Op tournee langs lustoorden

Hotels; Het Nederlands elftal verblijft tijdens het WK-toernooi in luxueuze hotels met volop vertier.

VAN DE KASTELEN van Versailles naar de mondaine rijkdom in Monaco. Het Nederlands elftal zal de eerste weken van het wereldkampioenschap voetbal zwelgen in weelde, het zal baden in luxe. Mocht Oranje niet goed presteren, dan heeft het in elk geval niet aan de hotelaccommodaties gelegen. Als God in Frankrijk kunnen de internationals tussen de trainingen en de wedstrijden door genieten van hun vrije tijd. Kosten noch moeite zijn gespaard om het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken.

De reis door Frankrijk begint voor Oranje op donderdag 11 juni in Versailles. Onder de rook van Parijs nemen de 22 uitverkorenen en hun begeleiders hun intrek in het chique vijfsterren-hotel Trianon Palace dat grenst aan het beroemde kasteelpark. Hier werd op last van Lodewijk XIV het Paleis van Versailles gebouwd. Op deze historische locatie kunnen de internationals hun geschiedenislessen nog eens ophalen. In juni 1919 werd in de Galerie des Glaces, de bekendste zaal van het optrekje, de Vrede van Versailles getekend. De geallieerden bekrachtigden strafmaatregelen tegen Duitsland dat net was verslagen in de Eerste Wereldoorlog.

Oranje vertoeft niet ver van het lustslot van Marie Antoinette. Het gebouw was tussen 1676 en 1789 de residentie van de Franse koningen. In Trianon Palace, waar de kamers een slordige zeshonderd gulden per nacht kosten, komen de voetballers met historisch perspectief ook ruimschoots aan hun trekken. In een van de 24 suites logeerden eerder beroemde gasten als de Amerikaanse presidenten Eisenhower, Ford en Nixon. Maar ook koning Hussein van Jordanië en de Britse koningin Elizabeth vleiden zich al eens neer op de comfortabele bedden of konden een duik nemen in het koninklijke zwembad. Het is alleen even de vraag of Oranje-kok Herman van den Hengel en zijn bekende Franse collega, maître Gerard Vie, het eens zullen worden over de bordjes spaghetti en de Surinaamse kost.

Na vier dagen 'afzien' en de eerste interland tegen België in het kolossale Stade de France van Saint-Denis vliegt Oranje naar het volgende basiskamp: het Vista Palace Hotel in Roquebrune-Cap-Martin. Deze accommodatie rust als een adelaarsnest op de rotsen, driehonderd meter boven zee met uitzicht op Monte Carlo als onderdeel van het panorama. Het hotel heeft een eigen helikopter-landingsplaats zodat het optimaal bereikbaar is. Het hotel kan door zijn ligging geheel worden afgesloten van de buitenwereld. Ook hier weer uitzonderlijke luxe. In sommige suites staat een hemelbed. Andere kamers hebben op het balkon een eigen zwembad om het zweet van een vermoeiende training af te spoelen.

Het Nederlands elftal verblijft voor de wedstrijd tegen Zuid-Korea (20 juni, Marseille) ook nog even kort in Aix-en-Provence en voor het duel tegen Mexico in Saint-Etienne (25 juni, duel in dezelfde stad). Monte Carlo blijft intussen steeds de aantrekkelijke uitvalsbasis, ook in de eventuele achtste finales. Oranje speelt dan in Montpellier als het groepswinnaar wordt of in Toulouse als het op de tweede plek eindigt.

Elftalcoördinator Hans Jorritsma, de voormalige hockeycoach van de Nederlandse mannen en van de Pakistanen, heeft logistiek gezien het onderste uit de kan gehaald. In 1990 zat Oranje opgesloten in een eenzaam hotel op Sicilië, zonder enig vertier. Onenigheid in de groep was toen al een feit door de mislukte voorbereiding. In Oostenrijk probeerde dr. Kessel het tropenrooster uit bij een temperatuur van vijf graden. In Joegoslavië werden de internationals vervolgens in de buurt van Zagreb ondergebracht in een afgelegen burcht. Vier jaar geleden sliep het Nederlands elftal in de VS in een luxueus golf resort, waar de kaaimannen in een nabij gelegen meertje loerden op indringers. Wie niet van golf hield, kwam daar ook niet erg aan zijn trekken.

Nu is heel bewust voor meer afleiding gekozen tijdens het lange verblijf in Frankrijk. De eerste dagen van de voorbereiding waren al heel relaxed aan het Meer van Genève. Aanvankelijk hadden Jorritsma en bondscoach Guus Hiddink ook Biarritz en Divonne als basiskamp op het oog. Toen de WK-loting bekend was, werd het plaatsje Roquebrune-Cap-Martin bij Monte Carlo als ideaal ervaren. Jorritsma: “Toch hebben we eerst naar geschikte trainingsaccommodaties gekeken en daar een hotel bij gezocht.” In Monte Carlo maakt Oranje gebruik van de trainingsfaciliteiten van AS Monaco.

De aanwezigheid van de bescheiden Jorritsma, wiens aanstelling aanvankelijk nog wat bevreemding wekte in het behoudende voetbalwereldje, heeft tot nog toe een rustgevende invloed gehad op de sfeer rondom Oranje. Hij zegt dat zijn ervaringen als NOC*NSF-medewerker hem bij de KNVB goed van pas komen. “Leven in afzondering tijdens een groot voetbaltoernooi levert niets op”, meent Jorritsma waarmee hij opvattingen van vroegere bondscoaches als Rinus Michels bestrijdt. “De spelers moeten het naar hun zin hebben. We hebben met het zoeken naar de hotels vooral gelet op de korte reistijden tussen de hotels en het trainingsveld.” Het lijkt of Jorritsma dat met de stopwatch heeft nagemeten. “In Versailles zitten de spelers daarvoor zeven minuten in de bus, in Monaco tien minuten. Bij lange reistijden slaat de vermoeidheid al heel snel toe. We hebben op de sportcomplexen ook gekeken naar de sfeer. Het werkt stimulerend als een voetballer zegt: hè, hier is het tenminste lekker trainen.”

Aangezien het aantal rustdagen is verhoogd wegens de lengte van het toernooi en de reistijden (het WK is al spottend de Tour de France genoemd), zochten Jorritsma en Hiddink naar aantrekkelijke locaties. Zoals dus het vorstendom aan de Côte d'Azur. “De boog kan niet altijd gespannen zijn. Er is niets mis mee om tussen de wedstrijden door even goed te ontspannen.” De KNVB heeft daarop verder ingespeeld door in Monaco het tennispark af te huren waar het jaarlijkse toptoernooi wordt gespeeld. Videospelletjes zijn bij de spelers nogal populair, dus de begeleiding heeft een voorraad dozen met Nintendo ingeslagen. Er is wel even gekeken of de aansluitingen op de tv-toestellen hiervoor geschikt zijn. CD's nemen de voetballers over het algemeen zelf mee, al naar gelang hun muzikale smaak. Er is geen voetballer die niet beschikt over de modernste afspeelapparatuur. In 1990 wilde een fabrikant alle internationals een discman cadeau doen, maar dat werd niet op prijs gesteld. Kaarten blijft natuurlijk ook een veel beoefende bezigheid. En boeken? De materiaalman André van der Leij moet lachen als hem de vraag wordt gesteld. “Minder dan dertig procent van de voetballers leest boeken”, zegt hij.

    • Erik Oudshoorn