Overheid moet zelfdoding mogelijk maken

Niemand mag gedwongen worden om te leven. Elisabeth Willing-Versteegh vindt het onjuist dat een overheid die zelfdoding uit het strafrecht haalde mensen middelen onthoudt om desgewenst hun leven te beëindigen.

De Nederlanders worden tegenwoordig intensief geconfronteerd met de eindigheid van hun bestaan en dus ook met de - voor de meesten nog bijna ondenkbare - mogelijkheid dat zij hun levenseinde zouden willen en kunnen bespoedigen.

Weliswaar zijn er velen voor wie het leven een opdracht is: over geboorte en dood wordt beslist door een macht buiten de waarneembare wereld. Maar voor de meesten is het leven niets anders dan de beleving van een groot aantal toevalsfactoren waaraan op een gegeven moment een einde komt. Zij maken van het leven wat zij willen en kunnen. Dat zou ook moeten gelden voor de wijze waarop er een einde aan dat leven komt en voor de omstandigheden waaronder dat einde wordt bewerkstelligd.

Toepassing van de fundamentele opvattingen over goed en kwaad zijn gebonden aan de tijd waarin men leeft en aan de steeds veranderende omstandigheden in de samenleving. De theoloog en ethicus prof. H.M. Kuitert, die mede aan de wieg van SVL(de Stichting Vrijwillig Leven, red.) stond, schreef al: “Ethiek formuleert handelsaanwijzingen. Ze worden niet voor de eeuwigheid geschreven, want ze zijn vrucht van een even tijdelijk als wankel evenwicht. Wanneer er meer informatie beschikbaar komt of nieuwe alternatieven ontstaan, moet de argumentatie bijgesteld worden en meestal ook de keuze.”

Tachtig procent van de huidige Nederlandse bevolking vindt euthanasie ethisch verantwoord. Maar hoeveel er ook wordt gediscussieerd over een wettelijke regeling van euthanasie voor de ernstig lichamelijk of geestelijk zieke patiënt, voor de niet rechtstreeks met de dood bedreigde mens, wiens lot uitzichtloos is, bestaat er nog altijd geen uitweg. Dat geldt niet alleen voor sommige ouden van dagen, voor wie verder verval en stilletjes doodgaan alles is wat hun rest, maar ook voor hen die ondanks een ongeneeslijke ziekte met afnemende krachten en mogelijkheden toch doorleven. Artsen stellen daar veelal tegenover dat zij hen wel kunnen maar niet mogen helpen bij de beëindiging van hun leven. Daarbij beroepen die artsen zich op hun verantwoordelijkheid, die bestaat uit het maken van de juiste keuzes voor hun medemens. Zij vergeten daarbij echter dat de juistheid van die keuzes stamt uit andere tijden en andere samenlevingen.

We leven niet meer in het Griekenland van Hippocrates, maar in een tijd waarin de mens van baarmoeder tot graf onder invloed is van medisch ingrijpen. Er zijn inmiddels zo veel levensbedreigende factoren onschadelijk gemaakt dat de overtuiging groeit dat er niet alleen winst is geboekt, maar ook dat een zo lang mogelijk uitstellen van iemands levenseinde niet het meest wenselijke is. Kortom, er moet meer mogelijk zijn dan optimale verzorging en begeleiding van iemands laatste levensperiode.

Alleen zij die het ondervinden weten wat het is om te moeten leven in een aftakelend oud of ziek lichaam, zonder enig toekomstperspectief en met de angst voor verder lichamelijk of geestelijk verval. Maar zelfs als de slechte leefomstandigheden van veel bejaarden en gehandicapten in verzorgings- of verpleeghuizen verbeteren, dan nog maken zij deel uit van een veranderde maatschappij waarin zij geen enkele taak meer vervullen. Zij leven niet meer in familieverband en voldoen niet meer aan de snel veranderende eisen van de samenleving. Bovendien zijn zij de laatste jaren voor hun dood gemiddeld minder gezond dan in vergelijkbare tijdsspannen in het verleden, toen mensen op jongere leeftijd stierven. Al met al een negatief saldo.

Volgens de SVL is het principieel onjuist dat een regering die al lang geleden bewust zelfdoding uit het strafrecht heeft verwijderd, dit de facto onmogelijk maakt door haar burgers stelselmatig de - aanvaardbare - middelen voor die zelfdoding te onthouden. Iemand eerlijk het recht geven op zelfdoding betekent namelijk ook dat je de mogelijkheid en de plicht hebt om hem te steunen en te begeleiden bij zijn plannen om zijn leven op een waardige wijze te beëindigen. Niemand zal gedwongen worden hiervoor te kiezen. In feite zullen de angst voor het ongewisse, het gevoel van verplichting tegenover anderen of het plezier in en de nieuwsgierigheid naar wat nog komen gaat zo groot zijn dat de gezondheidszorg de handen vol zal houden aan steeds meer kostbare, levensverlengende of pijn-en-nood verzachtende behandelingen.

Niemand mag gedwongen worden te leven! Ervaring zal mogelijk leren dat, als euthanatische middelen zonder bevoogding redelijk vrij te krijgen zijn, er slechts zelden gebruik van wordt gemaakt. Bovendien zal de kwaliteit van het resterende leven van bovengenoemde bevolkingsgroepen toenemen.

De SVL stelt oprichting voor van een laagdrempelig Steunpunt Vrijwillige Levensbeëindiging, waaraan een arts verbonden is en waar men onder garantie van strikte vertrouwelijkheid advies en hulp kan krijgen. Een schriftelijke wilsverklaring ondersteunt zo'n verzoek tot levensbeëindiging. Medeondertekening door bijvoorbeeld de huisarts zal nodig zijn, zodat er redelijkerwijs geen aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de wilsbekwaamheid van de cliënt. Iemand is namelijk wilsbekwaam tot het tegendeel is aangetoond. Met kracht wordt de stelling van de hand gewezen dat het simpele feit dat iemand zelfdoding overweegt, het bewijs zou zijn van diens psychisch ziek zijn. Ruim vóór een Steunpunt is gerealiseerd, zal het indienen van wilsverklaringen bij de SVL, die inhouden dat men te zijner tijd over de middelen voor zelfdoding wil kunnen beschikken, een teken zijn van de weloverwogen aanvaarding van haar streven en het maatschappelijk draagvlak van de Stichting versterken.