Publiek schreeuwt Fransman naar zege; Pioline wankelt over Cinq Sets Boulevard

PARIJS, 4 JUNI. Vijftien jaar geleden werd de Franse tennisheld Yannick Noah na zijn triomf op Roland Garros zo nadrukkelijk op een voetstuk geplaatst dat hij speelde met de gedachte aan zelfmoord om aan de massale adoratie te ontsnappen. Ook Henri Leconte heeft aan den lijve ervaren hoe extreem zijn landgenoten sportprestaties waarderen. Zo populair als zijn voorgangers is Cedric Pioline nooit geweest. Maar zo lang de bijna 29-jarige Fransman blijft winnen, is het euforische publiek bereid hem van het court central te dragen.

Uitgeput strompelde Pioline gisteren in het soms groteske foutenfestival naar de baseline om te serveren voor een plaats in de halve finales. Zijn tegenstander Hicham Arazi had al in de derde set twee setpoints verspeeld en alles leek nog mogelijk, want Pioline had bijna een wandelstok nodig om zich over de baan te bewegen. De wave ging echter door het Stade Roland Garros en bijna 18.000 doldwaze Fransen creëerden een magische ambiance waarin Pioline ternauwernood overeind bleef. Na vijf sets (3-6, 6-2, 7-6, 4-6 en 6-3) begroette Frankrijk voor het eerst sinds zes jaar weer een landgenoot bij de beste vier.

De apotheose na een drie uur en drie kwartier durende zenuwenoorlog moet Pioline nieuwe inspiratie geven voor zijn confrontatie met Alex Corretja, de derde Spanjaard in de halve finales. Gisteren had de nummer 17 van de ATP-ranking geen druppel energie meer over, terwijl hij het grandslamtoernooi in Parijs toch zal moeten winnen om definitief uit de schaduw te treden van zijn illustere voorgangers Noah, Forget en Leconte. Sinds dat gouden trio in 1991 de Davis Cup veroverde ten koste van de nog onervaren Pete Sampras heeft Pioline tegen hun grandeur moeten opboksen.

Hooghartig eiste Pioline dat ook zijn eigen coach aanwezig mocht zijn, toen hij zelf voor de Davis Cup werd geselecteerd. Die machtsstrijd kon de finalist op de US Open en Wimbledon uiteraard niet winnen en pas in 1996 won ook Pioline onder leiding van Noah het prestigieuze landentoernooi, al sleepte Arnaud Boetsch het beslissende vijfde punt uit het vuur. Om zijn status te markeren, liet Pioline zich vervolgens schamper uit over de prestaties van Leconte. Die heiligschennis werd hem in Frankrijk niet in dank afgenomen.

Blijkbaar waren de Fransen vergeten hoe genadeloos ze Leconte hadden neergesabeld na zijn afstraffing in de Roland Garros-finale van 1988 tegen Mats Wilander. Maar een fysiek en geestelijk kwetsbare Leconte riep nadien emoties op waar de flegmatieke Pioline niet aan kan tippen. Toen de reeds afgeschreven Leconte in 1992 huilend van vreugde zijn plaats in de halve finales bejubelde, huilde Frankrijk met hem mee.

Terwijl de grillige artiest gisteren in het veteranentoernooi op baan 2 een fraaie show opvoerde met de al even clowneske Mansour Bahrami aan zijn zijde wankelde Pioline over de “Cinq Sets Boulevard”, zoals het Franse sportdagblad L'Equipe zijn helletocht beschreef. Het grootste probleem voor Pioline wordt nu het omgaan met het enorme verwachtingspatroon in Frankrijk. Filip Dewulf weet hoe Pioline zich voelt. In de kantine van zijn favoriete voetbalclub Beringen werd gisteren meteen een koud pintje voor hem klaar gezet, want de Vlaamse tennisser vertoeft bij voorkeur onder het gewone volk.

De kopman van het Belgische Davis-Cupteam geloofde zelf het minst in zijn kansen tegen de Spaanse baseliner Alex Corretja, waardoor op Roland Garros een herhaling uitbleef van het mirakel dat Vlaanderen vorig jaar in vuur en vlam zette. Maar Flipke kan nu eindelijk naar het concert van Massive Attack in Brussel. “Ik voelde mij niet in mijn sas op het terrein”, verzuchtte Dewulf na zijn nederlaag (7-5, 6-4 en 6-3) tegen Corretja. Maar zijn missie was in feite al volbracht nu hij de enorme puntenlast van vorig jaar met redelijk succes had verdedigd.

Dewulf zakt weliswaar van de 39ste plaats op de ATP-ranking naar vermoedelijk de 55ste, maar de schade had veel groter kunnen zijn. “Ik had weer kunnen afzakken naar het niveau van de kwalificaties”, zo verwoordde Dewulf zijn grootste angst voor deze editie van Roland Garros. Vorig jaar had de bescheiden Belg immers vanuit het niets de halve finales bereikt. Zelfs het schepencollege in zijn geboortestad Leopoldsburg verkeerde in grote opwinding. Dewulf was plotseling een grote meneer en onder die druk moest hij wel bezwijken.

Na de Vlaamse zwemmer Fred Deburghgraeve, die een gouden medaille veroverde op de Spelen van Atlanta, had België weer een sportman die het land in extase bracht. Na zijn afstraffing in de halve finale tegen Gustavo Kuerten keerde Dewulf opgelucht terug in de anonimiteit en dit jaar begon hij met vier nederlagen in de eerste ronde. Uitgerekend het Davis-Cupduel met Nederland zette de toon voor zijn metamorfose. Nooit had Dewulf een leider willen zijn. “Dat zit niet in mijn karakter”, klonk het verontschuldigend.

Maar tijdens de opstand van het Belgische team tegen hun coach Eduardo Masso trad Dewulf zelfverzekerd op als woordvoerder van de rebellen. Zijn privé-trainer Gabriel Gonzales kreeg de regie in handen gelegd, al fungeerde Koen Gonnissen, de coach van Johan van Herck, begin april op Club Primerose als bondscoach. Dewulf besefte dat hij zijn nek al op het offerblok had gelegd.

Maar met twee knappe voorstellingen tegen Sjeng Schalken en John van Lottum inspireerde hij zijn jonge ploeggenoot Christophe van Garsse tot een stunt in de vijfde en beslissende partij. Voorzichtig constateerde Dewulf dat de Davis Cup wellicht nóg belangrijker was dan het toernooi op Roland Garros. Maar gisteren had de Belg toch al heimwee naar tennis op gravel. “Want op gras behoor je te voetballen”, luidt het credo van Filip Dewulf tijdens Wimbledon. En ook dat kunnen de Belgen volgens Dewulf beter dan de Hollanders. “Ik voorzie op de WK voetbal dezelfde uitslag als tijdens de Davis Cup”, sprak hij, grijnzend. “De Rode Duivels winnen dus met 3-2 van Nederland.”