Nederland graaft in Griekenland

In Griekenland is een klein museum heropend met vondsten uit de bijna 2300 jaar geleden verwoeste stad Halos. Bij de opgravingen is ook het Nederlands Instituut in Athene betrokken, dat binnenkort een nieuwe huisvesting krijgt in een gerestaureerd monument.

ATHENE, 4 JUNI. De Griekse minister van Cultuur, Evángelos Venizélos, heeft het neoklassieke museum van het stadje Almyrós in Midden-Griekenland heropend. Het museum moest in 1980 na een aardbeving sluiten.

De linkervleugel van het museum wordt in beslag genomen door de overvloedige vondsten op het opgravingsterrein van de naburige Hellenistische stad Halos. De stad leidde tussen 302 en 265 voor Christus een kortstondig leven, dat ook door een zware aardbeving werd afgesloten. De opgravingen werden uitgevoerd door een internationaal team onder leiding van de Groningse hoogleraar Reiner Reinders, sinds enige jaren ereburger van Almyrós. Hij was bij de plechtigheid aanwezig, evenals de directeur van het Nederlands Instituut in Athene, Margriet Haagsma onder wier auspiciën het werk wordt uitgevoerd, deels in samenwerking met de Griekse Archeologische Dienst. De opgravingen zijn nog lang niet voltooid, maar dit jaar zal het team zich wijden aan de uitwerking van alle gegevens en een publicatie.

Het Nederlands Instituut, tot nu toe het kleinste van de vijftien soortgelijke in Athene en zeer bescheiden gehuisvest, heeft een bouwvergunning gekregen voor een nieuw gebouw. Het is een groot neoklassiek huis niet ver van de Acropolis, dat op de monumentenlijst stond en, inclusief drie bovenverdiepingen, ruim zeshonderd vierkante meter beslaat. Men hoopt nog deze eeuw met de omvangrijke restauratie gereed te komen.

Het grondstuk waarop het gebouw staat maakte deel uit van de bruidsschat van de jongste dochter van Makriyánnis, een beroemde held uit de Griekse onafhankelijkheidsoorlog. Het is gebouwd als woonhuis, maar werd later artsenpraktijk, kantoor en edelsmederij.

Het Nederlands Instituut in Athene (NIA), dat zich bezighoudt met 'alle wetenschapsgebieden waar sprake is van een directe relatie tussen Griekenland en Nederland' vormt sinds 1992 de voortzetting van de Archeologische School der Nederlanden in Athene. Deze kreeg na enkele jaren vergunning voor reguliere opgravingen.

Het NIA wordt financieel gesteund door de universiteiten van Amsterdam (UvA), Groningen, Leiden, Utrecht en Nijmegen. In 1994 kreeg Amsterdam als 'penvoerder' het beheer, en het heeft zich nu ook over de technische aspecten van de nieuwe huisvesting ontfermd. Daarnaast wordt het gesteund door twee vriendenverenigingen in Nederland en Griekenland met in totaal circa 850 leden en zijn er sponsors uit het bedrijfsleven. Men streeft uitwisseling na van wetenschappers, studenten en scholieren en er worden colloquia, lezingen, cursussen, excursies en tentoonstellingen georganiseerd - als laatste een grote Eschertentoonstelling afgelopen winter.

Tot de opgravingswerkzaamheden behoort sinds enkele jaren ook een project op de Acropolis van het stadje Jeráki, niet ver van Sparta, onder leiding van de Amsterdamse hoogleraar Joost Krouwel. Vooralsnog betreft het survey(oppervlakte)-onderzoek, maar het graven van proefsleuven heeft voorwerpen aan het licht gebracht uit de vroege Bronstijd tot en met de Romeinse periode, met de opmerkelijke afwezigheid van Myceense vondsten. Ook dit project zal de komende jaren worden voortgezet.

    • Frans van Hasselt