Organisatie; Zeer Franse kampioenschappen

Frankrijk wil de wereld tonen dat het een mega- festijn als het WK voetbal perfect kan organiseren. De voorbereidingen waren als vanouds: met de Franse slag.

DE AANSTAANDE wereldkampioenschappen voetbal worden in Frankrijk gespeeld. Dát zal niemand op deze wereld over een maand zijn ontgaan. Als de Europese telescoop in Chili vorige week in Frankrijk al met gepaste trots werd verwelkomd als 'weer een Franse topprestatie', dan zal deze Mondial français wel helemaal een Frans feest worden.

Toegegeven, als het Franse elftal een beetje aardig meekomt, zou het helemaal mooi zijn. Met het nationale team van trainer Aimé Jacquet kan de publieke opinie niet doen wat met de Frans-Amerikaanse Mary Pierce altijd zo aardig lukt: haar Franse afkomst bejubelen als ze wint en haar ongemerkt bij de buitenlandse speelsters indelen als het er weer eens niet van komt. Mocht het nieuwe topstadion tegenvallen: er zit ook Nederlands zaad in de grasmat. U bent gewaarschuwd.

Laat niemand grappen maken over de Franse slag bij de organisatie. Alles is prima in orde. Twee merguez (kruidige worstjes) zullen in ieder stadion 18 francs kosten. Michel Platini en zijn equipe hebben er vijf jaar hard aan gewerkt deze Franse wereldkampioenschappen tot een klinkend succes te maken. Er is in twee jaar een spiksplinternieuw Stade de France op de Vlakte van Saint Denis verrezen en de 2,6 miljoen kaartjes waren snel, dus kennelijk efficiënt verkocht.

Als u tijdens en rondom de wedstrijden Allez-les-Bleus hoort roepen, schrik dan niet. Dat is ter aanmoediging van het Franse elftal. Die goedmoedige vorm van ondersteuning klinkt hier op alle sportvelden, vaak wat afwezig, want Fransen zijn geen echte teamsportmensen. Bij rugby, waar ze goed in zijn, lijkt het op het eerste gezicht of er samenhang in de aanval zit. Het gaat in werkelijkheid om een vorm van veldjudo waarbij de tegenstander legitiem doelwit is en de overkant het best bereikbaar is in je eentje.

Wie zich de komende dagen afvraagt of alles wel zal kloppen op dit WK (het is per slot een ingewikkeld massa-evenement waarbij de levens van honderdduizenden mensen op het spel staan): weest gerust, de meeste grote gebeurtenissen verlopen hier gesmeerd. Fransen kunnen heel goed improviseren. Het is de kunst als buitenstaander heel rustig te blijven wanneer er de avond tevoren nog geen ballen zijn besteld, of als het onbekend is hoeveel kamers het hotel vrij heeft.

Om die Franse voorkeur voor laatste-minuutoplossingen meer bekendheid te geven, hebben de werknemers van een aantal openbaar-vervoerbedrijven er alles aan gedaan het transport van de supporters aan een zijden draad te hangen. De piloten van Air France - Officïele Vervoerder van de Wereldkampioenschappen - hebben een staking voor de eerste twee weken van juni aangekondigd. De directie belooft alle contracten met deelnemende bonden te zullen nakomen, maar wie de ploegen naar Marseille, Nantes, Lens en Toulouse gaat vliegen, is vooralsnog onduidelijk.

Op kleine schaal is het vervoer van de toeschouwers evenmin verzekerd. De werknemers bij het railvervoer naar het nieuwe Stade de France, aan de noordkant van Parijs, kunnen de verleiding nauwelijks weerstaan een paar oude eisen ingewilligd te krijgen. De trambestuurders van Nantes hebben voorlopig alleen voor 13 juni een staking aangekondigd: dan spelen Spanje en Nigeria daar in het Stade de la Beaujoire. De politie, die voor de veiligheid in de stadions moet zorgen, heeft er nu al een premie uitgesleept, dus gezag zal er zijn. Resteren de routiers, die 'geen enkele actievorm uitsluiten'.

Het zal uiteindelijk wel meevallen. Al die mensen willen de wedstrijden ook niet missen. Ze weten alleen dat er ministers zijn die in de binnenkamers van Parijs nog even een kleine cheque kunnen uitschrijven als de tijd gaat dringen. De wereld moet een modern beeld krijgen van het organiserende land. Dit nationale visitekaartje heeft bijna 3 miljard gulden gekost. Afgezien van het stadion.

