen hij in maart minister werd, maar hij kwam niet meer terug in het nieuwe kabinet. Ik verwacht niet dat de aandeelhoudersvergadering hem deze maand weer zal installeren.”

    • Frank Vermeulen