Het was, gezien alle inspanningen, een tegenvaller dat de Europese Commissie nogal wat kritiek had op de organisatie. Eerst maakte Brussel bezwaar tegen het gebrek aan openheid bij de aanbesteding van het Stade de France. Terwijl het zo mooi snel gebouwd was nadat de regering-Balladur in oktober '94 had beslist: er zij een nieuw nationaal stadion, en wel in Saint-Denis op een vervallen industrieterrein tussen twee snelwegen en de kathedraal waar de vorsten van Frankrijk hun laatste rustplaats hebben.

Dit jaar had commissaris Van Miert geen goed woord over voor de manier waarop kaartjes beschikbaar werden gesteld aan niet-Franse mensen. Veel viel er niet meer aan te doen. Morgen wordt uitspraak gedaan in een kort geding voor de rechtbank van Parijs, aangespannen door 32 Europarlementariërs en 43 particulieren. Intussen blijken reisbureaus in Frankrijk voor 2.100 gulden nog best plaatsen voor Brazilië-Schotland te hebben, en voor 5.200 gulden zelfs finalezetels - 'van buitenlandse bonden die er te veel hadden'. Wie ziet hoeveel toetjesfabrikanten de Franse consument de kaartjes bijna met de paplepel naar binnen duwen, vraagt zich af of er wel kaartjes over de grens zijn gegaan. Waarschijnlijk dacht het organiserend comité: wat hebben buitenlanders aan kaartjes voor wedstrijden die ze niet eens verstaan?

Wie straks toch door een wonder bij één van de 64 wedstrijden terechtkomt, kan erop rekenen dat aan zijn veiligheid is gedacht. Alle tien stadions zijn gekeurd, geveegd en bijgeverfd. Een leger van 12.000 vrijwilligers zorgt voor orde en overzicht. Video-surveillance, de nieuwste 2,20 meter hoge hekken - aan alles is gedacht, nog afgezien van de particuliere bewakingsdiensten en zwaar bewapende speciale knokploegen van de gendarmerie die op de televisie hebben laten zien hoe ze terroristen tegen de grond leggen. Ook de honden zullen overuren maken.

Eigenlijk hoeft er dus weinig mis te gaan. Er worden 9.000 journalisten verwacht, dus het toernooi blijft de komende 33 dagen niet onopgemerkt. Wat minder snel duidelijk wordt, is de toekomst van het Stade de France. In de haast om een grootse tempel voor 80.000 toeschouwers uit de grond te stampen, heeft de Franse overheid een blanco cheque getekend voor alle toekomstige exploitatieverliezen. Intussen is de jacht op een vaste bespeler al maanden discreet gaande. Paris Saint Germain is beleefd maar dringend gevraagd te verhuizen naar het eenzame ruimteschip langs de snelweg, maar de topclub heeft voor de eer bedankt. PSG en zijn broodheren van Canal Plus voelen er niets voor het relatief gezellige beton van het Parc des Princes te verlaten. Daar hebben de supporters hun honk en dat stadion staat tenminste nog een beetje in de stad.

Het goede nieuws is dat er nu toch een club bereid is gevonden in het Stade de France te komen spelen. Het zorgelijke nieuws is dat het gaat om de tweede-divisieclub Red Star. “Er hoeven geen 80.000 mensen in het stadion te zitten om een wedstrijd te kunnen spelen”, zei de directeur van het bouwers- en exploitatieconsortium al snel geruststellend. Het treft dat Red Star 93 uit Saint-Ouen komt, net als Saint-Denis zelf stevig verankerd in de communistische gordel om Parijs, een vertrouwd gevoel voor minister van Sport Marie-George Buffet. Er komt dus extra geld om de club, die in 1928 voor het laatst de Franse beker won, naar de eerste divisie te tillen. Zelfs al heeft de staat de helft van de bouwkosten voor zijn rekening genomen, om de door bedrijven geïnvesteerde 400 miljoen gulden rendabel te maken, moet Red Star dertig jaar lang heel goed gaan voetballen. Voorlopig zullen de 6.000 parkeerplaatsen, een getal waarop veel kritiek is geweest, wel toereikend zijn.

    • Marc Chavannes